Opinie

Dit kabinetsbeleid leidt tot meer én zwaardere gasbevingen

De poreuze, gashoudende zandsteenlaag in Noordoost-Groningen is zo verzwakt dat deze steeds gevoeliger wordt voor gaswinning, schrijft emeritus-hoogleraar . De geplande afname in gasproductie is onvoldoende om de bodem te stabiliseren.

ZEERIJP - Versteviging van gebouw na aardbevingsschade. Foto Remko de Waal / ANP

KLIK HIER VOOR EEN UPDATE VAN DIT OPINIESTUK (N.A.V. NIEUWS VERLAGING GASWINNING)

De aardbevingsproblemen in Groningen lijken opgelost. De gaswinning is gehalveerd, het aantal bevingen is verminderd, alle schade wordt vergoed en kwetsbare woningen worden versterkt. Maar bij jaarlijks 24 miljard m3 gaswinning in 2017-2021 zal de bevingsactiviteit in 2018 weer toenemen.

De versterkingsoperatie loopt moeizaam en roept veel twijfels op. De risicobenadering beperkt zich tot overlijdenskansen en de schadeafhandeling is een mer à boire. Nu snelle aardbevingsbestendigheid onhaalbaar blijkt, kan alleen minder gaswinning paal en perk stellen aan een sluipende catastrofe.

Vijfentwintig jaar na de eerste serieuze beving, in 1991 bij Middelstum, is het overduidelijk dat het winnen van 2800 miljard m3 gas onder een bewoond gebied van 900 km2 allerlei problemen oplevert: bodemdaling, aardschokken en (grond)waterhuishouding. Er is aanzienlijke zettings- en bevingsschade aan tienduizenden gebouwen, waaronder monumenten. Circa 10 procent van de regionale bevolking gaat gebukt onder zoveel onzekerheid dat hun gezondheid eronder lijdt.

Reken op 12 tot 14 aardschokken

Op dit moment is de Groningse bodem rustiger dan drie jaar geleden. Na topjaar 2013 met 54 miljard m3 aardgas en dertig bevingen deden zich in 2016 bij ruim 27 miljard m3 gaswinning ‘slechts’ vijftien bevingen voor met een magnitude (M) van tenminste 1.5 op de schaal van Richter. Maar dit is een tijdelijk reductie-effect. Bij vijf jaar lang 24 miljard m3 gaswinning, zoals onlangs besloten, zal de bevingsactiviteit snel weer toenemen terwijl noordoost Groningen er onvoldoende tegen bestand is.

Uit statistische analyse over 1991-2016 van bijna driehonderd aardbevingen met M ≥ 1.5 blijkt dat er bij een bepaalde hoeveelheid gaswinning steeds meer bevingen optraden. Zo waren er bij eenzelfde jaarproductie van 42 miljard m3 in 1996 slechts twee bevingen, in 2008 tien en in 2014 negentien. Vanaf 1991 blijkt het quotiënt van aardbevingsaantal gedeeld door gaswinvolume van jaar tot jaar toe te nemen. Dit hangt samen met de cumulatieve hoeveelheid gaswinning sinds 1963. Naarmate er méér gas uit de grond is gehaald, doen zich bij verdere gaswinning steeds gemakkelijker nieuwe aardbevingen voor. Op dit moment treden er per 10 miljard m3 gaswinning vijf à zes bevingen met M ≥ 1.5 op. Bij 24 miljard m3 gaswinning zullen dit er over heel 2017 twaalf à veertien worden.

Dit positieve verband kan, met ruime onzekerheidsmarge, worden geëxtrapoleerd naar 2021 en verder. Voor verschillende productiescenario’s laat zich dan uitrekenen dat er omstreeks 2021 bij een jaarlijkse gaswinning van 27 miljard m3 (‘middenscenario’ NAM) tussen de zeventien en vierentwintig bevingen optreden. Bij 21 miljard m3 zouden er tussen de dertien en achttien bevingen zijn. En bij slechts 15 miljard m3 zouden zich in 2021 tussen de negen en twaalf bevingen met M ≥ 1.5 voordoen. Ongeveer één achtste daarvan zou een magnitude hebben van, tien keer zo sterk.

Pas veiligheidsbeleid toe op gaswinning

Bij een vaste hoeveelheid, jaarlijkse gaswinning zal de bevingsactiviteit toenemen, inclusief zwaardere bevingen, zo taxeert ook de NAM. Het tempo hangt af van de jaarlijkse productie. Deze statistiek leidt tot de volgende hypothese: met het groeien van de gaswinning sinds 1963 liep de druk op drie km diepte voortdurend terug. Dit heeft de poreuze, gashoudende zandsteenlaag dusdanig verzwakt dat deze steeds gevoeliger is geworden voor verdere drukverlaging. Weliswaar geeft elke aardbeving een zekere ontlading, maar lokale ontladingen zijn onvoldoende ontspannend voor het gebied als geheel. Totdat de winning wordt beëindigd, zal het aantal bevingen alleen afnemen als de productie van jaar op jaar wordt verminderd, zoals in 2014-2017.

Sinds 1989 kent Nederland een uitgekiend externe-veiligheidsbeleid voor industrie en transport. Maar de gaswinning bleef een status aparte houden. Aan het kabinet om deze sector alsnog daaraan te onderwerpen. Alleen dan kan de veiligheid voldoende gewaarborgd worden, recht gedaan worden aan betrokkenen en de redelijkheid hersteld. Hier zijn vier suggesties.

1. Zet de beleidsopties uiteen en maak expliciet welke afwegingen moeten worden gemaakt, bijvoorbeeld tussen meer gaswinning en minder woningversterking, of tussen minder gaswinning en meer schadevergoeding. Maak duidelijk wat Groningen nog te wachten staat.

2. Breng de Groningse gaswinning verder omlaag (bijvoorbeeld tot ver onder de 20 miljard m3 in 2019) en doe er alles aan om Nederland minder afhankelijk te maken van aardgas.

3. Verruim en verduidelijk de ‘risicobenadering’, met normen inzake bevingen, grondversnellingen, gebouwschade en persoonsveiligheid, inclusief groeiend gevaar door opeenvolgende bevingen.

4. Stem het meerjarenprogramma-woningversterking beter ─ en begrijpelijker ─ af op het meerjarenprogramma-gaswinning, ook voor de langere termijn.

Gezien de enorme aardgasbaten van de afgelopen vijftig jaar, zou een snelle en royale tegemoetkoming niet meer dan redelijk zijn.