IMF stelt groeiprognose wereldeconomie naar boven bij

Vooral voor Europa en Azië verwacht het Internationaal Monetair Fonds meer groei dan eerder voorspeld werd. Het IMF waarschuwt opnieuw voor de risico’s van protectionisme.

IMF-directeur Christine Lagarde (L) bij de 'Spring Meetings' van het IMF en de Wereldbank in Washington DC, 17 april 2017. Foto Stephen Jaffe/EPA

De wereldeconomie staat er dit en volgend jaar beter voor, met aantrekkende economische groei in zowel de gevestigde industrielanden, de opkomende landen als de ontwikkelingslanden. Dit stelt het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dinsdag in zijn World Economic Outlook.

Ten opzichte van een half jaar geleden stelt het IMF zijn prognoses voor de wereldwijde economische groei licht naar boven bij, een fenomeen dat sinds het uitbreken van de financiële crisis zelden voorkwam. De wereldeconomie groeide vorig jaar met 3,1 procent, dat wordt dit jaar 3,5 procent en volgend jaar 3,6 procent, berekent het IMF.

Het optimisme heeft postgevat nadat er in de tweede helft van vorig jaar een versnelling van de economische groei plaatsvond. De verbeteringen ten opzichte van eerdere verwachtingen zijn vooral zichtbaar in Europa en Azië, en daar dan vooral in China en Japan. De economie van de eurozone - de negentien landen met de euro als munteenheid- groeit overigens nog steeds mondjesmaat, met respectievelijk 1,7 procent en 1,6 procent in 2017 en 2018.

Het is volgens het IMF wel de vraag of het huidige momentum voortduurt. De stemming onder producenten en consumenten is sterk verbeterd, maar bevindt zich nu wel al op een relatief hoog niveau. Stemmingsindicatoren blijken bovendien niet zaligmakend.

China verraste maandag analisten, die een inzakkend momentum meenden waar te nemen, met een economische groei van 6,9 procent in het eerste kwartaal van 2017. Andersom zijn peilingen onder Amerikaanse consumenten en bedrijven positief, maar een van de twaalf afdelingen van de Amerikaanse centrale bank, gevestigd in Atlanta, zei vrijdag te verwachten dat de economische groei in de VS over het eerste kwartaal niet veel hoger uit zal komen dan 0,5 procent.

Productiviteitsgroei blijft laag

En mogelijke tegenwind voor de wereldeconomie kan volgens het IMF vooral komen van de nog steeds lage productiviteitsgroei. Uit de prognoses van dinsdag kan worden afgeleid dat de huidige groeiversnelling nog steeds een inhaalslag is ten opzichte van de schade die door de financiële crisis is opgetreden.

De meeste economieën hebben een gat te dichten ten opzichte van wat hun economische groei had kunnen zijn. Is dat proces eenmaal voltooid, dan hangen de vooruitzichten vooral af van de ontwikkeling van de productiviteit van kapitaal en arbeid. De groei daarvan blijft ondermaats, en is voor geavanceerde landen volgens het IMF gemiddeld niet meer dan 0,7 procent op de middellange termijn. Mede hierdoor blijft de potentiële groei, de ‘kruissnelheid’ van westerse economieën, relatief laag.

Maurice Obstfeld, de hoofdeconoom van het IMF, verwees dinsdag naar een eerder IMF-rapport over de ondermaatse productiviteitsgroei. De financiële crisis heeft die overal ter wereld gedrukt. Voor een deel is dat een gangbaar verschijnsel na een zware recessie.

Daar bovenop komt dat veel bedrijven al een zwakke balans hadden, en de kredietverlening achterbleef. Dat heeft een negatieve invloed gehad op investeringen in met name kennis, die juist productiviteitsgroei op de langere termijn hadden moet verhogen. Daarnaast zijn vooraf aan de crisis veel speculatieve investeringen gedaan in sectoren of activiteiten die geen productiviteitswinst opleverden.

Na de crisis heeft de inzakkende vraag in de economie vervolgens gezorgd voor een neergaande spiraal, waarbij investeringen werden teruggeschroefd, hetgeen weer ten koste ging van de vraag. Bovendien was er grote terughoudendheid om risico’s te nemen.

Bovendien, stelt het IMF, vervaagt de impuls van de grootschalige toepassing van informatietechnologie, die rond de eeuwwisseling optrad. De globalisering staat op een lager pitje, en het schok-effect van de introductie van China in het wereldhandelssysteem neemt af. Hervormingen zijn in veel landen nodig om de productiviteit op te schroeven, maar omdat de omstandigheden zo wisselend zijn per land, geeft de organisaties daar geen algemene suggesties voor.

Lichtpuntje en risico’s

Een lichtpuntje is wel dat volgens de IMF-prognoses voor het eerst in lange tijd het volume van de wereldhandel weer iets sneller toeneemt, met respectievelijk 3,8 procent in 2017 en 3,9 procent in 2018, dan de groei van de wereldeconomie zelf.

Dat neemt niet weg dat het IMF protectionisme ziet als een van de grootste risico’s voor de wereldeconomie. Dat maakt onderdeel uit van ‘een naar binnen gericht beleid’ in veel landen, met beperkte internationale handel en minder grensoverschrijdende investeringen.

Nog vorige week waarschuwde IMF-directeur Christine Lagarde daar in Berlijn voor. Dat kwam Lagarde op een felle reactie te staan van de Amerikaanse minister van handel, Wilbur Ross. Die noemde de waarschuwing een verkapt signaal aan de regering-Trump en hij typeerde Lagardes woorden als ‘rommel’.

De uitval van Ross draagt bij aan de onzekerheid die bij zowel het IMF als de Wereldbank bestaat over de plannen van het Witte Huis met beide organisaties. De VS zijn de grootste aandeelhouder in de twee in Washington gevestigde organisaties, met een blokkerende minderheid.