Column

Tweede Paasdag

Marcel

Tweede Paasdag, kraamvisite. Een vriend, zijn vrouw en hun kind van zes. Het idee was ‘lammetjes kijken’ en ‘koetjes aaien’. De boerderij in kwestie gaf een dag eerder op de sociale media al ‘code oranje’, wat betekende dat ze zelf dachten dat er wel eens rijen voor de stallen konden zijn.

Eerst koffie, de baby ging van hand tot hand. Met de vriend besprak ik in steekwoorden nog even Ajax-Schalke. Ik vond het aantrekkelijke voetbal geen reden om Peter Bosz opeens geen eikel meer te vinden.

Geknoei met limonade – gegil – volle luier – gegooi met speelgoed – verkeerd gekeken op het internet, vooral dat. Lammetjes kijken en koetje aaien was niet vanaf, maar tot 15.00 uur.

De zesjarige stortte zich zo woedend op de grond dat die van ons ook begonnen. De ouders trokken het lijfje omhoog, maar daarna zakte het weer in elkaar. De vrouw van mijn vriend zei dat ze dan naar Paleis Soestdijk wilde, ze wist zeker dat daar paaseitjes waren verstopt.

Ze gingen met getoeter.

In plaats van met een hele kudde rondom de lammetjes zaten we weer met elkaar.

Ik herinnerde me net op tijd de posters van de vlooienmarkt in de sporthal bij de ijsbaan. Voor we alles in de karren hadden, waren we een half uur verder.

Zwijgend door het park.

De vrouw in het kassahok zei dat ze de kleintjes niet ging meetellen, werd het zeven euro in totaal.

Muffe lucht, mensen met incomplete gebitten. Een half servies voor acht euro, een vleesvork met als handvat een hertenpoot, kinderkleertjes een euro per stuk. We wilden niets, de vriendin wilde weg, maar even later moesten we wegens doorlekken acuut een broekje. Die van de kinderkleertjes verviervoudigden de prijs, handel. Even later stroopte ik het textiel op een pingpongtafel over de schoppende beentjes.

Door mijn hoofd schoot alles voorbij: beschuitje smeren – lammetjes kijken – koetje aaien – eitjes zoeken – rommelmarkt. Die vriend belde, ze kwamen nog een keer.

Ooit.

Ik moest ophangen, alles jengelde.

Op de weg naar huis nam de vriendin een foto voor later, van ons onder de roze bloesem in het park.

Ik zei dat het, als alles gevoed was, misschien dan eindelijk oorlog in Noord-Korea was, maar toen de televisie aanging moesten we het doen met Turks getoeter.

Mijn moeder belde, ze had al een week last van belletjetrekkers. Ze hoopte dat ik snel naar Velp kwam om er een te vangen.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.