Arme gezinnen betalen hoogste prijs klimaatbeleid

Milieu

Het klimaatbeleid drukt zwaar op lagere inkomens. Zij betalen te veel voor hun energierekening, concludeert een rapport.

Foto iStock

De rekening voor het verbeteren van ons milieu wordt niet eerlijk verdeeld over Nederland. Gezinnen met lagere inkomens betalen verhoudingsgewijs meer dan rijkere huishoudens, terwijl ze minder vervuilen. Tegelijkertijd betaalt het bedrijfsleven minder aan energie- en klimaatbelasting dan consumenten, maar zijn bedrijven wel grotere vervuilers.

Dat is de conclusie van een rapport van onderzoeksbureau CE Delft en de UvA, in opdracht van Milieudefensie. Het rapport, dat dinsdag werd gepubliceerd, is een doorrekening van de klimaatafspraken die in 2015 in Parijs zijn gemaakt.

De gemiddelde temperatuur mag niet met meer dan 2 graden stijgen en daarvoor moet de uitstoot van broeikasgassen radicaal worden teruggebracht. Nederland wil in 2050 85 procent minder broeikasgassen dan in 1990 uitstoten. Om de norm van ‘Parijs’ te halen is een reductie van zelfs 100 procent noodzakelijk

Als Nederland een klimaatneutrale energievoorziening wil bereiken kost dat in de periode tot 2050 zo’n 20 miljard euro per jaar.

(Tekst loopt door onder de graphic.)

Zonnepanelen

De overheid probeert met hogere heffingen op fossiele brandstoffen en subsidies en belastingkortingen op duurzame energie het gedrag van burgers en bedrijven te veranderen. Dat pakt niet gunstig uit voor de huishoudens met lagere inkomsten. Zij profiteren amper van de subsidies die je bijvoorbeeld krijgt bij het aanleggen van zonnepanelen. Ook andere voordeeltjes, zoals het rijden van een elektrische lease-auto met weinig fiscale bijtelling, gaan meestal aan de neus van armere gezinnen voorbij. En die ongelijkheid neemt de komende jaren toe.

De rijkste 10 procent van de Nederlandse huishoudens besteedt nu ongeveer 1,5 procent van hun inkomen (1.374 euro) aan kosten voor het klimaatbeleid. De armste 10 procent van alle Nederlandse huishoudens is meer dan 5 procent van het inkomen (372 euro) kwijt. Die gezinnen geven relatief veel geld uit aan warmte en elektriciteit. Daarom vertalen de kosten voor klimaatverbetering zich snel in een hogere energierekening.

Brandstofarmoede

Armere gezinnen hebben nu al moeite hun stroomrekening te betalen. In het Verenigd Koninkrijk wordt de term fuel poverty (brandstofarmoede) gebruikt als gezinnen meer dan 10 procent van hun inkomen aan de energierekening kwijt zijn. Verandert er niets aan de huidige verhoudingen, dan zijn de minstverdienende Nederlanders in 2050 meer dan 17 procent van hun inkomen aan kosten voor het klimaatbeleid kwijt (bij rijkere gezinnen is dat 5 procent).

(Tekst loopt door onder de graphic.)

De onderzoekers doen suggesties om de kosten voor klimaatbeleid meer naar draagkracht te verdelen. Er zou een heffingsvrije voet voor energiegebruik ingesteld kunnen worden, om kleinverbruikers te ontzien. Een andere optie is een energietarief dat oploopt naarmate je meer verbruikt – alleen is dat lastig bij autobrandstoffen.

De overheid zou lagere inkomens ook kunnen compenseren via een verlaging van de inkomstenbelasting in de eerste schijf of met gerichte subsidies op autodelen, openbaar vervoer en woningisolatie. Bij die toepassingen profiteren ook armere gezinnen mee, is de gedachte.

Het principe ‘de vervuiler betaalt’ gaat nu niet op. Het bedrijfsleven veroorzaakt jaarlijks 3,3 miljard euro aan maatschappelijke schade (kosten door CO2-uitstoot) en compenseert dat niet met hogere energie- en klimaatbelasting. Bedrijven ontvangen jaarlijks 2 miljard euro aan baten om over te schakelen op hernieuwbare energie. Ter vergelijking: huishoudens ontvangen minder dan 750 miljoen euro aan baten. Ruim de helft daarvan (404 miljoen euro) gaat naar elektrische auto’s.