Uitslag referendum wakkert polarisatie aan

Verdeeld land

De ene helft van Turkije staat achter de sterke leider en de andere helft denkt nu in een dictatuur te leven.

De uitslag van het referendum in Turkije toont een diep verdeeld land. Iets meer dan de helft (51 procent) van de kiezers stemde zondag voor de grondwetswijziging die het parlementaire stelsel vervangt door een presidentieel systeem met een sterke uitvoerende macht. Het is een zeer klein mandaat voor zo’n ingrijpende en controversiële wijziging van de staatsstructuur.

De uitslag zal de polarisatie in Turkije verder aanwakkeren. De ene helft van het land staat achter de sterke leider en de andere helft denkt nu in een dictatuur te leven. Terwijl er in conservatieve delen van Istanbul zondagavond een volksfeest uitbrak nadat president Erdogan de overwinning had opgeëist, sloegen mensen in seculiere wijken op potten en pannen en gingen ze de straat op uit protest tegen de ‘dief Erdogan’. In Ankara gingen voor- en tegenstanders met elkaar op de vuist.

De demonstraties in Istanbul ontstonden door controverse over de uitslag. Terwijl de kiescommissie de stemmen nog aan het tellen was, meldde staatspersbureau Anadolu al dat ‘ja’ had gewonnen. Daarbij besloot de kiescommissie dat 1,5 miljoen niet-gestempelde stembiljetten toch geldig zouden zijn. Een opmerkelijk besluit, dat indruist tegen de grondwet. Bij eerdere verkiezingen werden ongestempelde stembiljetten niet meegeteld.

De oppositie trekt de geldigheid van 2,5 miljoen stemmen in twijfel vanwege onregelmatigheden. Het kan nog dagen, zo niet weken duren voordat de definitieve uitslag er is. Maar ook dan zullen er twijfels blijven bestaan over de legitimiteit van de stembusgang.

Verzoenende toon

Erdogan heeft niet de overtuigende overwinning waarop hij had gehoopt. Hij sloeg zondagavond een verzoenende toon aan. Hij noemde de uitslag een overwinning voor heel Turkije, ongeacht of mensen ja of nee hebben gestemd. „Vandaag heeft Turkije een historisch besluit genomen”, zei Erdogan nog voordat de officiële uitslag bekend was gemaakt. „Samen met het volk hebben we de belangrijkste hervorming in onze geschiedenis gerealiseerd.”

De Turken hebben ervoor gekozen de republiek van Mustafa Kemal Atatürk te vervangen door de republiek van Recep Tayyip Erdogan. In 1923 stichtte Atatürk de republiek Turkije op de puinhopen van het Ottomaanse Rijk. Het nieuwe land werd gemodelleerd naar moderne Europese natiestaten. De alleenheerschappij van de sultan, die zowel politieke als religieuze macht had, werd vervangen door een parlementaire republiek met een seculiere grondwet.

Aan dat Turkije is zondag een einde gekomen. De kiezers hebben president Erdogan een mandaat gegeven om de Turkse staat naar zijn ideaalbeeld om te vormen. De grondwetswijziging, die na parlements- en presidentsverkiezingen in 2019 van kracht moet worden, zal de president meer macht geven dan iedere Turkse leider sinds Atatürk.

De president komt aan het hoofd van de regering te staan. Hij kan ministers en hoge ambtenaren aanstellen zonder goedkeuring van het parlement. Het leger komt onder zijn controle. Hij krijgt grote invloed op de benoeming van rechters, kan op tal van terreinen decreten uitvaardigen, de noodtoestand uitroepen en het parlement ontbinden (waarmee hij overigens ook zijn eigen functie neerlegt, want parlements- en presidentsverkiezingen moeten tegelijkertijd worden gehouden).

Het parlement behoudt weliswaar zijn wetgevende en controlerende macht. Maar die zal een stuk beperkter zijn dan nu. Als de president en de meerderheid in het parlement dezelfde politieke kleur hebben, dan zal de macht van de president nauwelijks worden beknot.

Sterke leider

Voor de aanhangers van Erdogan betekent een sterke leider een sterk Turkije. De grondwetswijziging maakt een einde aan het systeem waarin de bureaucratie en het leger fungeerden als de beschermers van de seculiere orde. Atatürks republiek vertegenwoordigt voor hen een repressief secularisme, dat de conservatief-religieuze arbeiders en middenklasse op het platteland marginaliseerde.

Dit wordt weerspiegeld in de uitslag van het referendum. In de plattelandsprovincies in Anatolië stemde een ruime meerderheid voor de grondwetswijziging. Daar wordt Erdogan gezien als een held, die met de aanleg van nieuwe wegen, scholen, ziekenhuizen en luchthavens achtergebleven gebieden ontwikkelde. In de drie grootste steden Istanbul, Ankara en Izmir en in de kustprovincies in het westen stemde de meerderheid tegen het presidentiële systeem. Dit is het meer seculiere deel van het land.

De campagne voor het referendum werd gevoerd in een sfeer van angst en intimidatie. Tijdens de campagne werden oppositieleden bedreigd, in elkaar geslagen en gearresteerd.

Daarbij zocht Erdogan het conflict met verschillende Europese landen, waaronder Nederland en Duitsland, omdat die bijeenkomsten van zijn ministers verboden. Zo hoopte hij het nationalisme bij Turken in Europa aan te wakkeren. Hij speelde in op de zorgen onder Turkse Nederlanders over toenemende vreemdelingenhaat. Dat lijkt te hebben gewerkt. In Nederland kreeg hij 70,9 procent van de stemmen, een van de hoogste percentages.