Interview

‘Witte Nederlanders moeten een dikkere huid kweken’

Anousha Nzume (46) , theatermaker en actrice, schreef een boek over het zogeheten witte privilege en andere vormen van racisme. „Toen ik onlangs ergens dagvoorzitter was, dachten mensen dat ik het entertainment was.”

„Meisje, jij zal nooit Eline Vere spelen”, zei haar leraar Nederlands toen Anousha Nzume als puber vertelde dat ze actrice wilde worden. „Ik wist dat hij gelijk had”, zegt ze. „Het waren de jaren tachtig, Kerwin Duinmeijer was net vermoord door een neonazi vanwege zijn huidskleur en als ik om me heen keek, zag ik nauwelijks mensen van kleur. De politiek was wit, de theaters waren wit, op televisie was iedereen wit.” Ze besloot niet naar de toneelschool te gaan maar naar de Kleinkunstacademie. Dan zou ze theatermaker worden en dan had ze meer zelf in de hand.

Anousha Nzume (46) doorliep de Kleinkunstacademie, werd actrice en speelde in onder andere de tv-series Vrouwenvleugel en Oppassen. Maar ze werd pas echt een publiek figuur toen ze zich in de media begon uit te spreken tegen racisme. Eind vorig jaar bijvoorbeeld, toen ze het bij Pauw opnam tegen VVD-fractieleider Halbe Zijlstra, die vond dat RTL het Sinterklaasfeest vermoordde door Zwarte Piet te vervangen door Roetveegpieten. Zijlstra leek niet naar Nzume te willen luisteren. Toen tv-maker Sophie Hilbrand Nzumes vraag herhaalde, reageerde Zijlstra wel. Nzume: „Dat is zo typisch: als een wit persoon iets zegt, wordt die sneller gehoord.”

Over dit zogenoemde witte privilege en andere vormen van racisme schreef ze het boek Hallo witte mensen, dat donderdag verschijnt.

Had je hier anders gezeten als er een witte journalist tegenover je zat?

„Ja, dat maakt voor mij wel uit. Niemand is objectief. Witte journalisten ook niet, maar omdat wit de norm is, vinden ze vaak wel dat ze objectief zijn. Ik ben niet objectief en ik ga ervan uit dat jij dat ook niet bent, maar ik denk dat je gedwongen wordt opener te kijken wanneer je als gekleurd persoon opgroeit in een witte samenleving. Dingen die ik aan witte journalisten moet uitleggen, hoef ik waarschijnlijk aan jou niet uit te leggen. Wij zijn het misschien soms oneens, maar de kans dat jij soortgelijke dingen hebt meegemaakt, is groter. Bijvoorbeeld hoe het is om het enige gekleurde meisje in een klas te zijn.”

Heb je daardoor ook sneller een klik met mensen van kleur?

„Mijn beste vrienden zijn wit. Dat klinkt grappig, maar het is wel zo. Ik ben opgegroeid in een witte omgeving, een van mijn oudste vriendinnen is wit. Ze is wel joods, dus ze begrijpt veel van wat ik meemaak. Verder is mijn man wit, bij hem voel ik me natuurlijk ook superveilig.”

Anousha Nzume heeft een Russische moeder en een Kameroense vader. Haar ouders ontmoetten elkaar in Moskou, waar haar vader geneeskunde studeerde en haar moeder als bioloog verbonden was aan de universiteit. Toen ze vier jaar was, verhuisden ze voor hun werk naar Nederland. Ze kwamen terecht in Amsterdam-Zuid, in Buitenveldert, een witte buitenwijk. Daar opgroeien was heftig, zegt Nzume. Ze werd gepest, buitengesloten en ‘spoetnikker’ genoemd. Op de middelbare school, die eveneens wit was, had ze meer vrienden, maar sommige leerlingen lieten haar nog steeds subtiel merken dat ze anders was.

Heb je weleens gedacht: was ik maar niet zwart?

„Jazeker, in de puberteit. Op mij werd altijd gereageerd alsof ik het met iedereen wilde doen – dat gebeurt vaak met zwarte vrouwen. En dan zat ik ook nog op hockey; een cultuur waarin iedereen met elkaar zoent en nog wel meer. In die zin zijn witte kinderen net als alle kinderen. Ik snap alleen niet waarom zwarte kinderen vaak worden geassocieerd met ‘bangafeestjes’ en ‘Bijlmerboxen’. De mensen die daarover beginnen, zou ik weleens mee willen nemen naar de hockeyfeesten uit mijn jeugd. Ik vind het allemaal prima hoor, maar het is wel typisch dat dat nooit afstraalt op de hele groep en bij zwarte kinderen wel.”

Is er iets veranderd nu jouw kinderen (9, 11 en 13 jaar, red.) opgroeien?

„Dat is het erge: er is in dertig jaar nauwelijks iets veranderd. Neem de zwarte zoon van een vriendin. Als hij gaat stappen, weet hij niet of hij een leuke avond zal hebben, omdat hij niet weet of hij de club in mag. Een leuke jongen, zit op de havo, voetbalt, heeft leuke vrienden, doet zijn best – en hij weet niet of hij bij het stappen weer voortijdig thuis zal zijn. Dat is niet eerlijk. Het is onethisch en onmenselijk.”

Dat is het erge: er is in dertig jaar nauwelijks iets veranderd.

Heb je daarom dit boek geschreven?

„Ja, het is ook de reden dat ik me over Zwarte Piet heb uitgesproken. Of eigenlijk is de reden mijn zoon. Hij is half creools, half Hindoestaans, geadopteerd uit Suriname. Hij kwam als kleuter een keer ontzettend verdrietig uit school. Dat kwam door Zwarte Piet. ‘Ik wil wit zijn’, zei hij. En hij kon precies uitleggen waarom. Hij wist dat Zwarte Piet minderwaardig was, omdat de hele klas hem met Zwarte Piet vergeleek.

„Toen ik een paar jaar eerder tijdens een ouderavond over Zwarte Piet was begonnen, begreep niemand het. Ze vonden hem gewoon een leuk fantasiefiguur. Nu is het daar trouwens compleet veranderd: blauwe, gele pieten, helemaal geweldig. Zo zie je maar: als je niet die knuppel in het hoenderhok gooit, dan gebeurt er te weinig.”

Vind je dat je te lang te aardig bent geweest over dit onderwerp?

„Ik merk dat er onder mensen van kleur nog angst is om zich uit te spreken. Zo ben ik ook opgegroeid: slikken, ademhalen, leuk blijven doen. Ik wil mensen niet vertellen wat ze moeten doen. Maar ik wil wel zeggen: als je wilt, kun je erover beginnen. Dit is ook jouw ruimte. Daarom draag ik dit boek op aan jonge mensen. Dit is jouw land, doe het, grijp je kans, ga ervoor.”

Met Mariam El Maslouhi maak je een podcast over dit thema. Zij stelde het niet op prijs dat Sunny Bergman een anti-Zwarte-Piet-documentaire maakte en had liever gezien dat een zwarte filmmaker dat had gedaan.

„Ik support Sunny, het is een heel goede film. Maar vraag je aan mij: had niet een zwarte vrouw het moeten maken? Dan zeg ik: ja natuurlijk. Dat is ook gebeurd, een jaar eerder maakte Bibi Fadlalla een film over Zwarte Piet, maar die had bij lange na niet hetzelfde effect. Het is pijnlijk dat onze stemmen zich nog zo in de marge bevinden. Dat realiseert Sunny zich ook. Dus dat we het daar met elkaar over hebben, en dat dat soms een pijnlijk gesprek is, is alleen maar goed.”

Hoe belangrijk is kleur voor jouw identiteit?

„Ik voel me gewoon Anousha, ik voel me niet een bepaalde kleur. Maar buiten de deur speelt het wel een grote rol. Bijvoorbeeld als iemand schrikt als ik zeg dat iets onzin is. Dan denk ik: o, ja, ze denken waarschijnlijk dat ik een angry black woman ben. Of laatst, toen ik ergens dagvoorzitter was, dachten mensen dat ik het entertainment was en niet de presentator. Het zegt iets over de machtsverhoudingen en hoe hardnekkig de culturele aannames zijn.”

Wanneer heb je je voor het eerst publiekelijk uitgesproken over racisme?

„In 2008, naar aanleiding van het boek Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje. Het was oppervlakkig, seksistisch en racistisch. Dat was nog geen reden om te reageren. Maar toen Hanneke Groenteman op televisie zei dat zij dacht dat de vrouwen in zijn boek exemplarisch waren voor de zwarte vrouw, dacht ik: ho, wacht even. Nu moet ik ingrijpen. Ik schreef een stuk voor de Volkskrant en daarna zat ik bij De Wereld Draait Door. Na de uitzending, tijdens een debat in Pakhuis de Zwijger, stak de uitgever van Vuijsje een vinger in mijn gezicht en zei: ‘Dit is een democratie hoor, hier geldt vrijheid van meningsuiting!’ Alsof die niet ook voor mij geldt.”

Hoe verklaar je dit soort reacties?

„Het heeft te maken met wat antropoloog Gloria Wekker white innocence noemt: het idee dat witte mensen onschuldig zijn. Nederlanders worden opgevoed met het idee dat we een klein land zijn. We zijn sterk, maar geen daders. Als je nooit hoort over wat Nederland allemaal tijdens de slavernij heeft gedaan, wat Nederland in Indonesië heeft gedaan, dan valt dit verhaal rauw op je dak.

White fragility, witte gevoeligheid, speelt ook een rol. Nederlanders van kleur dealen dagelijks met racisme, die kunnen daardoor wel tegen een stootje, maar witte Nederlanders zijn minder gewend. Witte Nederlanders moeten een dikkere huid kweken. Er zit niks anders op, want we moeten het er wel over hebben.”

In je boek beschrijf je dat je door dit soort discussies vrienden bent kwijtgeraakt.

„Ja, zelfs een van mijn beste vrienden, een producent. Toen ik hem heel voorzichtig vertelde dat ik een rol uit een van z’n series stereotiep vond, ging hij verschrikkelijk tekeer. Ik ben er kapot van geweest, het is nooit meer helemaal goed gekomen tussen ons.”

Wat zeg je tegen mensen die dit een slachtofferverhaal vinden?

„Weet je, als je dit boek helemaal leest en dat is wat je eruit haalt, dan heb je het niet begrepen. Dat zou ik echt jammer vinden. En aan de andere kant denk ik: er zíjn heel veel slachtoffers van racisme. Kunnen we het daarover hebben, alsjeblieft?”