Streng geregisseerde scheldpartij, dat is Chinees voetbal

Chinees voetbal

China heeft grote plannen met het voetbal, waarin inmiddels honderden miljoenen dollars omgaan. Chinezen zijn uiterst fanatieke fans. De beveiliging tijdens de wedstrijden is streng.

Supporters van Beijing Guoan. Getty Images

Als het 167 miljoen dollar kostende team van FC Beijing Guoan het stadion van FC Shandong Luneng Taishan betreedt, steekt er een orkaan van vulgair gescheld en getier op. In vak C drukt vader Wang Yu met beide handen de oren van zijn 10-jarige zoon dicht. Maar uit de steelse blik van de jongen blijkt dat hij de verwensingen aan het adres van de in groen gehulde Beijingers kent. Hij scandeert het „shabi shabi” (stomme kut, stomme kut) zelfs ongegeneerd mee.

Als het Shandongse team met een marktwaarde van 126 miljoen dollar het veld op loopt, zwelt het tromgeroffel aan en worden de vlaggen uitgerold voor deze topper in de Chinese Superliga. De timing van het gesynchroniseerde vlagvertoon is perfect, duidelijk een erfenis van de militaire ochtend-exercities op Chinese scholen.

Een hoge vrouwenstem – er zijn veel vrouwen en families met kinderen op de tribunes – zet een geciviliseerder spreekkoor in: „Wij zijn van staal, wij zijn hard en zullen winnen.” Dat klopt en door de zege (1-0) is FC Shandong Luneng koploper in de zestien profteams tellende Chinese Superliga. In Vak C, onder de eretribune, krijgen de mannen paarsrode koppen van het getier. De metamorfose die een groepje gezellig kletsende buschauffeurs ondergaat bij het zien van de Beijingse ploeg zegt veel over hun passie. Als fans welteverstaan, als stadionbezoekers en tv-kijkers, want geen van hen voetbalt zelf. Nooit gedaan ook, want nooit geleerd, geen tijd, geen mogelijkheden.

Amateurclubs zijn er niet

„Wij horen veel over de plannen voor voetbalscholen en velden, maar in heel Jinan zijn hooguit tien velden en die zijn van de universiteiten en van FC Shandong”, zegt een van hen, Hao Yun, manager bij het openbaar vervoer. Hij zag Jinan uitgroeien van een provinciestadje tot een metropool met 8 miljoen mensen en maar één groot stadion en één club. Amateurclubs zijn er niet.

Het klopt dat er veel geschreven wordt over de plannen om van China in 2050 een natie met 50 miljoen voetballers te maken. In 2020 moeten er, als het aan president Xi Jinping ligt, 70.000 velden en 20.000 voetbalacademies zijn naar het evenbeeld van het Amerikaanse college-systeem. Er mag geen nieuwe wijk meer gebouwd worden zonder een voetbalveld, weten de projectontwikkelaars en stadsbesturen die omwille van goede banden met de partijtop het profvoetbal overspoelen met kapitaal. Alleen al in 2016 ging in het Chinese voetbal 1,7 miljard dollar naar clubs, spelers en coaches. Eenderde daarvan, 590 miljoen dollar, ging echter naar buitenlandse spelers. De Liga wil daar bij de volgende transferronde een einde aan maken.

De kapitalen ten spijt zien Hao Yun en zijn vrouw voor hun enige zoon geen voetbalcarrière weggelegd. Zij zien hem liever naar de universiteit gaan. En Hao wijst naar de geelbruine lucht. In de schijnwerpers is nog beter te zien dat Jinan, 300 kilometer ten zuiden van Beijing, een van de stoffigste en zwaarst vervuilde steden van noordelijk China is. Het stof van de Gobi-woestijn en de miljoenen auto’s in deze provinciale hoofdstad mogen de pret van een avondje uit in de kleverige buitenlucht niet drukken.

Uitwedstrijden zijn te ver weg

Thuisduels worden door Hao en zijn vrienden altijd bezocht en gevierd met een copieus diner in een van de tientallen restaurants op de campus van Jinans stadion. Op de tribunes wordt niet gedronken, er mag zelfs niet gerookt worden. Uitduels bezoeken ze zelden, want die zijn te ver weg en dus tijdrovend en te duur. Alleen de uitwedstrijden tegen Beijing en Tianjin zijn te doen met een overnachting.

Als de wedstrijd is begonnen en de scheld- en juichpartijen negentig minuten lang door het stadion rollen, valt op dat het aantal politiemannen niet te tellen is. Op de tribunes, rond het veld, op de atletiekbaan en in de catacomben is een fors bewapend politieleger gepositioneerd.

Ook in dit opzicht is het moderne voetbal in China een spiegel van de maatschappij. Een maatschappij waarin de staat zeer argwanend tegenover zijn burgers staat. Van massabijeenkomsten wordt de Communistische Partij nerveus en die worden dan ook meestal verboden of onderdrukt. Voor voetbal en enkele andere strak geregisseerde sportmanifestaties en sommige popfestivals worden uitzonderingen gemaakt. Maar de waakzaamheid verslapt geen moment.

De driehonderd fans van Beijing zitten opgesloten in het meest noordelijke vak. De omliggende vakken zijn leeg, op pelotons gehelmde paramilitaire agenten na. Dat verklaart waarom in dit stadion met 56.000 zitplaatsen „maar” 44.000 toeschouwers zitten. De andere stoelen moeten leeg blijven om „de stabiliteit en de veiligheid” te bewaken. De controles begonnen overigens al veel eerder. Zonder identiteitskaart of paspoort worden geen toegangsbewijzen verkocht. En in het stadion worden niet alleen tassen en jassen gefouilleerd, maar moet een identiteitsbewijs getoond worden. Tijdens de wedstrijden worden fans door acht politiecamera’s vastgelegd.

Schelden mag, als het maar niet over politiek gaat

Clubs die allemaal in handen zijn van staatsbedrijven of puissant rijke projectontwikkelaars met uitstekende politieke connecties, tolereren de fans, mits zij zich houden aan de afspraken over goed gedrag, de afmetingen van de vlaggen en de inhoud van de slogans. Schelden mag, als het maar geen politieke of sociale betekenis krijgt. Fanclub-voorzitters zijn persoonlijk verantwoordelijk als het mis gaat. Vrijheid van meningsuiting op zijn Chinees. Logisch dat China geen hooligan-probleem heeft.

Een typisch voorbeeld van een goedgekeurde slogan hangt boven een zee van jonge Shandong-fans aan de zuidzijde: „De Chinese Droom in het stadion van Luneng. Jij en ik komen samen. Jij en ik gaan samen voorwaarts.” Luneng is het regionale elektriciteitsbedrijf van de provincie Shandong en hoofdaandeelhouder. Het mag de fans van beide zijden niet deren dat hun teams, die worden geleid door coaches uit Duitsland en Spanje, een matte, defensieve wedstrijd zonder hoogtepunten spelen. Beide teams kennen elkaar door en door en kunnen elkaar blijkbaar niet meer verrassen.

Hoe loyaal fans zijn blijkt uit het Shandongse applaus voor Graziano Pellè, de oud-Feyenoorder. De Italiaan, die 15 miljoen dollar kostte, mist alles wat er te missen valt, waaronder een penalty. In het Beijingse vak wordt sarcastisch geroepen: „Hé buitenlander, als je te oud bent, ga dan terug naar je eigen land om van je pensioen te genieten.”

Dat Shandong toch wint is te danken aan een knappe goal van linksbuiten Wu Xinghan, talent van eigen bodem. Hij kreeg een staande ovatie, waaruit geconcludeerd kon worden dat het verlangen naar Chinese sterren onder de fans groot is. Maar daar zullen ze nog op moeten wachten, want de Chinese Messi is nog niet geboren.