Met Duitse sponsors eredivisie in

Eerste divisie

VVV is weer gepromoveerd naar de eredivisie. Met de hulp van veel bedrijven en fans uit Duitsland. Maar het wordt lastig, in de eredivisie.

VVV-speler Ralf Seuntjens (midden) in duel met Youri Loen (links) en Tim Siekman van FC Emmen. Foto Joep Leenen / ANP

De voormalige suikeroom van VVV is op zoek naar wat hartigs. In alle drukte die een kampioenswedstrijd met zich meebrengt, is voorzitter Hai Berden niet toegekomen aan de lunch. „Sorry hoor”, zegt hij in de rust van het thuisduel met FC Emmen, als hij zich naar de hotdoghoek in de sponsorlounge begeeft. „Pak maar Hai”, zegt de vrijwilliger achter de schalen. Berden is hem niks verschuldigd. Vermoedelijk omdat de Limburgse ondernemer hier de voorbije jaren al voldoende heeft betaald.

„Nu zijn er af en toe nog momenten dat ik wat doe”, zegt Berden over zijn inmenging. „Ik sta weleens garant als er financieel wat wordt ondernomen. Maar ik help de club vooral via mijn netwerk. Zakelijke contacten benaderen, sponsors werven. Tegen Duitse bedrijven zeg ik altijd: hier zit je tussen je Nederlandse partners. Die interactie zie je hier terug, in de ruimtes waar de sponsors zitten.”

Als VVV na de zomer toetreedt tot de eredivisie, doet de club dat met 45 sponsors uit Duitsland, zo niet meer, als nog meer bedrijven uit de grensstreek willen meeliften op het succes van dit seizoen. Promotie is sinds afgelopen vrijdag al een feit, na de zege bij RKC. Enkel het kampioenschap laat, ondanks een riante voorsprong, nog even op zich wachten.

Dat VVV de bijbehorende prijs al heeft bemachtigd maar de titel nog niet, komt doordat Jong Ajax de laatst overgebleven concurrent is in de strijd om de titel. Ajax mag volgens de regels niet promoveren, maar wel kampioen worden. Wanneer VVV deze maandagmiddag van Emmen wint en Jong Ajax punten verspeelt, zijn de Venlonaren kampioen. „We zijn al bezig met volgend seizoen, hebben al gesprekken gevoerd met mogelijke nieuwe spelers, maar je wilt de promotie nog wel bekronen met de titel”, zegt voormalig PSV-speler Stan Valckx, technisch directeur en verantwoordelijk voor de invulling van de ploeg die volgend jaar uitkomt in de eredivisie.

Gebaat bij teamspelers

Volgens hem heeft de ploeg vooral baat bij teamspelers die de rust bewaren in een jaar dat de club vermoedelijk meer zal verliezen dan winnen. „Nu is alles halleluja, op het veld en op de werkvloer. Maar dat is volgend jaar anders.”

Verscholen in een afgraving in het bos heeft het stadion van VVV nog dat excentrieke karakter dat in moderne tijden bij veel clubs verloren is gegaan. Weliswaar dient ook het Seacon Stadion de commercie, maar begeesterde Venlonaren spreken enkel van de Koel, verwijzend naar de locatie: een kuil die ooit ontstond door het afgraven van grind en klei. Spelers bereiken er het veld via de langste voetbaltrap van Europa: 48 stenen treden omlaag. Op een winterse dag in zijn jonge jaren legde Valckx ze eens af op ski’s. De mening van VVV’s opponenten: een rot-trap. Drie keer omhoog, drie keer omlaag.

Juist aan die hoogteverschillen dankt het stadion zijn charme. De hoofdtribune bevindt zich op de rand van de kuil, met eronder gras en een wandelpromenade, en daaronder weer enkele rijen onoverdekte zitplaatsen. Ook het bezoekersvak ligt op het hoogste punt in de Koel. Wat een nadeel heeft: wanneer grote clubs als NAC en De Graafschap hier spelen, is het gezang van hun aanhang alles overheersend. De kleine tribune aan de lange zijde mag niet hoger: de grond erachter is beschermd natuurgebied.

Eens stuurde voorzitter Berden aan op een nieuw stadion aan de oevers van Maas. „De Koel is leuk en karakteristiek, maar heeft zijn grenzen”, vindt hij. Lokaal ging het nergens anders over. Het adagium van toen: groei. Maar de gemeente werkte niet mee. „We moeten ook reëel zijn”, zegt Berden nu. „Met de huidige achtduizend plaatsen zitten we ook aan de maat van VVV. De vorige keren in de eredivisie zaten we aan de zesduizend toeschouwers. Je moet ook naar de sfeer kijken, naar het aantal bedrijven dat je kunt binden.”

Voor VVV, dat tussen 2007 en 2008 en 2009 en 2013 ook in de eredivisie speelde, liggen de mogelijkheden over de grens met Duitsland, op een paar honderd meter van het stadion. Sommige bestaande Duitse sponsors adverteren in het stadion al in het Duits, zoals je op weg naar het centrum van Venlo overal ziet dat er parkeerplekken frei zijn. Sigaretten, koffie, kleren: Duitsers komen er zo graag voor naar Venlo. „We staan hier bekend om het Holland-fahren”, zegt Berden. Het duel met Emmen wordt gesponsord door een Duits biermerk.

Hoewel zo’n twee- tot driehonderd Duitsers tweewekelijks VVV bezoeken, ondervindt de club ook concurrentie van Borussia Mönchengladbach, een Bundesligaclub op nog geen twintig minuten rijden. Sommige Venlonaren zien Gladbach liever dan VVV, terwijl Valckx heeft gemerkt dat hij voor spelers ook nauwelijks in Duitsland hoeft te zijn. „We scouten vaak bij het tweede elftal van Gladbach, maar financieel kunnen we die verhoudingen eigenlijk al niet aan”, zegt hij. „Zelfs bij MSV Duisburg in de derde Bundesliga verdienen ze soms meer dan hier in de eredivisie.”

Daarom, zegt Valckx, zal VVV creatief moeten zijn bij het benaderen van potentiële versterkingen voor de eredivisie. Pretenties heeft de club niet. Niet meer in elk geval, nadat er een streep door het nieuwe stadion is gegaan. Valckx: „We hebben niet de luxe dat we grote investeringen kunnen doen. We hopen te stunten, maar het zal overleven worden.”

Tegen FC Emmen speelt de club niet goed genoeg. Clint Leemans mist een strafschop die VVV de titel had kunnen bezorgen. Na de 0-0 heeft de ploeg volgende week genoeg aan een gelijkspel bij FC Eindhoven. Voorzitter Berden: „Het is een rare dag. We waren helemaal klaar voor het feest.”