Gerechtelijke uitspraken

Executies gevangenen Arkansas lijken van de baan

Het plan van de Amerikaanse staat Arkansas om nog voor het einde van de maand vijf gevangenen te executeren is met twee nieuwe gerechtelijke uitspraken vrijwel zeker definitief gedwarsboomd.

Op woensdagavond oordeelde een rechter dat een veroordeelde wiens executie voor deze donderdag op het program stond, in een nieuwe zaak DNA-onderzoek mag bepleiten – de veroordeelde claimt onschuld.

De andere uitspraak gaat verder en heeft ook consequenties voor de resterende geplande executies. In de zaak die was aangespannen door de fabrikant van een bij de fatale injecties gebruikt medicijn, oordeelde de rechter van een andere lokale rechtbank dat Arkansas het middel onder een vals voorwendsel gekocht had. De fabrikant van de spierverslapper vecuronium bromide, het farmaceutisch bedrijf McKesson, betoogde dat het middel verkocht was in de veronderstelling dat het voor medische doeleinden gebruikt zou worden.

Arkansas wilde oorspronkelijk in elf dagen acht veroordeelden ter dood brengen, voordat de houdbaarheidsdatum verstreek van een ander bij executies gebruikt middel, midazolam. Er volgde een stortvloed aan rechtszaken, waardoor de ene na de andere executie afgelopen dagen werd opgeschort. De staat gaat in beroep tegen de uitspraak van de rechter in de zaak van het farmaceutisch bedrijf.

De doodstraf is in de VS op zijn retour. Een van de belangrijkste oorzaken ligt in het feit dat farmaceutische bedrijven niet langer geassocieerd willen worden met de straf. Dit betekent dat de middelen die bij executies per injectie worden gebruikt, schaars zijn geworden. De staat Arkansas voerde voor het laatst een executie uit in 2005.