Column

Met keizerpinguïns naar dromenland

Waarom zou March of the Penguins 2, deze week in de bioscoop, iets nieuws melden? Dat willen we helemaal niet. We willen de keizerpinguïns gewoon opnieuw als koddige soldaatjes over de ijsvlakten van Antarctica zien waggelen. De mannetjes zien samenscholen in de gure poolnacht, een ei onder de buikplooi. Romantisch klassiek erbij, wegdromen maar.

Dat wegdromen is aanvankelijk nog best lastig door Thomas Acda’s volkse, schelle vertelstem: een loodgieter die uitlegt waarom je riool verstopt zit. Je hoort dan liever het zalvende pastoorstimbre van wijlen Jacques-Yves Cousteau, wiens stijl ik een tijdje geleden ten onrechte omschreef als „slap geleuter”. Het ging toen over natuurfilm Nature (1 bal), waar verteller van dienst Humberto Tan een verbale diarree over een ogenschijnlijk lukraak aan elkaar genaaide collage natuurbeelden goot: „Het leven … draait een simpel ritme. Zorgeloze dagen … onder een blauwe hemel …”

Je mag dat slaapverwekkend noemen, maar wat als het nu juist de bedoeling is om je in slaap te sussen? Dan deed Tan het prima en zat ik fout. Ik koesterde namelijk lang de misvatting dat je van natuurfilms iets opsteekt. Quod non: ze zijn meestal bedoeld je in een toestand van halfslaap te brengen waaruit je na negentig minuten verkwikt ontwaakt: de lengte van één slaapcyclus. Wat je zag, vergeet je meteen, als een mooie droom.

Noem het kampvuurfilms. Tien jaar geleden nam ik deel aan een riviercruise van Moskou naar Sint-Petersburg. Elke avond vertoonden ze op de partyboot een film over kerken en kloosters, met steeds die gouden koepels, iconen en berkenbossen. Een diepe Russische bariton kabbelde daar een woordenbrij overheen met veel ‘traditie’, ‘moederland’ en ‘erfgoed’. Veertig Russen knikkebolden avond na avond rond dat scherm. Niet verveeld, niet geboeid, gewoon vredig. Alsof ze rond een kampvuur zaten.

Kampvuurfilms draaien niet om plot maar om ritme, niet om opwinding maar om verwondering, niet om beleren maar om hypnotiseren. Ze zetten het denkproces stil, als een meditatie; het commentaar dient als mantra. Al snel zit je bij zo’n film met leeg hoofd in de sintels te staren.

Een kampvuurfilm als March of the Penguins 2 brengt de kijker met veel expertise onder zeil. Een voorbeeldje. In de menselijke slaapcyclus begint rond de 50ste minuut de fase van diepste slaap, NREM 4: hartslag en ademhaling vertragen dan. Is het toeval dat in deze film op de 50ste minuut pinguïn Keizer, voor wie het tot dan toe sappelen was, voor het eerst in zee duikt? Een magische wereld van azuur en ijs opent zich dan: alles oogt trippy, de teksten worden zweverig. „De zachte symfonie van zij die zingen in de diepte van de Oceaan”, lispelt Thomas Acda opeens. „Daarboven de koude kaken van het ijs, hier alleen lange, rustige stromen waarin je je mee kan laten voeren.”

Zwaar geschut: nu dommel je echt weg voor het IMAX-scherm. Kampvuurfilms als March of the Penguins 2 bieden hypnose, mentale massage en slaaptherapie in gestresste tijden.

Coen van Zwol is filmredacteur