Opinie

Europa moet dit China juist niet naar de mond praten

De Chinese ‘welwillendheid’ jegens Europa komt allereerst voort uit eigenbelang, meent . Het idee daarop al te gretig in te gaan is dom en gooit onze principes te grabbel.

De EU en Nederland zouden er goed aan zouden doen om een politieke draai van de VS naar China te maken. Dat betoogden Vincent Chang, Lily Sprangers en Frank Pieke, verbonden aan het LeidenAsiaCentre, vrijdag in NRC.

China reikt ons daartoe „welwillend” de hand en die moeten we grijpen, vinden ze. Ze schrijven dat we China meer „als partner” moeten zien dan „als rivaal”, en dat zoiets vereist dat we eindelijk eens ophouden onze „eigen kernwaarden” aan China op te dringen. Ze specificeren die kernwaarden niet, maar doelen ongetwijfeld op het belang dat de EU hecht aan mensenrechten en een goed functionerende rechtsstaat.

Het is alsof je de Chinese overheid hoort praten. De auteurs hebben onderzoek gedaan naar hoe Chinese overheidsvertegenwoordigers over Europa en Nederland denken en ze volgen in dit stuk wel heel kritiekloos de Chinese lijn. Dat is wonderlijk, want eerder zette Pieke zelf juist glashelder uiteen wat het gevaar is van meer Chinese invloed in Europa. Vorig jaar zei hij nog in de Volkskrant: „Ik krijg signalen dat er nu al Europese landen zijn die niet meer voor zichzelf kunnen spreken vanwege hun economische afhankelijkheid van China. Daar moeten we echt snoeihard tegen optreden.”

En nu zouden we zo’n grotere afhankelijkheid juist moeten opzoeken? Bijvoorbeeld door met een hoge officiële vertegenwoordiging aanwezig te zijn in Beijing op het forum Belt & Road? Dat valt niet te rijmen. Belt & Road, oftewel ‘de Nieuwe Zijderoute’, is een fluïde plan om Europa, Azië en Afrika nader tot elkaar te brengen door bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe wegen, vliegvelden en spoorverbindingen. Voor China is dat gunstig, want het helpt om het westen economisch te ontwikkelen en om overcapaciteit in te zetten buiten de eigen landsgrenzen. Het heeft ook het al genoemde politieke effect: landen die afhankelijker zijn van China, praten het land sneller naar de mond.

Maar is het plan niet ook gunstig voor Europa? Kunnen we er geen win-win-situatie van maken? Dat is nog niet zo makkelijk. Nu al is te zien dat het plan barsten maakt in de toch al zwakke eenheid van de EU. Vooral landen in Centraal-Europa spelen een grote rol in de plannen.

China wil met die landen één op één samenwerken, zonder bijvoorbeeld de Europese aanbestedingsregels of de belangen van de EU als geheel in overweging te nemen. Dat verleidt een deel van de EU-landen om zich steeds meer aan Chinese en steeds minder aan EU-normen te conformeren. Zij worden zo binnen de Chinese invloedssfeer getrokken en gaan zich steeds meer als vazalstaten van China gedragen.

Dat is natuurlijk ongunstig voor de EU. Moet Nederland dan halsoverkop op de voorste rij in Beijing gaan zitten uit angst anders misschien een voordeeltje mis te lopen? Gretigheid tegenover China maakt Nederland zwak, China misbruikt zulke gretigheid eerder dan dat ze die beloont.

En is de Chinese president Xi inderdaad zo’n voorvechter van vrijhandel en van open economische systemen? Was het maar waar. Xi gelooft niet in vrijhandel op zichzelf, hij gebruikt alleen de kansen die vrijhandel China op dit moment biedt om China’s internationale positie te versterken. China werkt aan ‘Made in China 2025’, een veelomvattend plan dat er op is gericht met staatssteun Chinese hightechbedrijven te ontwikkelen die de concurrentie met buitenlandse bedrijven aankunnen. Buitenlandse technologie moet in China zelf eerst worden vervangen door Chinese technologie, vervolgens gaan de bedrijven met die technologie de internationale markt op.

Dat is geen voorbeeld van een geloof in open markten en vrije concurrentie, dat is de manier waarop een natie zijn eigen industrie bevoordeelt voor het nationale belang. Oftewel: het is een echte China First-strategie.

Er zijn nog fundamentelere bezwaren tegen het betoog van de drie. Wij delen nog steeds veel meer opvattingen en belangen met de VS dan met China. Dan gaat het om vrije concurrentie, een principe waar de VS ook nu nog meer waarde aan hechten dan China ooit heeft gedaan.

Belangrijker nog zijn onze „eigen kernwaarden”. Wij geloven dat burgers rechtsbescherming behoeven tegen de willekeur van de staat, we geloven in vrijheid van meningsuiting en in persvrijheid. Daarvan is in China steeds minder sprake, en het zijn bepaald ook geen Chinese exportproducten. Als wij die waarden niet meer als universeel zien en als we meegaan in een in wezen racistisch betoog dat Chinezen nu eenmaal heel anders zijn dan wij, dan zullen we uiteindelijk ook niet meer in staat zijn die kernwaarden voor Europa en Nederland zelf te behouden.

Dat zou juist Pieke moeten inzien. Hij zei in 2016 over China: „We zien nationalisme en militarisering; een agressief expansionistische attitude tegenover het buitenland; de onderdrukking van andere meningen; en de sterke verbinding tussen de partij en grote industriële complexen. Als ik dat allemaal bij elkaar optel, begint dit toch wel heel erg op het nationaal-socialisme in de jaren dertig te lijken.”

Duidelijker kun je het niet maken: in de handen van zo’n China moeten wij onze toekomst niet leggen.