Duizenden tonnen staal voor groene stroom van zee

Wind op zee

De producent van stalen funderingen voor windmolens groeide in Roermond uit zijn voegen. Vanaf de Maasvlakte bedient het bedrijf nu de hele Noordzee.

In de assemblagehal van Sif op de Tweede Maasvlakte worden delen van funderingen voor windmolens aaneen gelast. Foto Rien Zilvold

Een nietig gevoel overvalt de bezoeker van de assemblagehal van Sif op de Tweede Maasvlakte. Niet alleen omdat de hal een halve kilometer lang is. Ook omdat de stalen ringen die er aan elkaar worden gelast, gigantisch zijn. Een handjevol mannen is aan het werk tussen de tonnen staal. Als de pijlers klaar zijn worden ze direct vanuit de hal op een installatieschip geladen dat ze naar een windmolenpark op de Noordzee brengt. Daar worden ze de zeebodem in geheid, als fundering voor een windmolen. Elke pijler is uniek, aangepast aan de lokale bodemgesteldheid.

Sif, gespecialiseerd in stalen funderingen voor de offshore-industrie, is een nieuwkomer in de Rotterdamse haven en een voorbode van een groenere toekomst.

De thuisbasis van het bedrijf is Roermond, aan de Maas. Daar arriveren de staalplaten uit de hoogovens van het Duitse Saarland en worden er ringen van gemaakt. Per binnenschip gaan ze naar Rotterdam, waar de ringen pijlers worden. De bedrijfsnaam staat sinds 1972 voor Schmeitz Industrial Fabrication, naar de familie die het bedrijf in 1948 begon en nog voor 12 procent eigenaar is.

De vraag naar funderingen voor steeds grotere windmolens op zee is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Omdat het terrein in Roermond te klein werd, moest Sif op zoek naar een nieuwe locatie. Vlissingen was een mogelijkheid, maar uiteindelijk koos het bedrijf voor het laatst beschikbare terrein op de Tweede Maasvlakte, naast expocentrum Futureland. Daar verrees vorig jaar in veertien maanden tijd een assemblagehal, met daarnaast een kleinere hal om coatings aan te brengen. De eerste pijlers werden drie maanden geleden afgeleverd, de officiële opening volgt pas dit najaar.

Jan Bruggenthijs, bestuursvoorzitter van Sif, leidt ons rond. Hij benadrukt het grote voordeel van Rotterdam. Pal naast de hal legt het Havenbedrijf de laatste hand aan een kade met een diepte van 23 meter, geschikt voor zware transportschepen die de funderingen kunnen vervoeren. De kosten zijn voor het Havenbedrijf, de kade behoudt zijn waarde als Sif ooit weer vertrekt.

Een ander voordeel is ruimte. Van de 42 hectare van het Sif-terrein is 7 hectare bebouwd. Op de rest worden pijlers geparkeerd, in afwachting van vervoer naar zee. De ondergrond van ingeklonken zand is zeer stabiel.

Steeds hoger en groter

Windmolens worden snel groter. Hoe groter, hoe meer stroom en hoe lager de aanlegkosten. In de Duitse Noordzee zijn onlangs twee windparken aanbesteed waar al gesproken wordt van turbines van 13-15 megawatt (MW) die zonder subsidie kunnen worden gebouwd en geëxploiteerd.

Bruggenthijs: „In 2014, toen ik bij Sif begon, was het maximale vermogen van een turbine 4 megawatt . Nu is dat 8, de molens in het park voor Borssele worden 9. We hebben de ontwerpen voor molens van 12 megawatt al bekeken, we weten dat we ook daar funderingen voor kunnen maken. Onze ingenieurs zijn er al volop mee bezig.”

De hal in Rotterdam is geschikt voor monopiles – funderingen voor windmolens die op één been staan – van XL-formaat: 120 meter hoog, met een diameter van 11 meter en een gewicht van 2.000 ton.

Promotiefilmpje van Sif met beelden van monopiles:

De verschuiving van fossiele naar duurzame energie is goed zichtbaar in het bedrijf. Sif maakt van oudsher funderingen voor installaties op zee voor de winning van olie en gas. Tien jaar geleden kwam 80 procent van de opdrachten uit olie en gas en 20 procent uit wind. Nu is het 88 procent wind en 12 procent olie en gas.

Sif zit met de huidige orderportefeuille aan de grens van wat het nu aankan. Bruggenthijs verwacht nog wel verdere groei, maar niet meer zo spectaculair als de afgelopen jaren. „Ik denk dat we tot 2025 3 à 5 procent marktgroei zullen zien. We leveren nu jaarlijks funderingen voor 3 gigawatt (GW) aan stroom. Dat gaat waarschijnlijk naar 4 gigawatt.” Een capaciteit van 1 GW (1000 MW) is voldoende om 1 miljoen huishoudens van elektriciteit te voorzien.

Ver vooruit kijken

Daarmee is Sif een belangrijke speler in Europa, waar 81 windparken op zee staan met een gezamenlijk vermogen van 12,6 GW. Dat zal in 2020 bijna verdubbeld zijn naar 24,6 GW. Naast fabrikanten van turbines – zoals Siemens en Vestas – zijn er drie grote producenten van funderingen. Naast Sif zijn dat EEW en Steelwind, allebei uit Noord-Duitsland.

Toekomstige windparken voor de Nederlandse kust

De Duitse bedrijven bedienen vooral de Oostzee, Sif is actief in de hele Noordzee. De markt is min of meer gelijk verdeeld over de drie bedrijven. Ze weten precies wie welk windmolenpark ‘doet’, maar nemen ook collegiaal werk van elkaar over als er een even vol zit. En dat gebeurt regelmatig bij de huidige groei.

Bruggenthijs: „We kennen alle projecten op de hele Noordzee voor de komende jaren. We moeten ver vooruit kijken en plannen.” De molens van Borssele moeten stroom leveren vanaf 2020. Sif maakt die funderingen pas eind 2018, begin 2019.

Intussen werkt het bedrijf aan nieuwe technieken. Bruggenthijs verwacht dat monopiles tot 2025 gangbaar zullen blijven. Daarna komen er drijvende funderingen, in dieper water verder uit de kust. „En over 50 of 60 jaar breken we de windparken weer af, dan hebben we iets nieuws bedacht voor onze energie”, voorspelt hij laconiek.

Windenergie op zee is onmisbaar bij het realiseren van het Energieakkoord, zegt het demissionaire kabinet. In 2023 moet 16 procent van de Nederlandse energievoorziening duurzaam zijn opgewekt, 10 procentpunt meer dan nu. Voor de Nederlandse kust zijn daarom vijf nieuwe windparken aangewezen. Naast alle andere maatregelen van het Energieakkoord, zoals wind op land en energiebesparing.

Groene werkgelegenheid

Voor de haven biedt wind op zee extra kansen om minder fossiele brandstoffen te gebruiken. De stroom uit het Zuid-Hollandse park komt vanaf 2021 aan land op de Tweede Maasvlakte. Zes partijen, waaronder TNO en BP, experimenteren met het omzetten van stroom in waterstof. In eerste instantie voor gebruik bij raffinage, maar uiteindelijk ook als transportbrandstof.

De haven hoopt, naast veel groene stroom, op een nieuwe economie met 10.000 nieuwe banen in 2020. Bij Sif werken ruim 600 mensen. Nederlandse bedrijven hebben 25 procent van de offshore windmarkt – aanleg, exploitatie en onderhoud – in handen. De windindustrie kan een belangrijk exportproduct worden. In Rotterdam zoeken bedrijven op dat gebied steeds meer samenwerking.

In het Verenigd Koninkrijk is werkgelegenheid zelfs een politiek argument om nieuwe windparken aan te leggen, zegt Bruggenthijs. „Zonder offshore-activiteiten vallen steden als Norwich volledig stil. Nu olie en gas wegvallen, zetten ze in op wind. Terecht, het is een nieuwe markt waar geld verdiend kan worden.”

Is de haven daarmee ‘om’? Nog niet alle bedrijven in de haven hebben vertrouwen in een duurzame toekomst, denkt Bruggenthijs. Om mensen mee te krijgen moet je vooral realistisch zijn. „Daarom zeg ik niet dat deze hal over vijf jaar twee keer zo groot is, wel dat er over vijf jaar een extra hal tegenaan staat.”

Hij wil stapje voor stapje laten zien dat het werkt. „Voor de haven is het omslagpunt nog niet bereikt. Er zijn nog veel vragen. Maar als het geloof er is komen de technische oplossingen er ook wel.”