Bijzondere grafische roman over het lot van een gijzelaar

Stripkunst De Canadees Guy Delisle maakte eigenzinnige reportages uit conflictgebieden. Nu verplaatst hij zich in een gegijzelde.

In het nawoord van zijn grafische roman Gegijzeld bedankt tekenaar Guy Delisle de hoofdpersoon voor zijn beschikbaarheid tijdens de vijftien jaar dat de voltooiing van het boek in beslag nam. Dat is inderdaad een hele tijd. In die periode publiceerde Delisle een stapel andere boeken en daarmee vestigde hij zijn naam als een van de belangrijkste hedendaagse stripauteurs. Hij tekende persoonlijke reisverslagen van zijn verblijf in Pyongyang in Noord-Korea, en van zijn jaren in Burma en Jeruzalem.

Trefzekere karakters

Het waren reportages die uitblonken door de lichtvoetige toon en de minimalistische, bibberige lijnvoering, die trefzeker karakters en situaties neerzette. Zijn strips vormden een inzichtelijke weergave van de drukkende, gecompliceerde leefwereld in verscheurde landen. Met name Jeruzalem (2011) is een briljante, subtiele reportage, vol kleine en grote observaties over het dagelijks leven. In 2012 won het boek op het festival van Angoulême de prijs voor beste strip van het jaar.

De Franstalige Canadees (1966) reisde al die tijd in het spoor van zijn vrouw, die werkt voor Artsen Zonder Grenzen. Zijn werkwijze is in de Nederlandse literatuur vergelijkbaar met die van F. Springer, een schrijver van wie de boeken gelijk opgingen met zijn standplaats als diplomaat.

Ironische vaderschapsboekjes

Toen de vrouw van Delisle niet meer wilde worden uitgezonden, droogden ook de bronnen voor zijn tekenwerk op. Met als gevolg dat Delisle zich de afgelopen jaren stortte op ironisch bedoelde vaderschapsboekjes – met weinig succes. Met Gegijzeld is hij terug bij een verhaal in een afgelegen land. Met als grote verschil dat hij voor het eerst de ervaringen van een ander vertelt. De Fransman Christophe André vertelt hoe hij in 1997 werd gegijzeld door Tsjetsjenen, toen hij voor ‘een medische NGO’ werkte in het naburige Ingoetsjenië.

Vanaf het allereerste moment gaat Delisle mee in de onzekerheid die de gegijzelde André kwelt. Bijna elke dag hoopt hij dat het nu toch wel snel voorbij zal zijn en dat zijn collega’s de onderhandelingen over zijn vrijlating zullen afronden. En elke dag gebeurt er weer niets. Hij telt de dagen af, en houdt de datum bij, terwijl de sleur van eten, wachten, toiletbezoek en slapen eindeloos lijkt.

Misschien heeft Delisle die vijftien jaar ook nodig gehad om zich ervan te overtuigen dat hij die martelende onzekerheid tot de kern van zijn boek moest maken. En dat hij dus niet moest ophouden met het tekenen van dagen die op elkaar lijken. Er gebeurt dus relatief weinig in 432 pagina’s. Al die tijd zit de lezer net zo goed opgesloten: in het hoofd van André. Je voelt zijn eenzaamheid, zijn verlatenheid, zijn onzekerheid.

André is vastgeketend, maar wordt verder niet mishandeld. Enkele malen wordt hij verplaatst of is er een nachtelijk ritje. Slechts af en toe verliest hij de moed: ‘Vastgeketend als een hond. Wat een vernedering. Ik kan er niet meer tegen.’ Maar de wanhoop neemt hem niet over.

Montere toon

Hij verbiedt zichzelf aan zijn dierbaren te denken en gaat, als liefhebber van geschiedenis, de grote Franse veldslagen uit het verleden af. Soms voelt hij agressie, maar mogelijkheden om te ontsnappen laat hij lopen. Waarna hij zich weer schuldig voelt over zijn gebrek aan durf.

Gezien de miserabele staat van zijn hoofdpersoon is het opmerkelijk dat Delisle er toch in slaagt de relatief montere, onderzoekende toon van zijn oude werk in herinnering te roepen. Gegijzeld is getekend in toepasselijke grijze en grijsblauwe tinten, maar de sfeer wordt nooit al te mismoedig. Het meditatieve ritme en de spanning over hoe het hem zal vergaan, zijn bovendien goed in balans. De spectaculaire ontknoping komt dan ook onverwacht.

Dat maakt Gegijzeld uiteindelijk tot een knappe reconstructie van een dramatische ervaring – zonder dat dit boek de opwinding veroorzaakt van zijn eerdere reportages. In die boeken ontdekte Delisle ook iets over de wereld, zoals alleen de beste schrijvers lukt. Te hopen valt toch dat het gezin Delisle op een goede dag weer voor een paar jaar verkast naar een exotisch oord. Al is het maar voor de stripkunst.

Drie andere recente grafische romans:

  1. Tekst in ballonnen vervangen door symbolen

    In zijn derde strip etaleert Sam Peeters (1976) opnieuw zijn bijzondere tekenstijl: een mengeling van manga, jeugdstrip en pop art, waarbij tekst ontbreekt en is vervangen door symbolen: een glas bier in een balloon kan een heldere vervanging van woorden zijn. Gedachten zijn medische schema’s waarbij je in het lichaam kijkt en bijvoorbeeld een vrouw het hoofd, hart of de ballen van een man bezet.

    Het is wel aardig gedaan, maar als gimmick te weinig om een verhaal op te stutten. De tekstloosheid pakt soms intrigerend uit, met inventieve of knallende beeldtaal, maar levert ook diverse levenloze pagina’s op.

    Iedereen op Claudia is een braaf liefdesverhaaltje over een man die er op diverse momenten in zijn leven niet in slaagt zijn jeugdliefde te veroveren. Mooi is wel het triestige unhappy end.

    Sam Peeters: Iedereen op Claudia. Uitgeverij Scratch Books, 208 pag. € 34,90.

    ●●●●●

  2. Twee twintigers met een zwerver

    Twee jaar geleden debuteerde de Belgische tekenaar Maarten De Saeger (1980) veelbelovend met Mijn begrafenis. In opvolger De zwerver vertelt hij hoe Hannes en Ines uit elkaar gaan. Ines gaat op het platteland wonen en biedt onderdak aan een zwerver. Als die na enige tijd niet meer weg wil, roept ze de hulp van Hannes in.

    De naïeve potloodstijl van De Saeger benadrukt de vervreemding in het verhaal. Maar anders dan in Mijn begrafenis bevat dit boek geen echt dramatisch of absurd conflict. De Saeger scheert langs de emoties van zijn personages en de plot mist beklemming. Wat overblijft is een onderhoudende schets van twee zoekende twintigers.

    Maarten De Saeger: De Zwerver. Uitgeverij Bries, 176 pag. € 20,-

    ●●●●●

  3. Drie vrienden op zoek naar een tijger

    Wolven van het Belgische duo Enzo Smits en Ward Zwart bevat drie korte verhalen over tieners die zich nutteloos en triest voelen zoals alleen tieners dat kunnen. In het eerste verhaal is Chip een jongen met een dramatisch trauma, die maar één meisje kent dat hem begrijpt. In het tweede verhaal trekken drie vrienden het bos in, op zoek naar een tijger. Het wordt een ontmoeting in een nachtmerrie. In het derde verhaal valt een skater op zijn hoofd. Daarna worstelt hij met surrealistische droombeelden, waarin hij meedoet in beroemde films.

    In zachte blauwtinten en een realistische stijl maakt tekenaar Ward Zwart spannend gebruik van zoveel mogelijke afwijkende camera-instellingen om een wezenloze sfeer te creëren.

    De verhalen spelen zich af tijdens hete dagen in een haveloos dorpje, waar de kansloosheid van de bewoners van de kapotte muren druipt. Elk verhaal kan een sleutelmoment in het leven van de personages markeren, maar de mogelijkheid is even groot dat er niets verandert. Die achteloze suspense maakt Wolven een ijzersterke strip.

    Enzo Smits en Ward Zwart: Wolven. Uitgeverij Bries, 204 pag. € 26,95.

    ●●●●