Wennen aan de eerste maand Tweede Kamer

Net begonnen

Ze voelen zich scholieren, dwalend door een groot gebouw waar ze de regels nog niet kennen. Maar veel tijd om te wennen is er niet. Hoe vergaat het de nieuwe Kamerleden?

David van Dam

Als de bel door het Tweede Kamergebouw galmt, valt Achraf Bouali (42) even stil. Hij luistert aandachtig. Na kort gezoem vertelt de oud-diplomaat verder, over zijn verbazing en ambities als nieuw Kamerlid van D66. Had de bel een minuut aangehouden, dan had hij moeten opspringen en zich naar de plenaire zaal moeten spoeden. Dat geluid midden op de dag betekent dat er een extra stemming wordt gehouden. En die mag je als Kamerlid niet missen.

‘De bel’ komt vaak ter sprake in gesprekken met nieuwe Kamerleden, die nu een maand bezig zijn wegwijs te worden in het parlement. 58 nieuwelingen legden op 23 maart de eed of de gelofte af. NRC sprak een tiental over hun eerste indrukken en ervaringen.

De bel doet Bouali, die als kind uit Marokko naar Nederland kwam, „denken aan de basisschool”. Kirsten van Hul (40), een van de nieuwelingen van de PvdA, voelt zich „die brugklasser van vroeger, met een veel te zware tas op zoek naar het volgende lokaal”.

Vraag nieuwe Kamerleden wat ze opvalt, en het gaat al snel over de onoverzichtelijkheid van het complex, dat deuren en trappen heeft waar je ze niet verwacht en is verdeeld in gebouwen die Hotel of Koloniën heten.

Of het gaat over de van buiten niet altijd begrijpelijke regels en procedures, zoals de morse-achtige code van de bel. Of over hoe je met lobbyisten en journalisten omgaat.

Maar toen ik hier kwam, bleek zoiets te bestaan als een procedurevergadering. Daar had ik echt nog nooit van gehoord.

Daniel Koerhuis (35), een van de twaalf nieuwe VVD’ers, dacht de weg wel aardig te weten. Hij kwam als ambtenaar van het ministerie van Financiën vaak in de Kamer, toen Wouter Bos (PvdA) nog minister was. Tijdens debatten over de bankencrisis – ABN Amro, SNS, IJsland – zat hij in de ambtenarenbankjes achter in de zaal. Hij had alle partijklasjes gedaan en regelmatig contact met mensen als Stef Blok en Halbe Zijlstra. „Maar toen ik hier kwam, bleek zoiets te bestaan als een procedurevergadering. Daar had ik echt nog nooit van gehoord.”

In die procedurevergadering van de commissie Wonen moest hij meteen bepalen welke onderwerpen er allemaal controversieel verklaard werden, zodat de onderhandelaars aan de formatietafel daar vrij spel in hebben.

De meeste debutanten hebben de nodige relevante ervaring, als ambtenaar, fractiemedewerker of lokale volksvertegenwoordiger, of omdat ze vanuit hun vorige functie anderszins met de politiek te maken hadden. Farid Azarkan (45) van Denk was als manager voor het Rijksvastgoedbedrijf bijvoorbeeld nauw betrokken bij de aanstaande verbouwingsplannen van het Binnenhof. „Ik zal hier niet snel verdwalen.”

Overweldigend

Toch is de hoeveelheid indrukken voor veel nieuwe Kamerleden overweldigend. Frank Futselaar (37) was voor de SP gemeenteraadslid in Zwolle en eerder Statenlid. Dat waren bijbanen naast zijn werk als leraar op de hogeschool. „In de lokale politiek leer je wel dossiers lezen en debatteren, maar dit is echt een andere league. Ik speelde amateurvoetbal en sta nu in de basis van de eredivisie.”

Corrie van Brenk (58) stapte recent over van de ambtenarenbond AbvaKabo – en van de PvdA – naar de fractie van 50Plus. „Ik heb me als ik hier in mijn vorige rol kwam altijd verbaasd over hoe weinig een gemiddeld Kamerlid wist van de dossiers waar ik me druk over maakte. Maar nu ik hier zit snap ik het. Wat komt er veel op je af! Het aantal stukken, de brieven en mails die binnen stromen. En een dag loopt nooit zoals je verwacht en vergaderingen worden steeds verplaatst.”

Zihni Özdil (35) van GroenLinks was na een paar weken al „bekaf”. Hij trapte in de val waar meer nieuwe parlementariërs in trappen: te enthousiast en te snel veel te veel willen doen. De voormalig universitair docent en columnist van NRC kreeg een brede portefeuille: hoger onderwijs, mbo, pensioenen, arbeidsmarkt en werkgelegenheid. „Ik wilde op die dossiers álle vergaderingen meemaken, ging ter voorbereiding álle stukken lezen. En probeerde ook met zo veel mogelijk mensen in het land af te spreken.”

Het viel anderen in de fractie al snel op dat hij slecht sliep. Na een ochtendje rust probeert hij nu „het kaf van het koren te scheiden” en zijn dagen beter in te delen. „Dossiers lezen moet ik voortaan maar in het weekend doen.”

Trucjes leren

De hoeveelheid werk verschilt nogal per persoon. Omdat de Kamer zo veel onderwerpen controversieel heeft verklaard tot er een nieuw kabinet zit, hebben mensen in grote fracties niet heel veel te doen – zeker niet als zij worden omringd door veel mensen met ervaring. Anne Kuik (30), die voor het CDA de Groningse gemeenteraad ruilde voor Den Haag, heeft een forse portefeuille: de langdurige zorg. Maar haar dagen bestaan uit rustig „inwerken, inlezen, kennismakingsgesprekken”. En de trucjes leren. „Het schijnt dat als je bij een debat in een kleinere zaal het eerste het woord wilt, je een kwartier eerder moet komen om te zorgen dat je naast de voorzitter zit.”

De weken van nieuwe Kamerleden zijn nu langer dan die van hun ervaren collega’s, want op maandag en vrijdag worden interne cursussen gegeven. Over het reglement van orde, waarin de wettelijke procedures worden beschreven. Bijvoorbeeld: het documentatiesysteem, de rol van Den Haag in Europese besluitvorming en ook ‘Protocol’. Daar worden vragen beantwoord als ‘Hoe spreek je de koning aan?’ en ‘Moet je als vrouw nu links of rechts lopen bij een kranslegging?’

Daarnaast hebben ervaren fracties interne klasjes. Bij D66 heeft het hoofd woordvoering laatst een hoofdstuk uitgedeeld uit het boek Pluche van Femke Halsema, waarin zij beschrijft hoe een gezellig en schijnbaar onschuldig gesprek met een journalist opeens voorpaginanieuws werd.

Besluitenmachine

SP-nieuwelingen zijn gewaarschuwd voor lobbyisten en de politiek assistenten van bewindspersonen. Sta open, maar wees op je hoede, legde Kamerlid Michiel van Nispen zijn zeven verse fractiegenoten uit. „Het is gebruikelijk dat zij je bellen of opzoeken voor de behandeling van een wetsvoorstel. Heet ze hartelijk welkom, maar realiseer je dat zij vooral politiek bedrijven. Vertel dus niet alles wat je in een debat wil inbrengen.”

Bij het CDA geeft Pieter Omtzigt een paar lessen over effectief Kamerlidmaatschap. „Mensen denken vaak dat dit een debatarena is, maar het is een besluitenmachine”, zegt hij. „Als Kamerlid moet je daarom zorgen dat je beter dan wie ook weet wanneer je welke parlementaire instrumenten moet inzetten, om informatie te krijgen, een debat aan te vragen, enzovoorts. Anders stuurt de regering je steeds het bos in.”

Hij herkent direct of bijvoorbeeld schriftelijke vragen zijn bedoeld om aandacht te trekken of om effectief te zijn. „Als je echt scherpe vragen wilt stellen ben je vijf à zes uur bezig. Het is een grote misvatting dat je het werk hier in binnen een maand onder de knie hebt.”

Toen Omtzigt in 2003 zelf in de Kamer kwam, stapte hij in een draaiende fractie van 44 man. Dit keer zijn er Kamerleden „die al een maidenspeech hebben gegeven over een wetsvoorstel waar ze twee dagen eerder het bestaan niet van kenden”.

Eén maidenspeech is nu al legendarisch, die van Theo Hiddema (73). Het nieuwe Kamerlid van de nieuwe partij Forum voor Democratie. Begin deze maand maakte hij zijn debuut in een debat over discriminatie, dat hij aangreep om zich te verwonderen over de „klaag- en klikindustrie” van discriminatiemeldpunten. Wat hem betreft konden al hun rapporten in de prullenbak.

Achter het spreekgestoelte is strafpleiter Hiddema op zijn plek, maar verder maakt hij een wat verdwaalde indruk in de Kamer. Maar hij neemt zijn werk „uiterst serieus” zegt hij, „al betracht ik ook de nodige ironie en lichtvoetigheid”. Extra lastig is dat ook partijleider Thierry Baudet geen Kamerervaring heeft, anders dan dat hij hier weleens een petitie of burgerinitiatief kwam verdedigen.

In datzelfde discriminatiedebat als Hiddema debuteerde een bloednerveuze Femke Merel Arissen (33) van de Partij voor de Dieren. „Het hart bonkte in m’n keel.” Het ging goed, zegt ze, dankzij praktische adviezen van ervaren fractiegenoten. „Als je van papier leest moet je maximaal twee alinea’s per bladzijde afdrukken, en alleen bovenin. Dat voorkomt dat je steeds met je hoofd wegzakt. Gouden tip!”