Recensie

Schoonheid krijgt ervan langs bij anarchist Enrico Baj

Beeldende kunst Het werk van de anarchistische kunstenaar Enrico Baj is te zien in het Cobra Museum, een minder vreemde plek daarvoor dan het lijkt.

In zijn jonge jaren trok Enrico Baj veel op met Cobrakunstenaar Asger Jorn. Foto Archivio Enrico Baj, Vergiate

Officieel was het een ongeluk, maar daar geloofde Enrico Baj niets van. Giuseppe Pinelli – net als hij anarchist – zat vast op het politiebureau toen hij daar op de vierde verdieping uit het raam viel, en stierf. Dit moest de wereld weten vond Baj. Hij trok zijn beste wapen: kunst. In de beschilderde assemblage I funerali dell’anarchico Pinelli, maar liefst twaalf meter breed, etaleerde hij in 1972 zijn versie van de gebeurtenis. In een protestmars vanaf links – uiteraard – komen de anarchisten, rechts marcheert een horde politierobots binnen. En tussen hen in zie je Pinelli omlaag vallen, als een engel. Baj sleepte de halve kunstgeschiedenis erbij: een compositie van Courbet, figuren uit Picasso’s Guernica. De wenenden doen denken aan Jacques-Louis David – of was deze als revolutieschilder te veel gevestigde orde? Dat past niet bij Baj, altijd anti-propaganda en anti-autoritair, maar vóór de vrijheid om de wereld te verbeelden hoe je wilt. Dat was zijn anarchisme.

Cobra

Deze val van Pinelli is te zien in het Cobra Museum, wat een minder vreemde plek is dan het lijkt. In zijn jonge jaren trok Baj veel op met Asger Jorn, Cobrakunstenaar. Met die periode, de jaren vijftig, begint deze solotentoonstelling van een hier weinig bekende kunstenaar. Je herkent wat art informel, Cobra en pop-art, maar alles is net anders. Grimmiger. Opgegroeid in Milaan was Baj (1924-2003) onder de indruk geraakt van de fascistische parades, maar vluchtte in 1944 naar Zwitserland, ontmoette kunstenaars, en keerde na de oorlog terug om zelf kunstenaar te worden. In 1951 begon hij met schilder Sergio Dangelo ‘Arte Nucleare’, een ode aan kernenergie en vooruitgang, wat verdacht Futuristisch aandoet. Maar… toen sloop de twijfel in – had die kernenergie misschien een keerzijde? Hiroshima?

Het werk van Enrico Baj doet denken aan de satire van direct na de Eerste Wereldoorlog, die radicaal alle schoonheid verwierp.

Foto Archivio Enrico Baj, Vergiate

De grauwsluier die toen over zijn werk viel, zou niet meer verdwijnen. Hij schilderde kinderen in een duistere atoomnacht, vijandige Cobra-monsters, drippings als Pollock maar dan huilend en variaties op pop-art (wat hij overigens kapitalistische propaganda vond). Toen Jorn hem voorstelde bij het lettrisme, de ook anti-alles voorbode van het situationisme, kreeg leider Guy Debord niet eens de kans hem te royeren. Baj vond al dat geklets maar stalinistisch en stapte na een avond al op, maar zonder de kas mee te nemen – vonden de achterblijvers toch netjes.

Schoonheid

Je ziet aan alles in het museum hoe goed hij op de hoogte was, van de kunst en wereldpolitiek. Maar zijn aanpak lijkt ouder dan hij zelf is: het doet denken aan de satire van direct na de Eerste Wereldoorlog, die radicaal alle schoonheid verwierp. Je vraagt je af of hij, als Italiaan, die behoefte tot afbraak niet extra sterk moet hebben gevoeld. Italië was niet alleen fascistisch geweest, het is ook het land dat schoonheid zo’n beetje heeft uitgevonden. En schoonheid krijgt ervan langs in deze tentoonstelling. In de vlooienmarktschilderijtjes die Jorn en hij en naar situationistisch gebruik (laat het hem niet horen) vanaf 1959 bekladden, randen aliens – weer monsters – sentimentele schoonheden aan. Het is het soort kunst dat Banksy jaren later ongeïnspireerd zal kopiëren.

Zo ontvouwt zich een expositie vol reacties tegen kwaad, oorlog, technologie (robots zijn ook maar gedienstige burgertrutten). Maar daarin vervalt zijn werk zelf in machinale herhalingen, steeds dezelfde zielloze robotbeelden. Het verstart. Maar… dan ontdek je ineens een vreemd zijpad: meubeltjes. Collages van gordijnkoorden, meubelstoffen, fineer die zó kneuterig zijn (vast anti-Bauhaus bedoeld) en toch te potdicht om vriendelijk te worden. Laat je niet misleiden. Achter deze bourgeois kastdeurtjes zindert van alles. Misschien wel het kwaad.