Krijgen vissen ook een bloedkorstje op een wond?

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een bijzondere vraag. Vandaag: hoe stolt vissenbloed?

Ook het bloed van deze Atlantische schopvissen stolt. Foto iStock

Soms komt er bij de redactie een vraag op die meteen ontaardt in een woud aan nog interessantere vervolgvragen. Zo ook eerder deze maand. Er werd vergaderd over een artikel in Nature, waarin onderzoekers meldden dat meer dan de helft van de bloedplaatjes in de longen wordt geproduceerd. Altijd gedacht dat alle bloedcellen, inclusief bloedplaatjes, uit stamcellen in het beenmerg kwamen.

Maar als de longen de grootste producent zijn van bloedplaatjes, hoe zit het dan met vissen, die geen longen hebben? Hebben ze dan wel bloedplaatjes? En die zijn belangrijk bij de bloedstolling, dus hoe stopt dan het bloeden bij een vis? Ja, vissen bloeden, ze worden soms gezien met gapende wonden, maar er zit nooit een geronnen korstje op.

Zonder bloedplaatjes zou een klein bloedinkje een mens al fataal kunnen zijn. Die plaatjes hechten aan de bloedvatwand zodra die beschadigd raakt door een verwonding. Dat zet een cascade van stolling in gang waarbij tientallen eiwitten betrokken zijn. Uiteindelijk vormt een netwerk van fibrinedraden een soort ‘kurk’ op de open wond. Dat is het korstje op onze huid.

Vissenbloed blijkt soms nog sneller te stollen dan dat van zoogdieren.

Vissen hebben ook bloedstolling: het bloeden moet zo snel mogelijk stoppen. Vissenbloed blijkt soms nog sneller te stollen dan dat van zoogdieren. Het hangt af van de soort. Volgens een omvangrijk overzichtsartikel uit 2009 in het Brazilian Journal of Biosciences, geschreven door twee Braziliaanse visserijbiologen, wordt de stollingssnelheid van vissenbloed onder andere bepaald door de hoeveelheid thrombocyten in het bloed: een soort bloedplaatjes, maar met een celkern.

Volgens het artikel worden de thrombocyten geproduceerd in de milt of de nieren van de vis, en mogelijk ook in de lever. Per soort kan dit weer variëren. De productieplaats van deze cellen doet er kennelijk niet zoveel toe. In het artikel in Nature dat de aanleiding was voor deze vraag schreven de onderzoekers ook al dat de bloedplaatjesproductie bij de muis kon verhuizen van het beenmerg naar de longen en andersom.

Blijft de vraag waarom een vis geen korstjes op zijn wonden krijgt. Het antwoord staat deels in een intrigerend artikel van Duitse wetenschappers over wondheling bij volwassen zebravissen, op 21 februari 2013 gepubliceerd in het Journal for Investigative Dermatology. De vissenhuid heelt snel en vrijwel zonder littekenvorming, stelden de Duitsers proefondervindelijk vast. De wondheling verloopt in grote lijnen het zelfde als bij zoogdieren, maar bij schade treedt geen uitgebreide ontstekingsreactie op zoals bij zoogdieren. Bovendien groeien de huidcellen van de vis meteen; bij volwassen zoogdieren komt de aangroei van nieuwe huid pas later in de wondheling op gang. De wond in de vissenhuid groeit dus sneller dicht.

Wondgenezing onder water gaat wellicht makkelijker omdat de vissenhuid de dikke hoornlaag mist die landdieren hebben om zich te beschermen tegen uitdroging. Zo herstelt ook de huid aan de vochtige binnenkant van onze mond litteken- en korstloos.

Thrombocyten van vissen hebben daarnaast een extra functie; ze kunnen binnenkomende bacteriën opeten en zo onschadelijk maken. Bij zoogdieren is die afweerfunctie overgenomen door witte bloedcellen, die gerichter en massaler kunnen reageren op indringers. Maar dat gaat wel gepaard met een ontstekingsreactie die het herstel van de huid in de weg zit.

Gevolg: jeukende korstjes.