Limburgse wetenschappers gaan op zoek naar ‘orkest van morgen’

Maastricht krijgt de primeur van een wetenschappelijk instituut voor de vernieuwing van de klassieke muziek. De philharmonie zuidnederland zal fungeren als „symfonisch laboratorium”.

In het onderzoek werkt philharmonie zuidnederland samen met de Universiteit van Maastricht en de Limburgse HBO-koepel Zuyd Hogeschool. Simon van Boxtel

In het vanmiddag gepresenteerde Maastricht Centre for the Innovation of Classical Music (MCICM) werkt philharmonie zuidnederland samen met de Universiteit van Maastricht en de Limburgse HBO-koepel Zuyd Hogeschool. Wat Stefan Rosu, intendant en bestuurder van het orkest, betreft gaat het zich richten op het internationaal in kaart brengen van bestaande vernieuwingen in de klassieke concertpraktijk - „dat beeld is nu nogal versplinterd” - en het experimenteren met andere vormen.

Het zuiden van Nederland is in de ogen van Rosu een ideale proeftuin. „We kennen enerzijds een van oudsher sterke muziekcultuur met talrijke koren en harmonieorkesten. Aan de andere kant bloeit de creatieve industrie en komen hier veel hoogopgeleide jongeren studeren.” Hoe dit jonge publiek veroveren, zonder het oude te verliezen, is al jaren de grote vraag in de klassieke muziek. Het MCICM wil daar vanaf januari als eerste studiecentrum in zijn soort - via onderzoek en experiment - wetenschappelijke antwoorden op geven. Bij die zoektocht naar „het orkest van morgen” kan het instituut gebruik maken van philharmonie zuidnederland als „symfonisch laboratorium”. De drie oprichters financieren het MCICM en de bijbehorende hoogleraar zelf, de eerste vier jaar ook nog gesteund door subsidies van provincie Limburg (400.000 euro) en gemeente Maastricht.