Deze coureur is veel te goed voor zijn auto

Formule 1

Fernando Alonso (35) is een tweevoudig wereldkampioen in een auto die hem niet waard is. De frustraties over de bijzonder slechte McLaren nemen toe.

Fernando Alonso tijdens de grand prix van Bahrein. Hassan Ammar/AP

Het is halverwege de race in de namiddaghitte van Bahrein als Fernando Alonso zijn frustratie niet langer kan verbergen. Jolyon Palmer en Carlos Sainz zijn hem op het rechte stuk zojuist gemakkelijk voorbijgegaan. „Ze lagen 300 meter achter toen ik aan dat rechte stuk begon”, zegt hij over de boordradio tegen zijn team McLaren. „Ik heb nog nooit met zo weinig vermogen gereden.” Hij pauzeert een seconde. „In mijn leven.” Vijftien ronden later begint zijn radioboodschap met een ‘bliep’. Nog een keer: „Hij zat – wat – 300 meter achter me?” Zijn team begint over ‘plan B’ en vraagt Alonso hoe het met zijn banden gaat. „Doe maar wat je wil man.” Twee ronden voor het einde moet hij zijn auto in de garage parkeren. Hij heeft de finish dit seizoen nog niet gehaald.

De Spanjaard, tweevoudig wereldkampioen, rijdt in een auto die zijn aanwezigheid met de race minder waard is. De tijd dat elke coureur bedelde om voor het grote McLaren uit te komen, lijkt een eeuwigheid geleden. De Britse renstal is een van de oudste teams in de Formule 1 – opgericht in 1966 – en een van de succesvolste, met acht constructeurstitels en twaalf wereldtitels voor hun coureurs. Nu is het team dat voor zijn auto’s dit seizoen nog zo hoopvol teruggreep naar de oranje kleur uit de glorieuze begindagen, het slechtste team van het veld. Drie races, maar één keer haalde een coureur het einde. Niet Alonso dus, maar zijn nieuwe teamgenoot, de Belg Stoffel Vandoorne.

Het Honda-drama

De problemen met de onbetrouwbare en onderpresterende motor van Honda lijken nog erger dan ze bij McLaren hadden verwacht. Daar dachten ze dat het niet slechter kon dan in 2015, toen de Japanners voor het eerst een motor leverden. Alonso en toenmalig teamgenoot Jenson Button moesten bij elkaar twaalf keer vroegtijdig hun race beëindigen en haalden in totaal maar zes keer de toptien. Cijfers die niet horen bij oud-wereldkampioenen.

Bij Vandoorne is de frustatie wat minder uitgesproken dan bij Alonso. Dat is ook logisch; de 25-jarige is nog maar net begonnen aan zijn eerste volledige seizoen in de F1. Al noemde Vandoorne de situatie bij het team in Bahrein wel „beschamend”, toen hij door problemen niet eens kon starten. Alonso heeft met zijn reputatie als een van de beste coureurs in de F1 en gezicht van het team meer ruimte om te klagen.

De situatie waarin Alonso nu zit past in de tragiek die kleeft aan de man die voorbestemd leek jarenlang de F1 te domineren. Zoals Michael Schumacher dat deed voor hem en Sebastian Vettel na hem. Alonso kwam in 2001 binnen bij Minardi en reed onder de hoede van Flavio Briatore, de Italiaan die hem in 2003 naar Renault bracht, waar hij in 2005 en 2006 wereldkampioen werd. In 2007 vertrok hij naar McLaren, dat toen met een motor van Mercedes nog een topteam was, maar dat werd een seizoen om snel te vergeten. Hij verloor de strijd met teamgenoot Lewis Hamilton, die bijna wereldkampioen werd in zijn debuutjaar, en de twee gingen ruziënd en elkaar saboterend uit elkaar. Alonso was genoodzaakt te kiezen voor een terugkeer naar Renault, ook al wist hij dat hij daar geen kampioensauto kreeg. In de vijf jaar daarna bij Ferrari was de auto ook niet goed genoeg voor die titel. Hij hoopte in 2015 dat er bij Mercedes een plekje vrijkwam, gokte en verloor. Nu zit hij alweer ruim twee seizoenen in een nachtmerrie bij McLaren.

Alonso wordt wereldkampioen in 2005:

Andere uitdagingen

Alonso is al 35. Schumacher won op zijn 35ste zijn laatste wereldtitel, net als Niki Lauda. Damon Hill was 36, Mario Andretti en Alain Prost 38. Juan Manuel Fangio was zelfs 46, maar dat was in 1957; andere tijden, andere auto’s. Maar als iemand het nog op leeftijd kan, dan is het Alonso.

Die moet nu zijn uitdaging ergens anders zoeken, hij moet het hebben van spaarzame lichtpuntjes. Zoals de dertiende startplek in Shanghai, waar hij zei als „een beest” te rijden, ver boven wat de auto op papier zou kunnen presteren. En als historie in de F1 zelf niet meer lukt, dan maar daarbuiten. Daarom ook de opmerkelijke beslissing de mooiste race van het jaar, die in Monaco eind mei, te laten schieten voor de Indy 500. Alonso mikt op de ‘triple crown’: winst in Monaco, de Indy 500 en de 24 Uur van Le Mans. Drie geheel verschillende disciplines. Alleen Graham Hill, de vader van Damon, slaagde daarin.

Bij een ander team zou het ondenkbaar zijn dat ze hun kopman zomaar laten gaan. Maar McLaren beseft dat dit zoethoudertje nodig is, als het Alonso tevreden wil houden. Deze week verschenen de geruchten dat Renault hem voor volgend seizoen wil binnenhalen. Dan maar een open relatie, om een scheiding te voorkomen.