Cambodja pakt nepweeshuizen aan

Volgens onderzoek van de Cambodjaanse overheid heeft 80 procent van de kinderen in weeshuizen nog familie.

Foto: Samrang Pring/ Reuters

Cambodja wil nepweeshuizen in het land sluiten. Het Zuidoost-Aziatische land wil volgens Reuters het komende jaar minstens 3.500 niet-wezen herenigen met hun familie. Uit onderzoek blijkt volgens de overheid dat 80 procent van de kinderen in weeshuizen familie heeft. Bij de aanpak van de nepweeshuizen, die mede zijn opgekomen door het groeiende toerisme in de regio, krijgt Cambodja hulp van Unicef.

Kinderen die in Cambodjaanse weeshuizen terechtkomen worden daar vaak gebracht door families die niet meer voor hen kunnen zorgen. 17 procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens. In het land zijn de afgelopen jaren veel weeshuizen geopend. Volgens cijfers van de overheid zitten er 16.579 kinderen in 406 weeshuizen.

Uitbuiting

Weeshuizen beloven families onderwijs en een betere toekomst voor de kinderen, maar volgens mensenrechtenactivisten worden de kinderen er juist verwaarloosd en uitgebuit. Dat sprake is van verwaarlozing gaf de Cambodjaanse minister van Sociale Zaken, Vong Sauth, donderdag ook toe bij de aankondiging van het plan.

Volgens Unicef, het kinderfonds van de Verenigde Naties, is armoede geen rechtvaardiging om een kind in een weeshuis onder te brengen. Volgens de ambassadeur van Unicef in Cambodja, Debora Comini, zijn de kinderen in de weeshuizen kwetsbaar:

“Kinderen in ongereguleerde en ongeïnspecteerde instellingen lopen een groter risico op verwaarlozing, of om slachtoffer te worden van fysiek en psychisch misbruik of mensensmokkel.”

De groei van het aantal weeshuizen is mede het gevolg van het toenemende toerisme in de regio. Toeristen kunnen op bezoek bij de weeshuizen, geven donaties of doen vrijwilligerswerk waarbij ze de weeshuizen betalen.

De Nederlandse documentairemaker Eline Bodbijl maakte in 2015 een film over weeshuizen in Cambodja. Zij ontdekte dat vrijwel alle Cambodjaanse weeshuizen draaien op giften van buitenlandse vrijwilligers en donateurs. De weeshuizen waren er volgens haar vaak met opzet slecht aan toe: dan geven toeristen meer.

“In sommige weeshuizen mocht je ook gewoon even een kind meenemen, zonder ook maar iets aan informatie of identificatie achter te laten. ‘We nemen er eentje mee, voor een uitje’, zeiden wij. ‘Dat is goed, welke wil je?’ was het antwoord.””