Column

Thriller over hackersmeisje lijkt niet op Grunberg

Zap

Wie woensdag ziek wilde worden voor de tv, moest naar ‘Shadow World’ kijken, een documentaire over wapenhandel. De telefilm ‘Het Bestand’ zorgde voor minder opwinding.

Stefanie van Leersum in ‘Het Bestand’ (VARA)

Met wat hoodie-jongens zit het hackersmeisje op het dak van een flat. Ze laten met wat getover op de laptop de lichten van een kantoorflat aan de overkant doven. In plaats daarvan verschijnt op de gevel een knipperende penis – zo’n tekening die je wel op wc-muren ziet. Kwajongenswerk, een vingeroefening. Binnenkort begint het echte werk.

De telefilm Het Bestand (NPO 3) is gebaseerd op het boek van Arnon Grunberg. Hoewel hij drie planken boeken schreef, is dit pas de derde film naar zijn werk, na Het 14e kippetje (1998) en Tirza (2010). En Het Bestand hoort hier eigenlijk niet bij, want slechts in naam lijkt het op Grunberg. De helft van het plot is van hem: sociaal gemankeerde hacktiviste gaat bij een ICT-beveiligingsbedrijf werken en wordt benaderd door een mysterieuze superhacker die de wereld wil ontwrichten. Maar verder? Er zitten zo’n drie Grunbergzinnen in en geen Grunbergdialogen. De film van Thomas Korthals Altes is niet ziek of lelijk, en ook niet om te lachen.

Grootste troef van Het bestand is hoofdrolspeler Stefanie van Leersum. Ze heeft een intrigerende pokerface. Dwarse, donkere ogen, wilskrachtige jukbeenderen en kaaklijn. Ze lacht nauwelijks. Jammer dat ze later in de film ontdooit en zelfs gaat huilen en juichen. Ze had wel nóg autistischer gemogen. Ook de slotscène is sterk: rond supermarkten breken chaotische gevechten uit om melkpakken. Verder is Het bestand niet bijzonder. Gewoon een schone, aantrekkelijk gefilmde thriller met mooie mensen.

Wapenhandel houdt oorlogen gaande

Nee, als je woensdagavond echt goed ziek wilde worden, moest je naar de documentaire Shadow World (NPO 2) kijken, over de warme banden tussen leger, politiek en de wapenhandel. De Belgische regisseur Johan Grimonprez baseert zich op het boek van de Zuid-Afrikaan Andrew Feinstein. Stelling: om zoveel mogelijk wapens te verkopen, houden wapenfabrikanten ons in voortdurende staat van oorlog. Hiervoor worden op grote schaal politici omgekocht en door de wapenlobby ingezet als handelsreizigers.

Daar valt veel op af te dingen – idealisme en machtspolitiek spelen in oorlogen een grotere rol dan economische belangen – maar Grimonprez heeft wel een indrukwekkende hoeveelheid schandalen achter elkaar gezet, voornamelijk rond de oorlogen van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, vanaf Reagan en Thatcher in de jaren tachtig tot Bush en Blair in de jaren na 9/11. Ook Obama krijgt er van langs, om zijn gerichte drone-aanvallen, waarbij hij nogal wat burgerslachtoffers maakte. Maar dat is eigenlijk een zijpad.

Dat is niet het enige zijpad. Grimonprez heeft een interessante zaak te pakken, waarin wapenfabrikant BAE Systems en de Saoedische prins Bandar bin Sultan steeds terugkomen. Maar in plaats van die kwestie koel en helder uit te diepen, verdrinkt hij haar in een verwarrende stortvloed van beelden. Hierin is bijvoorbeeld ook plaats voor de Eerste Wereldoorlog – het verhaal over de kerstnacht die Britse en Duitse soldaten gebroederlijk vierden tussen de loopgraven – en voor een Braziliaanse kus-actie in 1980: mensen zoenden op straat uit protest tegen een verbod op kussen.

Grimonprez is videokunstenaar, geen journalist. Hij wil niet uitleggen, maar de kijker op stang jagen. Zijn associatieve beeldcollage tegen de oorlog in het algemeen is bedwelmend, deprimerend, kwaadmakend, maar je wordt er niet wijzer van.

Wilfred Takken vervangt deze weken Hans Beerekamp.