Recht & Onrecht

Drank, vrouwen en andere botsende stereotypen

Waarom veroorzaakte minister Dijsselbloem zoveel ophef met zijn metafoor over ‘drank en vrouwen’. Bert Pol legt het uit in de Gedragscolumn

Ik was aanvankelijk verbaasd over de mate van ophef die onder meer in Portugal, Spanje  en Griekenland ontstond over de uitspraak van Jeroen Dijsselbloem : ‘Ik kan niet al mijn geld aan drank en vrouwen uitgeven en vervolgens bij u om bijstand vragen’.  Hij verweet toch niemand iets? Waarom zouden vertegenwoordigers van een aantal Zuid-Eurpese landen zich dan aangesproken voelen?

Het moet ermee te maken hebben dat we over individuen en groepen mensen vaak stereotype beelden hebben. Zoals de gründliche Duitsers, de eigenzinnige Engelsen, de heetgebakerde Italianen. Dat zijn natuurlijk enorme generalisaties die voor veel (of de meeste) individuele Duitsers, Engelsen en Italianen, etc. helemaal niet opgaan.  Maar we krijgen ze mee en ze blijven bestaan tot dat blijkt – door persoonlijke ervaringen – dat zo’n beeld niet klopt en we het in de prullenbak gooien.

Taal

Stereotypen komen ook tot uiting in ons taalgebruik. Overigens zonder dat we ons daar bewust van zijn. Als iemand uit ‘onze eigen groep’ een onwenselijke handeling uitvoert, beschrijven we dat op een concreet niveau: ‘Piet duwt iemand.’ Dat zegt nog niks over eigenschappen van Piet.

Maar als iemand uit onze ‘eigen groep’ gewenst gedrag vertoont, beschrijven we dat op een hoog abstractieniveau: ‘Piet is behulpzaam.’ Dat zegt wel iets kwalitatiefs over Piet. Anders gezegd: het is normaal dat mensen uit onze eigen groep (vrienden, collega’s, streekgenoten, sporters) zich goed gedragen. En als iemand dat niet doet, dan is dat slechts een uitzondering die de regel bevestigt. Maar als onze uitspraak over vertegenwoordigers van de andere groep gaat, is dat precies tegenovergesteld. Als middenvelder Kees van de ‘andere voetbalclub’ zich hoffelijk gedraagt door een speler van onze club overeind te helpen na een valpartij waar hij zelf helemaal niet bij betrokken was, dan is dàt de uitzondering die de regel bevestigt.

Maar als hij een van onze spelers een forse duw geeft, dan is juist dàt typerend, want ‘zo zijn ze bij die andere club’. In het eerste geval zeggen we eerder dat Kees zich sportief opstelt door een speler van een andere club overeind te helpen. Dat is een concrete uitspraak over een concrete situatie. In het tweede geval – Kees geeft een tegenstander een forse duw - zeggen we eerder ‘dat Kees niet sportief is’. De duw zegt iets over Kees, niet over de situatie.

Clash van stereotypen

Wat tijdens het genoemde interview gebeurd kan zijn, is dat toen Zuid-Europa ter sprake kwam, bij Dijsselbloem de associatie opkwam met een luchtiger levenshouding dan de zijne. Als hij zegt “Ik kan niet al mijn geld aan drank en vrouwen uitgeven en vervolgens bij u om bijstand vragen’’, dan is de strekking: ‘voor mij zou dat atypisch zijn, ik ben zuinig, geen onbezorgde levensgenieter’. Nu was Dijsselbloem tijdens de recessie een representant van de strenge Noord-Europese lijn, die diverse Zuid-Europese landen met harde hand aan de begrotingsafspraken hield en daarmee aan de verstrekkende sociale consequenties. Het stereotype beeld van Dijsselbloem bij landen die getroffen werden door de draconische bezuinigingen is: Dijsselbloem is een kille bezuiniger. Zo vindt een clash van stereotypen plaats. Die van Zuid-Europese landen smijten het geld over de balk versus Dijsselbloem is harteloos.

Een vervelende consequentie is dat het door de mediterrane landen gepercipieerde stereotype dat Dijsselbloem van hen heeft, bedreigend is voor een positief beeld van hun land en landgenoten, alsmede voor hun gevoel van eigenwaarde.

Stereotypen kleuren ons taalgebruik. Ons taalgebruik zorgt weer voor de instandhouding van stereotypen en vooroordelen. En het activeert stereotypen bij de tegenpartij, die het taalgebruik aan hun kant beïnvloeden. Die taaluitingen activeren op hun beurt weer het stereotype. etc. etc.

Zo komen we nooit tot elkaar.

Bert Pol is verbonden aan de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteit Twente en vennoot van Tabula Rasa Den Haag. De Gedragscolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door gedragswetenschappers.