Recensie

De parallellen tussen Bill Viola en kunst uit de Renaissance

Bill Viola, The Crossing , 1996.

De schilder Masolino da Panicale (ca. 1383-1435) was een groot kunstenaar in het Florence van de vijftiende eeuw. Hij was een van de schilders van de Brancaccikapel, een icoon van de vroege Renaissance. Vaak zal het dus niet voorkomen dat in deze expositieruimte in Florence iedereen zijn rug keert naar een frescofragment van deze oude meester, maar het werk ertegenover trekt nu duidelijk meer aandacht: Emergence uit 2002 van de Amerikaanse kunstenaar Bill Viola (1951).

Emergence is welbewust geïnspireerd op Masolino’s schildering die omstreeks 1424 is gemaakt voor een kerk in het Toscaanse stadje Empoli. Het werk toont het goeddeels naakte bovenlichaam van de gestorven Jezus, dat zich opricht uit een kleine sarcofaag. Liefkozend houden zijn moeder Maria en Maria Magdalena zijn armen vast. Viola’s film van bijna twaalf minuten toont in slowmotion hoe een lijkwit geschminkte, naakte man oprijst uit net zo’n sarcofaag, in dit geval gevuld met water. In een aangrijpende opeenvolging van beelden, vangen een oudere en een jonge vrouw hem op en leggen hem op de grond, waarna ze zijn levenloze lichaam met een doek bedekken.

De manier waarop Viola zich verhoudt tot de traditie vormt het thema van de tentoonstelling Bill Viola. Electronic Renaissance. Verschillende schilderijen van renaissanceschilders, die Viola voor het eerst heeft leren kennen toen hij in de jaren 1970 enkele jaren in Florence verbleef, zijn opgehangen naast de video’s waarin aspecten ervan zijn verwerkt.

Visuele en emotionele parallellen spelen de hoofdrol. Zo is Masolino’s Pietà veranderd in een verhalende sequentie die, associatief, de bewening van Christus combineert met de wederopstanding uit de dood.

Soms is er niet eens een specifiek renaissancekunstwerk nodig om associaties op te roepen met de traditie. In het kwartet video’s van Martelaren (2014) waarin drie mannen en één vrouw zeven minuten lang te kampen hebben met neergestort gruis, een bungeltouw, brandende lontjes en een nat pak, is de verwijzing onontkoombaar naar de vier elementen van de oude fysica: aarde, lucht, vuur en water.