Zwart, glanzend weekdier met penisvormige kop eet rot hout

Voor het eerst hebben biologen een levende reuzenpaalworm onderzocht – een raar beest, met een rare manier van voedsel verteren.

De reuzenpaalworm, een van de meest bizarre dieren op aarde Foto Marine Science Institute

Het is een van de meest bizarre dieren op aarde. Een zwart, glimmend, wormachtig beest van anderhalve meter lang. Zijn kop is penisvormig, aan zijn achterste bungelen twee buisjes en twee gekke stokjes.

Ziehier de reuzenpaalworm – die geen worm is, maar een schelpdier. Op zijn kop draagt hij twee kleine schelpjes waar hij mee kan graven, net zoals de boormossel. Voor de rest is zijn lichaam onbeschermd. Hij maakt wel een koker van kalk om zich heen als hij zich ergens ingraaft. Zulke kalkbuizen, die eruit zien als slagtanden van een walrus, vind je her en der in musea. Maar levende exemplaren van deze soort waren nog nooit onderzocht. Tot nu. Een team van biologen uit de VS, Frankrijk en de Filipijnen schreef er maandag over in het tijdschrift PNAS.

De soort komt voor in de Filipijnen, Indonesië en Maleisië. Dit exemplaar was gevonden op het eiland Mindanao in de Filipijnen. Het dier blijkt nog raarder dan gedacht. Het eet niet, het heeft zelfs geen darmstelsel. Het leeft van de verteringsproducten van bacteriën die zelf zwavelverbindingen eten, in rottend sediment.

Paalwormen zijn in onze streken berucht, want ze boren gangen in hout. Onze eigen paalworm, een klein neefje van de tropische reuzenpaalworm, eet zich een weg door houten palen, kustverdedigingswerken en scheepsrompen. Vooral in vroeger eeuwen was dat voor ons een probleem; Venetië worstelt er nu nog mee. De reuzenpaalworm (Kuphus polythalamia) van de Pacifische eilanden is wat dat betreft onschuldig: hij leeft van rottend hout dat zich heeft opgehoopt in ondiepe lagunes. Daar graaft hij zich verticaal in met behulp van de scherpe schelpjes op zijn kop, terwijl hij zijn gang met kalk bekleedt; hij ademt met de buisjes aan zijn achterste. Als er gevaar dreigt, trekt hij zijn adembuisjes in en dekt ze af met de kalkklepjes die ernaast bungelen.

Maar het bijzonderst is hoe hij zich voedt. Verwante paalwormen eten hout; ze krijgen bij de vertering hulp van speciale bacteriën die in hun lichaam leven en het hout afbreken tot suikers die hun gastheer kan verteren. De reuzenpaalworm leeft ook samen met bacteriën die hem suikers leveren, maar zijn bacteriën eten zwavel, afkomstig uit het rottingsgas uit het dode hout op de zeebodem.

„Die voedingswijze vind je ook bij andere schelpdieren in lagunes”, vertelt Jeroen Goud, weekdierenexpert bij Naturalis Biodiversity Centre, die niet bij dit onderzoek betrokken was. „Het bijzondere in dit geval is dat je binnen één verwante groep, de paalwormen, de beide verteringsvormen aantreft.”

De zwavelvertering heeft zich ontwikkeld uit de houtvertering, vermoeden de onderzoekers. Ze denken dat de complexe zwavelgevoede ecosystemen rond heetwaterbronnen in de diepzee, de hydrothermal vents, zich wellicht ook eerst hebben ontwikkeld als houtverterende systemen.

„En het is natuurlijk ook bijzonder dat deze bizarre beesten nu voor het eerst zijn onderzocht”, merkt Goud op. Losse onderdelen zijn al wel langer bekend, maar het verzamelen en conserveren van het hele beest valt niet mee. Daardoor kon de reuzenpaalworm zo lang een mysterie blijven, vermoedt hij. „Die rottende lagunes zijn onder biologen minder populair dan bijvoorbeeld koraalriffen”, zegt hij, „en je moet zo’n gebied goed kennen. Het is geen toeval dat er een lokaal instituut aan dit onderzoek heeft meegedaan.”