Eerste windparken zonder subsidie

Wind op zee

Het Deense Dong gaat windparken op zee bouwen zonder subsidie. Het veilingsysteem, waarbij het laagste bod wint, heeft de kostprijzen doen kelderen.

Dong is met een aandeel van 25 procent wereldmarktleider en verwacht dat de kosten voor windparken snel dalen terwijl de energieprijs zal stijgen. Foto Simon Dawson / Bloomberg

Straks liggen ze op steenworp afstand van elkaar, maar tussen het Gemini-windpark ten noorden van Schiermonnikoog en de geplande nieuwe windparken OWP West en Borkum Riffgrund West 2, zit een wereld van verschil.

Het Gemini-windpark krijgt voor iedere kilowattuur (kWh) die verkocht wordt een minimumprijs van 19,6 cent. Dat wil zeggen dat de marktprijs die nu gemiddeld iets onder de 4 cent ligt, met subsidie wordt aangevuld tot die 19,6 cent, ruim 15 cent dus.

Eind vorige week werd bekend dat het Deense energiebedrijf Dong in Duitsland tenders heeft gewonnen voor de aanleg van twee nieuwe windparken omdat het helemaal geen subsidie meer vraagt.

Het veilingsysteem dat in grote lijnen ook in Nederland wordt gehanteerd, leidt tot duizelingwekkende prijsontwikkelingen op de markt van windparken op zee. Het einde van het subsidietijdperk is in zicht.

Dat was vorig jaar al te zien bij de Nederlandse tenders voor de eerste twee Borssele-windparken voor de kust van Zeeland. Ook die werden gewonnen door het Deense Dong, wereldwijd marktleider met een aandeel van 25 procent, dat een bod neerlegde van 7,27 cent per geproduceerde kWh.

De markt was verbijsterd, lager kon het niet gaan. Maar een paar maanden later brak een consortium van Shell, Eneco en Van Oord een nieuw record. Zij wonnen de aanbesteding van de twee andere Borssele-windparken voor een prijs van 5,45 cent per kWH.

Dong denkt de twee windparken zonder een cent subsidie te kunnen bouwen om een aantal redenen. Ten eerste hoeven ze pas in 2024 te worden opgeleverd en wordt het definitieve investeringsbesluit pas in 2021 genomen. Daardoor kan Dong optimaal profiteren van de ontwikkeling op het gebied van turbines. In het eerder genoemde Gemini-park staan turbines met een vermogen van 4 megawatt (MW).

Meer stroom met minder turbines

Op dit moment wordt al een turbine getest van 9 MW en Dong gaat ervan uit dat er tegen 2024 ook turbines van minstens 13 MW op de markt zullen zijn. Dat betekent dat je meer stroom kun opwekken met minder turbines, wat een aanzienlijke kostenbesparing betekent.

Een andere kostenbesparing is het feit dat de nieuwe parken direct naast bestaande parken van Dong komen te liggen. Schaalvergroting betekent ook lagere kosten.

Interessant is ook dat Dong uitgaat van een stijging van de elektriciteitsprijs op de Noordwest-Europese markt. Kennelijk verwachten de Denen dat de kolencentrales op afzienbare termijn een hogere CO2-prijs zullen moeten gaan betalen, wat sowieso tot een hogere stroomprijs zal leiden.