Zelfs bij de Noordpool drijft plastic

Plastic afval

In de Noordelijke IJszee drijven honderden tonnen aan piepkleine stukjes plastic afval, afkomstig uit Europa en Noord-Amerika.

In het kwetsbare Noordpoolgebied, zoals rond Spitsbergen, wordt het plastic nog langzamer afgebroken dan in warmer water. Het is er bijna niet uit te filteren en het hoopt zich op in plant, dier en ijs. Foto iStock

Zelfs in de Noordelijke IJszee, ver weg van menselijke bewoning, drijven honderden tonnen plastic afval. Het is grotendeels afkomstig uit Noord-Amerika en Europa. In de loop der jaren is het afgebroken tot circa 300 miljard plasticdeeltjes ter grootte van een rijstkorrel. Dat schrijft een internationaal onderzoeksteam deze week in Science Advances.

Dat er veel plastic in zee drijft, is al langer bekend. Jaarlijks komt er wereldwijd naar schatting meer dan 10 miljoen ton bij. Veel onderzocht is bijvoorbeeld de beruchte Great Pacific Garbage Patch in de Grote Oceaan, waar plastic zich heeft verzameld over een paar miljoen vierkante kilometer. „Maar de poolzeeën zijn wat dat betreft nog een blinde vlek op de kaart”, vertelt Erik van Sebille, oceanograaf aan de Universiteit Utrecht. Hij werkte mee aan het onderzoek.

Deze nieuwe gegevens zijn verzameld tijdens een Frans-Spaanse expeditie met een grote zeilboot die de hele wereld is rondgevaren om zeewater te bemonsteren. Van Sebille was zelf niet mee; hij heeft meegeholpen met het modelleren van de zeestromen.

„Ik maak statistische modellen die beschrijven hoe je van elk punt in de oceaan drijvend naar een willekeurig ander punt kunt komen”, vertelt Van Sebille. Daarbij maakt hij gebruik van gegevens van zo’n 20.000 losse boeien, voorzien van gps-zenders, die wetenschappers de afgelopen dertig jaar wereldwijd in zee hebben gezet. Samen brengen die het patroon van zeestromingen in kaart. Het project is een internationale samenwerking: de grootste financier is de Amerikaanse National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA), maar ook ons eigen KNMI betaalt mee.

„Zo hebben we precies kunnen bepalen waar het plastic in de Noordelijke IJszee vandaan komt”, zegt Van Sebille. Noord-Amerika en Europa zijn de schuldigen. De Golfstroom, die vanuit de Golf van Mexico naar Noord-Europa stroomt, voert het drijvende plastic mee dat veelal via rivieren in zee is beland. De Golfstroom eindigt in de Noordelijke IJszee, waar het relatief warme water afkoelt, naar beneden zakt en terugstroomt naar de evenaar. Maar het plastic zakt niet mee naar beneden. Het blijft gevangen in de eeuwige cirkelbeweging van het poolwater. En omdat het water daar zo koud is, breken micro-organismen het plastic nog langzamer af dan in warmere wateren.

Het plastic vormt een gevaar voor al het leven in zee, schrijven de auteurs van het artikel in Science Advances. Vissen, zeevogels en zoogdieren slikken de deeltjes in, waardoor hun spijsvertering verstopt raakt en ze schadelijke stoffen binnenkrijgen. Die stoffen hopen zich op in de voedselketen. Ze komen ook rechtstreeks uit de plasticdeeltjes in het zeewater terecht.

Er is weinig aan te doen, vreest Van Sebille. „Je kunt het plastic er bijna niet uit filteren. Het heeft dezelfde grootte als veel plankton, zoals kreeftjes.” En het zit deels ingesloten in algen, ijs en zeedieren.

De enige oplossing is het probleem bij de bron aanpakken, aldus Van Sebille: zorgen dat er minder plastic in zee terechtkomt. „Het is toch raar dat Noord-Amerika en Europa hun afvalverwerking niet beter onder controle hebben”, zegt hij. „De bedoelingen zijn goed, maar er glipt blijkbaar nog heel veel door het systeem heen. Daar moeten we echt wat aan doen. Het kan toch niet zo zijn dat wij met ons afvalprobleem dat fragiele Arctische ecosysteem nog verder onder druk zetten?”