Recensie

Bromance met je babybroertje

Een babyfabriek in de wolken. Dat idee hing kennelijk in de lucht: vlak na de vervelende animatiefilm Storks, waar ooievaars zo’n fabriek runnen, doen in het veel betere The Boss Baby vroegoude babymanagers datzelfde.

Als de vraag naar baby’s op aarde slinkt, gaat zo’n mini-manager undercover op onderzoek bij het gezin van de zevenjarige Tim. Die ziet als enig kind met lede ogen aan hoe dat babybroertje hem opzijschuift en zijn ouders uitwoont. Als Tim de ware aard van de ‘boss baby’ ontdekt, gaan ze na allerlei gesteggel samen op avontuur en ontluikt de bromance alsnog.

The Boss Baby is gebaseerd op Marla Frazees gelijknamige voorleesboek uit 2010 waarin een baby zich als horkerige bedrijfstopman gedraagt: doelgroep zijn uiteraard jaloerse oudere broertjes en zusjes. In deze verfilming dreigt Tims emotionele reis van wrok via acceptatie naar genegenheid vaak uit zicht te raken door een overdaad aan complicaties: kantoorintriges, spionagespoof, obligate achtervolgingen. De balans is vaak zoek, dit is geen Pixar; maar toch zet The Boss Baby zich hortend en stotend in beweging en blijft dan op stoom dankzij vrij veel gelukte scènes en personages. Onder wie het babybaasje zelf, een verwaande versie van Baby Herman uit Who Framed Roger Rabbit?