Onbelaste schadevergoeding

Twee politieagenten. Twee gevallen van (im)materiële schadevergoeding voor leed dat is veroorzaakt onder werktijd. En twee gelijktijdige uitspraken van de Hoge Raad met eenduidige conclusie: de vergoeding is geen loon en valt niet onder de heffing inkomstenbelasting. In de ene zaak ging het om een agent die tijdens zijn werk tot twee keer toe ernstig letsel had opgelopen. Hij kreeg 15.000 euro netto compensatie, ook omdat zijn carrière na de incidenten volledig was gestrand. In het andere geval was er de brigadier, die in functie een dwarslaesie opliep met blijvende verlamming. Hij kreeg een immateriële schadevergoeding van 283.000 euro, waarvan ruim de helft aan loonheffing werd ingehouden. Later kreeg de man ook nog een vergoeding voor de materiele schade die hij ondervond door zijn invaliditeit. Ook hierover werd loonheffing afgedragen. In beide gevallen is er volgens de Hoge Raad sprake van compensatie voor het leed dat de politiemannen is aangedaan. De vergoeding wordt niet als beloning ervaren en vindt niet haar grond in het dienstverband. Zij kan dus niet worden bestempeld als loon uit dienstbetrekking.

Bovendien, zo merkt de Hoge Raad in de tweede zaak op, leidt het feit dat het werk als politieagent nu eenmaal risico’s met zich meebrengt, niet automatisch tot de conclusie dat de schadevergoeding in de sfeer ligt van het dienstverband. De Belastingdienst krijgt tweemaal ongelijk: de vergoedingen zijn onbelast.

www.rechtspraak.nl ECLI:NL:HR:2017:529 en ECLI:NL:HR:2017:536