Fort Oranje, caravans voor de havelozen

Brabantse camping

Het is er vuil maar de bewoners willen blijven. De burgemeester is zeer bezorgd: „Neem alleen al het feit dat de camping een aparte wijkagent heeft.”

Foto's Rien Zilvold

„Ik heb van niemand last”, zegt Peter (44). Hij woont op Fort Oranje, een camping in het Brabantse Rijsbergen, waar hij een stacaravan huurt. Het is in zijn leven „niet allemaal gelopen zoals ik had verwacht. Ik woon samen met mijn hond.” Peter wil best een baan. „Maar ik laat mijn hond niet alleen.” En dus bedankt hij voor werk zoals hij vroeger had: het opbouwen en afbreken van concerten en evenementen. „Guns N’ Roses bijvoorbeeld.” Dan zit hij liever in de bijstand. „Prima, toch?”

Fort Oranje ligt er verwaarloosd bij. Er staan weliswaar aardig opgeknapte chalets, met bloemen, een gazon en een vijvertje in de tuin. Hier en daar hangt was te drogen. Een Roemeens gezin is aan het barbecuen. Een kamper lapt zijn ramen. Maar een groot deel van het gigantische terrein wordt ontsierd door gore caravans, vol aangekoekte levensmiddelen en omvergetrokken wastafels en wc’s, met in de tuintjes weggegooide bankstellen, ijskasten en computers. De kantine, het zwembad en de speeltuin schreeuwen om een likje verf, al was het maar om obscene graffiti aan het zicht te onttrekken.

Een groot deel van het gigantische terrein wordt ontsierd door gore caravans

Er zijn hoopgevend veel bewoners die zich aanmelden voor de maandelijkse schoonmaakactie. Zoals die van komende zaterdag, die blijkens een aankondiging „in het belang” is van alle bewoners „om de negatieve tijd weg te werken”. De toch al slechte reputatie werd onlangs verergerd door een reeks tv-reportages van SBS. „Wij wilden meewerken om de mensen hier een stem te geven”, zeggen eigenaar Cees Engel en zijn zoon Jan. „Maar er kwamen alleen negatieve verhalen in beeld. Eigenlijk is zo’n programma bedoeld om de marktwaarde van de presentator omhoog te krikken. Hoe meer ellende, hoe meer adverteerders.”

Neergang door dreigende sluiting

De eigenaren van de camping spreken op hun eigen website van een „neergang” die acht jaar geleden is ingezet nadat burgemeester Leny Poppe-de Looff (CDA) van Zundert, waar Rijsbergen onder valt, was begonnen met acties „met als enige doel Fort Oranje te sluiten”. Het gevolg van de dreigende sluiting was dat „nagenoeg alle recreatieve gasten” hun biezen pakten. Wat ervoor in de plaats kwam, waren „kansarmen en veroordeelde criminelen”. Inmiddels zijn nog maar tweehonderd van de zevenhonderd plaatsen bewoonbaar, zegt Cees Engel. „We proberen er beetje bij beetje steeds meer op te knappen.” Er wonen ongeveer achthonderd mensen; vaste bewoners uit Nederland, Roemeense gezinnen, Bulgaarse seizoenarbeiders, Poolse arbeidsmigranten – en criminelen. „Zoals je in elke buurt criminelen hebt. Er is altijd wel een groepje dat het verpest voor anderen”, zeggen bewoners.

Foto’s Rien Zilvold

Een van die vaste bewoners is Frenk (50). Hij kent de camping sinds zijn tiende en woont er permanent. Naast hem is gisteren een groep Roemenen verdwenen. Ze stalen gereedschap uit de omgeving, verzamelden die in een tuinhuisje en brachten het naar hun vaderland. „Ze zijn opgepakt en weer vrijgelaten. Nu zijn ze weg.” Vroeger was iedereen gezellig aan het barbecuen en kon je bij overal langs, vertelt Frenk. „Samen maakten we sloten schoon. Dat is de laatste jaren niet meer gebeurd. Gelukkig gaat het nu weer wat beter, er is een positieve vibe.”

‘Maffia-achtige toestanden’

Campinghouder Cees Engel, voormalige vastgoedeigenaar en „krottenkoning” uit Rotterdam, zit kalm en zacht pratend achter de balie van de receptie. Hij heeft een kort geding aangespannen tegen demissionair minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA), dat deze donderdag dient in Den Haag. Asscher kwam in de verkiezingscampagne naar Rijsbergen, bezocht de camping en sprak via de aanwezige media van „maffia-achtige toestanden”. Stoere taal: „Criminelen mogen hier niet de baas zijn. De camping moet dicht en ik ga me inzetten om wetgeving te ontwikkelen om dit voor de burgemeester van Zundert snel mogelijk te maken.” De camping eist rectificatie van deze uitlatingen. Engel verwacht niet dat de rechter hem gelijk geeft. „Ze dekken elkaar toch allemaal.”

De burgemeester van Zundert voelde zich gesteund door de woorden van Asscher. Zij heeft het he-le-maal gehad met de camping. „Ik ben er al sinds mijn aanstelling in 2007 mee bezig. Het is een grote zorg.” Neem alleen al het feit dat de camping een aparte wijkagent heeft. „Waar bestaat dat?” Maak haar niet wijs dat de camping goed werk doet door kansloze gevallen op te vangen. „De eigenaar vertelt er niet bij dat hij de bewoners voor een paar honderd euro per maand uitzuigt.” Zundert zoekt een „duurzame oplossing” zodat de campinggasten een „veilige woonomgeving” hebben. „Maar in de praktijk is sluiting misschien de meest duurzame oplossing”, zegt de burgemeester. „Ik pleit voor wetgeving die dat mogelijk maakt.”

De sfeer is zo slecht nog niet op een doordeweekse avond. Een vrouw vertelt dat ze sinds december op de camping woont, min of meer op de vlucht voor haar ex-man die haar bedreigde en hun zoon bang maakte. „Hier voel ik me veilig.” Enkele familieleden wonen er ook. „Die zijn een paar jaar geleden hun huis uit gezet.” Een andere bewoner looft de „vrije natuur” met nachtelijk uilengeroep en „de vrijheid” zonder kleinburgerlijke buurmannen. Gezellig zou te veel gezegd zijn voor wat zich vanavond afspeelt op het kruispunt achter de slagbomen bij de ingang van de camping, maar „hier wordt nog echt geleefd”, zegt een vijftiger. Hij is de voormalige eigenaar van een pizzeria in Rotterdam, dakloos, en vorig jaar door de beheerder van de camping gevraagd hier te komen wonen en tegelijkertijd een oogje in het zeil te houden.

Hier wordt nog echt geleefd

Een Roemeen, een broodmagere veertiger in een grijs trainingspak, vertelt dat hij geen stroom meer heeft. „Dan moet je betalen”, is het antwoord. De Roemeen zwaait met zijn handen. „Ik krijg over drie weken geld op mijn werk.” Pech gehad. Eigenaar Engel wil nog wel eens coulant zijn, zeggen sommige bewoners, maar als je geen huur betaalt, wordt de stroom afgesloten. Een troep kinderen maakt ruzie omdat een van de meisjes is uitgemaakt voor hoer. „Ze is negen jaar. Ze weet niet eens wat dat is”, schreeuwt een jongen. Het scheldwoord is met viltstift op de glijbaan van het zwembad geschreven „Wie gaat dat schoonmaken?” vraagt een beheerder. „Ikke niet!” Kwaad lopen de kinderen achter elkaar aan. Even later staan ze met elkaar te dansen onder de bomen, op de tonen van een gettoblaster.