Column

Hoe het zoet na het zuur verdween

Nog maar vijf dagen en dan gaat een van de somberste volken van Europa naar de stembus. Het Sociaal en Cultureel Planbureau publiceert elk kwartaal staatjes over het Nederlandse gemoed, afgezet tegen dat van andere Europeanen. Gaat het de goede kant op met het land? Met de economie? Wie daarbij telkens opvallen zijn de Fransen. Alleen de Grieken zijn somberder.

Het zijn ongemeen spannende presidentsverkiezingen in Frankrijk. Vier kandidaten maken, als we de peilingen geloven, kans op de tweede ronde. Twee van hen gelden als een schok voor de Europese Unie: de rechtse Marine Le Pen en de linkse Jean-Luc Mélenchon. Dikke kans dat hun bijtende kritiek op de EU eindigt in een Frexit.

Nummer-één-onderwerp in de Franse verkiezingen, lees ik bij onze correspondent Peter Vermaas, is de economie. Om precies te zijn: koopkracht, elke maand rondkomen en werkloosheid. Terrorisme en immigratie volgen daarna.

Er zijn economen die Frankrijk gebruiken als bewijs dat het Nederlandse beleid te hard was. Kijk maar naar Frankrijk, dat bezuinigde minder en daar groeide de economie meer. Het verlichtte de economische zorgen bij Franse burgers in elk geval niet. De werkloosheid is hoog, de jeugdwerkloosheid nog hoger. Mensen met een vast contract worden sterker beschermd dan hier. Het gevolg is dat het vaste contract moeilijk te krijgen is. Ook een beschermende staat als de Franse laat mensen in de steek.

Lang was het verband tussen politiek en economie tamelijk helder: hoe meer groei, hoe meer steun voor een zittende regering. Maar sinds de crisis van 2008 is dat verband weg, berekende The Economist vorige week op basis van verkiezingen in 31 Europese landen. Sindsdien betekent regeren heel vaak verliezen, hoe hard de economie ook groeit. It’s not the economy, stupid.

Na het zuur komt het zoet, was lang een effectieve strategie van regeringen. Neem zodra je aantreedt de nare maatregelen. Dan volgt het economische zoet aan het eind van de regeerperiode. En is je kans op herverkiezing groter. Dat werkt niet meer. Wellicht is nu de essentie: de groei is er wel maar vertaalt zich te weinig in het leven van alledag. In Frankrijk groeit de economie maar de werkloosheid blijft hoog.

Ik sprak een week geleden Diederik Samsom. Hij had een theorie over waarom kiezers niet terugkwamen naar de PvdA toen het economisch beter ging. Als iedereen stil staat voor het stoplicht, dan ben je niet blij maar ook niet boos. Je lijdt met zijn allen. Maar als je sommigen ziet wegrijden terwijl jij blijft staan, dan word je kwaad. De VVD-kiezers rijden weg, de PvdA-kiezers staan stil. Juist nu economieën aantrekken wordt duidelijk wie achterblijft.

Marike Stellinga vervangt tijdelijk Tom-Jan Meeus op deze plek.