Drie denkers over onze zoektocht naar echte rust

Filosofie Hoe kunnen we in deze chaotische wereld nog tot rust komen? Weten we eigenlijk nog wel wat rust is?

Hoe kunnen we in deze chaotische wereld nog tot rust komen? Weten we eigenlijk nog wel wat rust is? Tijdens de Nacht van de Filosofie, deze vrijdag in Nijmegen, wordt uitvoerig over dit thema gesproken. Drie denkers over hoe we rust kunnen vinden:

Paul van Tongeren

Weten we wel wat rust inhoudt? Volgens filosoof en hoogleraar Paul van Tongeren mogen we weleens kritisch kijken naar onze opvatting over rust. Als rust alleen maar bestaat uit het niet meer doen van wat je daarvoor wel deed, hebben we een probleem. „Deze interpretatie maakt van de rust niet iets positiefs, maar iets negatiefs”, aldus Van Tongeren. ‘Rust’ wordt dan opgevat als ‘de ontkenning van activiteit’. „Degene die het druk heeft, heeft vaak het gevoel alsof hij er niet echt bij is, zegt Van Tongeren. „Vanuit die drukte droomt hij dan weg naar een toekomstige tijd waarin hij zal rusten.”

Deze interpretatie van rust houdt in dat je een moment creëert waarop je eindelijk wél even aandacht voor alles hebt. Maar klopt dat wel? „Mensen zien rust vaak als een vorm van ontsnapping”, zegt Van Tongeren. „Ze duiken ’s avonds in de fictieve droomwereld van de tv of gaan op vakantie naar zogenaamde vakantieparadijzen of andere oorden die niet in de werkelijke tijd staan.” We zoeken dus naar ‘utopische oorden die aan de tijd onttrokken zijn’. „Als je dan gaat rusten, heb je nog steeds last van afwezigheid”, zegt Van Tongeren. „Rust wordt een programmapunt dat de druk op de tijd vergroot, want straks moet je weer aan het werk.”

Is het mogelijk om wel op een goede manier te rusten? Van Tongeren kan er geen simpel antwoord op geven. „Het heeft zeker te maken met aandachtig aanwezig zijn bij wat je doet, of dat nu werk of vakantie is. We moeten leren om rust te vinden in het werk in plaats van na het werk.” Dat betekent overigens niet ‘helemaal in het nu zijn’, zoals vaak wordt gepromoot door mindfulness-adepten. Volledig in het ogenblik leven is niet aan de mens besteed, meent Van Tongeren: „Dat kunnen alleen dieren. Maar de mens heeft een geheugen en draagt herinneringen met zich mee. Tegelijkertijd richt hij zich op de toekomst. Daarin ligt zijn gevaar: hij raakt gemakkelijk de weg kwijt.”

Maar kunnen we dan ooit ‘echte rust’ vinden? Van Tongeren twijfelt. „Dat zou betekenen dat we ook in ons herinneren en verwachten aanwezig zijn: herinneren zonder te verdwalen in het verleden, verwachten zonder ongeduld.”

Coen Simon

‘Heb de moed je van je eigen verstand te bedienen’, schreef de Duitse filosoof Kant. Maar doen we dat wel? Volgens filosoof en schrijver Coen Simon, auteur van het boek Oordeel Zelf. Waarom niemand hetzelfde wil en iedereen hetzelfde doet, is het lastig tot een eigen oordeel te komen. Zeker in een tijd waarin we worden overspoeld door meningen, feiten en ideeën. De rust is er niet meer om het eigen oordeelsvermogen te scherpen. Via sociale media kan iedereen zijn of haar origineelste mening delen, maar hoe authentiek zijn die opvattingen? Wat te doen om die eigen mening terug te winnen?

Simon heeft een oplossing: stop met factchecken.

„We checken alles, raken daardoor gespannen, komen niet meer tot rust.”

Toch hebben veel van onze oordelen niets met de waarheid te maken, meent Simon. „Neem onze opvattingen over werk of politiek. Of de ideeën die we hebben over de toekomst van onze kinderen. Dat soort levenskwesties zijn niet te vertalen in ‘waar’ of ‘onwaar’.”

Toch zijn we zo bezig met het maken van ‘de beste keuze’ – en dat de wetenschap het beste antwoord kan geven – dat we niet meer durven te vertrouwen op het eigen oordeel. „En dan komt de burn-out”, zegt Simon. „We denken dat dit wordt veroorzaakt door keuzestress, maar dat is kolder, we hebben altijd al veel keuzes moeten maken. De stress komt door dat continu checken of we wel de beste keuze maken.”

Om daar beter mee om te gaan, moeten we weer het eigen oordeelsvermogen ontwikkelen. Maar hoe doe je dat? „Via beter onderwijs en met tv-programma’s die geen trending topics volgen maar gedegen journalistiek brengen”, zegt Simon. „En op individueel niveau door tijd te creëren voor reflectie. Wie een goede film ziet of een tentoonstelling bezoekt, kan de verbeeldingskracht weer aan het werk zetten. Zo kan je de dingen die op je af komen tot een eenheid brengen.”

Praten over een kunstwerk helpt om iets vanuit verschillende perspectieven te bekijken. „Dat is oordelen,” aldus Simon. „Wie dit oefent, zal wellicht ook niet op een monomane manier proberen ‘de waarheid’ te vinden. En dan begrijp je ook weer dat je niet alles hoeft te checken om de beste keuze te maken.” Zo komt de rust terug in het leven. Simon wijst op een dichtregel van Martin Bril: ‘Je mist meer. Dan je meemaakt. Helemaal niet erg’.

Joke Hermsen

Gevoelens van angst en onbehagen zijn van alle tijden. Maar volgens filosoof en auteur Joke Hermsen is onze samenleving inmiddels doortrokken van een diepe melancholie. In haar essay Melancholie van de onrust, dat ze schreef voor de Maand van de Filosofie, constateert ze dat velen van ons lijden aan depressie, al dan niet veroorzaakt door stress en chronische vermoeidheid. Ze omschrijft dit als een complex van stemmingen en gemoedstoestanden dat voorheen werd aangeduid als melancholie en waaraan we vanaf de twintigste eeuw eenzijdig de naam ‘depressie’ hebben gegeven. „Wereldwijd lijden er zo’n 400 miljoen mensen aan deze angst- en stemmingsstoornis, die met een even grote hoeveelheid antidepressiva wordt bestreden”, aldus Hermsen.

Waar komt dit vandaan? En valt er wat aan te doen? In haar essay, waarin Hermsen voorop stelt dat de melancholie bij de mens hoort („we zijn in de tijd verzonken wezens en kunnen nadenken over wat is geweest of wat nog komen gaat”) maakt ze een onderscheid tussen de ‘gezonde melancholie’ die kan leiden tot reflectie en creativiteit en de ‘pathologische melancholie’ die kan worden gevoed door sociaal-politieke omstandigheden. „Angst en onrust worden onvoldoende door politieke bestuurders bezworen,” zegt Hermsen.

„Veel politici bestrijden problemen met slechts kortetermijnoplossingen, dat vergroot de onbestemde gevoelens bij de burger.”

Wat is er nodig om die melancholische gevoelens waarmee we behept zijn niet te laten omslaan in depressiviteit? „Het is belangrijk om onze melancholie een plek geven”, zegt Hermsen. „Daarvoor kunnen we de kunst en cultuur inzetten. Als je naar een muziekstuk luistert, een boek leest of een kunstwerk bekijkt, wordt die melancholie bemiddeld. Het leidt tot bezinning en verstilling.”

We hebben kunst dus hard nodig om gezond te blijven. „Het roept op tot nadenken en is een manier om de eigen emoties te verwerken.” Zo wordt de goede variant van melancholie gestimuleerd, meent Hermsen. „Melancholie is een staat van ataraxia, zoals de Grieken dit noemden. Het betekent letterlijk ‘vrij van onrust’ en dus vrij van verwarring, zorgen, angst of stress.” De stilte en rust die via de kunstbeleving ontstaat, stelt ons in staat met nieuwe ogen naar de wereld te kijken. „Daarna kunnen we mogelijkheden gaan verkennen en tot nieuwe vormen van verbondenheid komen.”