Zo’n voortvluchtige crimineel zit vaak gewoon thuis

Strafontduiking

Duizenden veroordeelde criminelen ontlopen hun gevangenisstraf. Dat kan hier veel te gemakkelijk, blijkt uit een nieuw rapport.

Het Haagse politieteam Executie Vonissen Afgestraften (EVA), gespecialiseerd in de opsporing van veroordeelde criminelen, valt een Turks café in de Schilderswijk binnen. In het pand bevindt zich een drugscrimineel. Hij is tien jaar geleden veroordeeld voor drugssmokkel, maar zijn 2,5 jaar gevangenisstraf heeft hij nooit uitgezeten. Een succesje voor team EVA, maar ook een pijnlijke constatering: de man kon jarenlang zijn gevangenisstraf ontlopen.

Het voorbeeld hierboven komt uit het rapport De onvindbaren, dat deze donderdag gepubliceerd wordt. Criminoloog Yvette Schoenmakers en collega’s deden onderzoek naar voortvluchtige criminelen in Nederland, in opdracht van het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap. Ze analyseerden een databestand van ruim 11.000 voortvluchtigen, en bestudeerden 27 strafdossiers van inmiddels opgespoorden. Ze interviewden politiebeambten, medewerkers van het OM, reclassering, Centraal Justitieel Incassobureau en Dienst Justitiële Inrichtingen. Zo uitgebreid werden voortvluchtigen in Nederland niet eerder onderzocht.

Uit het rapport blijkt: duizenden in Nederland veroordeelde criminelen ontlopen jarenlang hun gevangenisstraf. Ze zitten soms gewoon thuis, of ze verblijven bij kennissen. Vooral voortvluchtige criminelen met gevangenisstraffen van minder dan vier maanden worden nauwelijks opgespoord. Van 1.690 voortvluchtigen verjaart de opgelegde gevangenisstraf volgend jaar.

Drie smaken

Bij aanvang van het onderzoek, zomer 2015, waren 11.167 criminelen voortvluchtig. Wie zijn deze mensen? Voortvluchtigen zijn er in „drie smaken”, zegt politieman Herman de Wit, teamleider van het Fugitive Active Search Team (FAST) NL, belast met de opsporing van voortvluchtigen. Dat zijn de sociaal zwakkeren (verslaafden, daklozen, mensen die hun leven niet op orde hebben); opportunisten (ze hebben vaker gezeten en gokken dat ze niet gepakt worden) en, de derde groep, de doorgewinterde criminelen.

Samen vormen ze een piramide. Onderaan zit ongeveer driekwart, met een openstaande straf van maximaal twee maanden: de dealers, zakkenrollers en geweldplegers. Daarboven komt een laag van zware criminelen: drugscriminelen, overvallers, straatrovers. En aan de top: de mensenhandelaren, moordenaars en zedendeliquenten. Zeven hebben een gevangenisstaf van meer dan tien jaar uitstaan.

Verdachten tegen wie de rechter en de officier geen ernstige bezwaren hebben, mogen in vrijheid hun proces afwachten. De rest zit in het huis van bewaring in afwachting van het vonnis van de rechter. Als de verdachte een gevangenisstraf krijgt opgelegd, wordt van hem verwacht dat hij zich meldt bij de penitentiaire inrichting. Veroordeelden die niet komen opdagen, krijgen thuis een bezoekje van de politie.

Die agenten nemen in de regel drie maanden de tijd om drie keer langs het huisadres van de veroordeelde crimineel te gaan. Het probleem: vaak kloppen de adressen die de agenten meekrijgen niet. En – volgens het rapport minstens zo erg – de politieagenten uit de basisteams nemen die taak niet altijd even serieus. Schoenmakers: „Sommige agenten denken dat ze het traceren van deze mensen even tussen de klussen door kunnen doen. Aanbellen en weer weg. Dit hoort een core business van de politie te zijn.”

Sommige agenten denken dat ze het traceren van deze mensen even tussen de klussen door kunnen doen. Aanbellen en weer weg

Als het basisteam geen succes boekt, komt een veroordeelde crimineel terecht in het landelijke opsporingsregister OPS. Criminelen die driehonderd dagen gevangenisstraf of meer hebben openstaan, worden opgespoord door FAST NL. Den Haag en Rotterdam hebben politieteams gespecialiseerd in het opsporen van voortvluchtige criminelen met kortere gevangenisstraffen. In andere regio’s lopen voortvluchtige criminelen in het beste geval tegen de lamp bij een verkeerscontrole, zegt Schoenmakers.

Investeren

Volgens Henny Sackers, hoogleraar sanctierecht aan de Radboud Universiteit, moeten politie en justitie meer investeren in het opsporen van deze kleine criminelen. Een strafrechtsysteem waarin de veroordeelde zijn straf zo gemakkelijk kan ontlopen, zegt Sackers, „tast elke vorm van geloofwaardigheid aan”. Officieren van justitie en politierechercheurs drinken in het café een pilsje als een verdachte veroordeeld is, zegt Sacks, maar verliezen daarna alle belangstelling. Sackers: „Op dat moment knijpt de crimineel ertussenuit.”

Officieren van justitie en politierechercheurs drinken in het café een pilsje als een verdachte veroordeeld is, maar verliezen daarna alle belangstelling

Volgens Sackers moet de politie na de veroordeling betrokken blijven: „De rechercheurs die een zaak draaiden kennen de criminelen goed. Ze weten waar ze uithangen en kennen hun netwerken. Blijf ze volgen tot ze gevangen zitten.”

Frank Paauw, chef van de politie Rotterdam, vindt dat de hoogleraar te veel „vanuit de studeerkamer” redeneert. Onze rechercheurs hebben het heel druk, zegt Paauw, maar politie en justitie doet inmiddels wel veel om de „prestaties” te verbeteren. Zo zijn er verschillende initiatieven genomen om de opsporing van voortvluchtigen beter te maken: de adresgegevens van veroordeelden worden nauwkeurig in één systeem bijgehouden en er zijn speciale regionale teams die de opsporing voor hun rekening nemen. Paauw: „Wij hebben de afgelopen jaren echt niet met de voeten op de verwarming gezeten.”