Recensie

Retro: onsterfelijke met geheugenverlies

Planescape: Torment was volgens gamejournalisten het beste spel van 1999. Nu brengt ontwikkelaar Beamdog een opgepoetste versie uit. Weerstaat die de tand des tijds? Ja. Zeker als je gevoelig bent voor nostalgie. De speler kruipt in de huid van de onsterfelijke ‘Naamloze’. Hij begint in een mortuarium, met geheugenverlies. Tegenwoordig een uitgekauwd cliché-begin van een ‘role playing-game’; achttien jaar geleden gewoon een cliché. Hoe introduceer je makkelijker een speler in een onbekende fantasiewereld?

Planescape: Torment lijkt in verhaal, spelverloop en (opgepoetste) graphics op de eerder opnieuw uitgebrachte klassiekers Baldur’s Gate en Icewind Dale van Beamdog. Ze spelen zich af in het Dungeons & Dragons-multiversum en werden alle rond de eeuwwisseling uitgebracht door de in 2003 ter ziele gegane Black Isle studio. Dat betekent: veel tikken om personages aan te spreken, objecten te gebruiken, en rond te struinen. Planescape: Torment steunt meer op het doorspitten van dialogen en lappen tekst dan vechten. Voor de sporadische gamer zijn het gebrek aan actie, en de prijs, niet heel aantrekkelijk. De graphics ogen gedateerd, maar zijn retro genoeg om door de vingers te zien.

Als je je vastbijt in Planescape dan biedt het lugubere verhaal van een onsterfelijke-zonder-geheugen die worstelt met zijn identiteit en de waarheid meer dan vijftig uur kwalitatief speelplezier. Net als bij andere klassiekers geldt: hoe meer je tijd investeert hoe beter het spel wordt.