Column

Hij kende Joy Lane niet

Voor de families Godwin en Stephens uit Cleveland, Ohio, was het geen gelukkige Pasen. Robert Godwin, een broze zwarte man van 74 jaar, grootvader van veertien kleinkinderen, liep op straat om aluminium drankblikjes te zoeken voor zijn verzameling toen er een witte Ford Fusion naast hem stopte.

De chauffeur, Steve Stephens, een 37-jarige zwarte man met een baard, riep naar hem: „Wil je me een plezier doen? Kun je de naam ‘Joy Lane’ zeggen?” „Joy Lane?”, vroeg Godwin verbaasd. „Ja”, zei Stephens, „zij is de reden waarom dit je gaat gebeuren.” Terwijl Godwin een plastic zak omhoog hield om zich te beschermen en riep: „Ik ken niemand die Joy Lane heet”, schoot Stephens hem van dichtbij dood.

Dader en slachtoffer kenden elkaar niet. Wie Joy Lane was, werd later duidelijk want Stephens maakte van zichzelf in de rijdende auto een video-opname die hij op Facebook postte. Moorden wordt zo’n eenzame bedoening als je het met niemand kunt delen.

Op dat videofilmpje verklaart Stephens zich nader, terwijl hij met een onbekende belt. „I just snapped”, zegt hij een paar keer. Hij spreekt van „woede” en „frustratie”, hij vertelt dat hij drie jaar lang met Joy Lane heeft geleefd en dat hij eigenlijk altijd een „fucking monster” is geweest, iemand die zich almaar moest bewijzen, ook tegenover Joy Lane, die hem gek maakte en met wie hij daarom gebroken heeft, en sindsdien kan het hem allemaal niets meer verrekken, morgen komt hij niet op zijn werk, want hij wil zoveel mogelijk mensen vermoorden als hij kan, fuck Joy Lane. „Today is Easter Sunday, Joy Lane massacre!”

Hij laat ook een paar keer, bijna trots, de badge zien van het bedrijf waar hij als „case manager” werkt: Beech Brook, een instelling in Ohio voor probleemkinderen en de bijbehorende gezinnen. Dan weten we het zeker, en daarom is hij vermoedelijk ook zo openhartig over zijn achtergrond: we zien geen professionele moordenaar, geen zware crimineel, maar iemand die altijd doorging voor een gewone, oppassende burger. Het is alsof hij wil suggereren: pas maar op, jullie zullen ook rare dingen doen als je in dezelfde shit terechtkomt als ik.

„I just snapped.”

Ik kende de uitdrukking niet. Op internet zocht ik naar eerder gebruik ervan en kwam terecht bij een uitlating van de ex-bokskampioen Mike Tyson. Die beet in 1997 een stuk uit het oor van zijn tegenstander Evander Holyfield en excuseerde zich dagen later aldus: „I just snapped and payed the price for it.”

Hoe zouden wij dat in het Nederlands zeggen? „Ik ging door het lint”, „Ik ging over de rooie”, „ik flipte” – zoiets. Tyson en ongetwijfeld ook Steve Stephens willen ons duidelijk maken dat ze even totaal van de wereld waren: krankzinnig, ontoerekeningsvatbaar.

Tyson wees er destijds op dat ook andere topsporters onder hoogspanning rare streken hadden uitgehaald. Stephens gaat nog een flinke stap verder: hij beschouwt zichzelf als slachtoffer – de wereld heeft het ernaar gemaakt, sorry, hij kon niet anders, „I just snapped”.

Intussen dringt het lot van de ware slachtoffers zich op: de familie Stephens, die Steve niet langer als familielid wil erkennen, en uiteraard de familie Godwin en haar grootvader met zijn laatste woorden: „Ik ken niemand die Joy Lane heet.”