Europees succes Ajax biedt perspectief

Europa League

Ajax plaatst zich voor het eerst sinds 1997 voor een halve finale in Europa. Met tien man nog wel, en na verlengingen tegen Schalke.

Hakim Ziyech (rechts) van Ajax in duel met Max Meyer van Schalke 04. Ajax verloor met 3-2 in de verlenging maar vierde de nederlaag als een overwinning. Foto EPA

Ajax heeft zich voor het eerst in twintig jaar geplaatst voor de halve finales van een Europees toernooi. In Gelsenkirchen verloor Ajax met 3-2, maar dat was voldoende na de 2-0 in Amsterdam vorige week. Late treffers van Nick Viergever en Amin Younes in de verlenging waren nodig om Schalke op de knieën te krijgen donderdagavond.

De 2-0 uit de heenwedstrijd in Amsterdam vorige week werd na rust weggewist door de Duitsers, waarna in de 101ste minuut ook de 3-0 viel.

Plaatsing voor de halve finale betekent niet de renaissance van het Nederlands voetbal, zeker niet. Maar het biedt perspectief nu voor het eerste in twaalf jaar weer een Nederlandse club in de halve finale staat. Ajax-coach Peter Bosz heeft, geholpen door een niet heel zware loting, Ajax weer wat cachet gegeven op het internationale toneel waar Hollandse hoogtepunten schaars zijn. Mooiste is: hij deed het op zijn manier, via de weg naar voren, en daarmee geeft hij in ieder geval een denkrichting aan het op drift geraakte voetballand Nederland.

Lees ook ‘Ik wil niet spelen met een speler zoals ik was’, een interview met Peter Bosz

Het was zo mooi gegaan met Ajax tegen Schalke, een week geleden: pressend, jagend, passend, draaiend en doend. Volop appelerend aan dat gevoel van toen ‘wij’ de beste waren. Er werd over gesproken: de Hollandse School, het kan nog. Ten aanval. Gewoon volharden, met een schepje duelkracht en intensiteit erbij. Ajax streelde oogbollen vorige week, maar had ook nagelaten Schalke al in de heenwedstrijd te breken. Hoe duur dat zou uitpakken, moest donderdagavond blijken in een uitverkochte Veltins Arena in Gelsenkirchen.

Een ander Schalke, een ander Ajax

Het was na veertig seconden al dat Ajax uiteenviel en over de linkerflank onaangenaam verrast werd met een totaal vrijstaande Sead Kolasinac. Zijn voorzet was niet besteed aan Leon Goretzka, die naast prikte. Een minuut later trof Meyer de paal en zo werd duidelijk dat Schalke hier niet zo maar, als voortzetting van de wedstrijd een week terug, door Ajax tureluurs gespeeld ging worden.

Verre van. De omverwerping van Borussia Mönchengladbach in de vorige ronde, toen Schalke 04 zich na een 2-0 achterstand terug vocht in de tweede helft van de return, was onderwerp van een video vol pathos die in het stadion vertoond werd, vlak voor de wedstrijd. Heroïsche muziek klonk, een epische strijd moet dat geweest zijn. Een tekst las: ‘Tegen Mönchengladbach hadden 45 minuten nodig, tegen Ajax hebben we negentig minuten!’ De laatste drie duels tegen Nederlandse ploegen waren met drie of meer goals verschil gewonnen, dus geloven in een Duitse triomf was heus zo gek niet.

De wedstrijd in Amsterdam – een voorstelling uit de stoutste voetbaldromen van Ajax-trainer Peter Bosz – voelde ineens akelig ver weg; alleen de comfortabele buffer van twee goals stond recht overeind. De return in Gelsenkirchen zou anders zijn, iedereen wist het. Schalke was Schalke niet geweest in Amsterdam, en Ajax was de allerbeste versie van zijn tamelijk wisselvallige zelf. Dit was een ander Schalke, een ander Ajax ook. Alles kon nog.

Toch geïmponeerd door de blauwe tempel Auf Schalke, overmand door plankenkoorts? Verbleekte Ajacieden waren het, met de voetjes aarzelend op de drempel van de halve finale van de Europa League. Hakim Ziyech, artistiek leider van het geheel, werd gemangeld door blauwhemden. Talisman Davy Klaassen overrompeld in het Bundesliga-geweld, schakelstation Lasse Schöne overvleugeld. Een middenveld werd ongedaan gemaakt, klemgezet in die openingsminuten. Justin Kluivert speelde naar wat hij feitelijk nog is: een junior, een eerstejaar A-speler.

Uitdoelpunt

Pas na tien minuten had Ajax voor het eerst alle manschappen op de helft van Schalke, de helft waar het uitdoelpunt te halen viel – een goal die aan alle bibbers een einde zou maken. Ziyech stelde doelman Ralf Fährmann op de proef met een harde vrije trap half hoog – probleemloos gekeerd. Ajax stabiliseerde wat, Schalke staakte zijn wild geraas. Captain Klaassen kreeg grip, deelde uit, incasseerde. Met hem won heel Ajax aan overtuiging. Bertrand Traoré werd in buitenspelpositie voor het Schalke-doel gezet, zijn doelpunt logischerwijs afgekeurd.

Nadat aan het begin van de tweede helft omgeroepen werd dat een supporter hier aanwezig zojuist vader was geworden, maakte luchtigheid zich meester van de Veltins Arena. Uit het Ajax-vak klonk al ‘everything’s gonna be alright’. Dat was te vroeg, veel te vroeg, want Goretzka ontsnapte aan Ziyech’s dekking en passeerde Ajax-keeper André Onana: 1-0. Toen ging het snel. Klaas-Jan Huntelaar maakte zijn entree. In de hectiek werd het zomaar 2-0 door Guido Bergstaller, via een prima uitgespeelde aanval over de flank: een lage voorzet, overstapje, afdrukken.

Ajax hing in de touwen. In vier minuten glipte zo de uitgangspositie door de vingers. Ziyech, in een spiegelbeeldige aanval aan de andere kant van het veld, schoot nog vanaf rand zestien op de vuisten van Fährmann. Talloze kansen werden gemist in Amsterdam, in Gelsenkirchen waren het slechts speldeprikjes, schotjes en wat dies meer zij. Machteloos oogde het. Op een steenworp afstand van waar op het EK 1988 één van lulligste der cruciale goals uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis viel – Wim Kieft tegen Ierland – leek het niet te lukken voor Ajax.

Verlenging

De krachten vloeiden weg voor je ogen, het geloof ook. En dan is het ineens een harde wereld: de bal werd niet buiten gespeeld toen Amin Younes naar de grond ging met pijn. Schalke rook bloed, verwurgde Ajax langzaam maar zeker. Huntelaar was dichtbij, Onana zat er tussen. Joël Veltman moest met zijn tweede gele kaart, in luttele minuten bij elkaar verzameld, van het veld af. Een wereldredding van Onana voorkwam een uitschakeling in de blessuretijd. Op het tandvlees richting verlenging, om niet te eindigen als weer een voetnoot in een Europa Cup-seizoen.

Maar met tien man, de dagen moe, kon weinig nog van Ajax worden verwacht. In de 101ste minuut kopte Daniel Caligiuri de 3-0 binnen. Davinson Sanchez werd op de achterlijn verslagen in een van zijn minste wedstrijden in het eerste van Ajax. De voorzet was op maat, de kopbal zuiver. Einde verhaal, zou je zeggen. Tot ineens de oprisping, uit het relatieve niets. Eerst een leep schot van Viergever, moeizaam gekeerd, kort daarop uit de kluts zijn voet tegen de bal, pardoes de goal in. 3-1, ontlading in het Ajax-vak, waar weinig nog rekening hielden met een gunstige speling van het lot. Vlak voor het eindsignaal maakte Younes aan alle twijfel een einde.

Zondag wacht PSV-uit, om kwart voor vijf. Amper hersteltijd, ga er maar aanstaan. Eén punt achter op Feyenoord. Het eerste seizoen onder Bosz, na het tijdperk Frank de Boer, is ronduit enerverend: van de blamage in de voorronde Champions League tegen Rostov, via de vlekkeloze groepsfase Europa League en de krachttoer tegen Kopenhagen in de achtste finale tot aan donderdag 20 april in Gelsenkirchen, waar jongens niet tegen mannen op leken te kunnen. Tot antiheld Nick Viergever de dag van zijn leven beleefde, de onwaarschijnlijke man van de avond. Onvermoede krachten kwamen los: Ajax door, alsnog.