Column

Haren in de war, hoofd in de war

Joyce Roodnat

In Zürich liet Maurizio Cattelan deze zomer paralympics-idool Edith Hunkeler-Wolf over het water wandelen. Vrouw in rolstoel, een update van het bijbelse wonder.

Cattelans bekendste kunstwerk is een wassen beeldje: het heet Him en het is Hitler als een knielende kleuter. Dat wekte woede, maar Cattelan laat alleen maar zien hoe de tijd het onverteerbare kneedt tot een handzaam verhaal.

Ik wilde dat ik die documentaire over hem al kon zien, Be Right Back. In die film geeft zijn medewerker zich voor hem uit. Bloedserieus, niet van echt te onderscheiden, lees ik, tenzij je toevallig weet hoe Cattelan eruitziet. Als ik het goed begrijp maakt dat niet uit. Integendeel, het is béter.

Realisme, het is van alles, maar nooit de realiteit. In het Amsterdamse fotomuseum Huis Marseille snel ik door de expositie In Egypte / Reizigers en fotografen, 1850-1900. Rijen foto’s, verslagen van antiek toerisme. Dat de fotografen afhankelijk waren van vervlogen technieken, (glasnegatieven, sluitertijden van tien minuten) weet ik na een foto of wat wel. Ik tippel toch op het resultaat – en dat zijn stijve fotootjes van overbekende monumenten.

Maar dan zie ik mannen die een piramide beklimmen – lokale bevolking met in het midden een toerist met een tropenhelm. Waarschijnlijk is deze foto geënsceneerd (denk aan die sluitertijden en dat glas en zo) – hij lijkt reëel maar hij ís een gedachte. Hier drukt de fotograaf uit dat mensen geneigd zijn een monument te willen kraken. Ze kunnen er met hun verstand niet bij, daarom gaan ze het letterlijk te lijf. De foto is een omslagpunt. Nu zie ik mummies, dramatisch geportretteerd nadat ze, lees ik, letterlijk uit hun windsels gescheurd zijn. Ik huiver zoals ooit de fotograaf heeft gehuiverd.

Enkele bijna-mummies in het Figi-theater in Zeist hoesten de boel bij elkaar (beheers je! ga WEG!). En ook op het podium is het vreemd. Snap ik het niet door dat geproest? Nee, ik snap het juist wél. Het stuk De vader dwingt me te verdragen wat een dementerende man doormaakt. Zijn dochter is ineens een heel andere vrouw. Er verdwijnen meubels. Zijn schoonzoon valt hem aan. En iedereen beweert de hele tijd opgewekt dat alles in orde is, dat is het ergste.

Acteren is topsport en Hans Croiset doet het fantastisch. 81 jaar en juist níét broos. Haren in de war, hoofd in de war. Dit is waar theater voor bedoeld is: inzicht geven door een fantasiewereld in de werkelijkheid te plaatsen – ik zit met een brok in mijn keel, een echt brok. Dementeren is uitgesteld sterven. Zijn lichaam gaat voort, zijn brein dooft uit. Hij is uit wandelen met God en dat is een bumpy ride.

En daar zit die zaal doorheen te kuchen.