Verlies Ahok in Jakarta is triomf radicale moslims

De christelijke Ahok is niet herkozen als gouverneur van de Indonesische hoofdstad Jakarta. Wordt het land minder tolerant?

Als de gouverneursverkiezingen van Jakarta een testcase zijn voor hoe tolerant ’s werelds grootste moslimland is, zoals zittend gouverneur Basuki Tjahaja Purnama vooraf stelde, dan heeft de tolerantie woensdag verloren. Het is de christelijke Ahok, zoals hij ook wel bekend staat, niet gelukt te worden herkozen. Zijn rivaal, moslimkandidaat Anies Baswedan, gaat volgens doorgaans betrouwbare exitpeilingen voorop met bijna 58 procent van de stemmen in een verkiezing die niet alleen de ruim 11 miljoen inwoners tellende metropool, maar heel het land diep heeft verdeeld.

De uitslag is daarmee vooral een triomf voor de radicale moslims. De afgelopen maanden voerden zij een ongekend harde campagne tegen de etnisch Chinese Ahok. De christelijke gouverneur moest zich verweren tegen een stortvloed aan nepnieuws, racisme maar bovenal de beschuldiging van blasfemie. Zo probeerden hardliners als het Front van de Verdedigers van de Islam de strijd om het gouverneurschap terug te brengen tot een kwestie van religie. Een boodschap die kracht werd bijgezet in moskeeën door heel de stad.

Die strategie van intimidatie lijkt te hebben gewerkt. Volgens peilingen van het Saifulmujani Institute stemde meer dan 35 procent van de Baswedan-kiezers voor de oud-minister van Cultuur en Onderwijs omdat hij een moslim is. Gevreesd wordt dat hiermee de toon is gezet voor opkomende gouverneursverkiezingen elders in Java volgend jaar, maar vooral ook de presidentsverkiezingen in 2019. Baswedan wordt gesteund door de partij van Prabowo Subianto, de omstreden oud-generaal die in 2014 verloor van president Joko ‘Jokowi’ Widodo. Die toonde toen al er niet voor terug te deinzen etnische en religieuze sentimenten te bespelen. Zijn campagneteam verspreidde de roddel dat Jokowi eigenlijk een christen van Chinese komaf zou zijn.

Geliefd onder de bevolking

Subianto heeft meermaals laten doorschemeren het in 2019 opnieuw tegen Jokowi te willen opnemen. Met het vertrek van Ahok, zijn partijgenoot en voormalig vice-gouverneur, verliest de president een belangrijke bondgenoot in de hoofdstad. Beiden staan voor een nieuwe, schone vorm van politiek waarbij transparantie en corruptiebestrijding voorop staat. Dat leverde hen politieke vijanden op, maar maakte hen ook geliefd onder de bevolking.

Tot een paar maanden geleden leek Ahok dan ook verzekerd van een tweede termijn. Maar door een onhandige uitspraak over een koranvers werd hem blasfemie verweten en gaf hij moslimhardliners de munitie die zij nodig hadden om hem uiteindelijk ten val te kunnen brengen.

Betekent zijn verlies dat Indonesië minder tolerant is geworden? Nee, dat niet. In de eerste ronde in februari kwam Ahok nog als winnaar uit de bus, maar met onvoldoende stemmen om een tweede ronde te voorkomen. Wat deze verkiezingen wel laten zien, is dat religie in Indonesië een handzaam politiek wapen is.

Voor de zittend gouverneur is de uitslag een harde klap. De afgelopen weken leek de grootste storm rondom de blasfemiezaak juist te zijn overgewaaid, in de peilingen krabbelde hij omhoog. Maar in een persconferentie naderhand zei Ahok niet lang bij de uitslag stil te willen blijven staan: „Dit is hoe God het wil.”

Wat overblijft is een mogelijke veroordeling voor het aanzetten tot conflict – en niet voor ‘religieuze blasfemie’. Donderdag eiste het openbaar ministerie dat Ahok een jaar de cel in moet als hij binnen twee jaar nogmaals in de fout gaat.’