Wie wist wanneer van Waterfront?

Waterfront Intern én extern onderzoek verschaften eerder geen duidelijkheid. In de Rotterdamse gemeenteraad begint een enquête naar een eigenaardige fraudezaak.

Foto Remko de Waal - ANP

Een aannemer die vijf jaar lang valse facturen stuurt. De gemeente die daarvan ruim 7 miljoen euro betaalt. Een ambtelijk rapport dat een kandidaat-huurder onbetrouwbaar noemt en een topambtenaar die vervolgens toch zijn handtekening onder het huurcontract zet.

De Rotterdamse gemeenteraad wil het fijne weten van deze zaak, die naar het pand aan de Maas, ‘Waterfront’ wordt genoemd. Een intern rapport en een extern rapport, à raison van 700.000 euro, konden geen duidelijkheid scheppen. Dinsdag beginnen daarom de openbare verhoren in de raadsenquête naar het Waterfrontschandaal.

De uitkomsten van dit onderzoek kunnen de posities van hoge Rotterdamse ambtenaren en politici doen wankelen. Die van Adriaan Visser (D66) bijvoorbeeld, nu als wethouder verantwoordelijk voor organisatie en financiën. In de wandelgangen wordt gefluisterd dat D66-leider Alexander Pechtold hem als ministerskandidaat ziet. Een van de belangrijkste kwesties tijdens de enquête zal de rol van Visser in 2010 zijn. Als directeur van de Rotterdamse vastgoedafdeling sloot Visser het huurcontract met de malafide huurder, de Turks-Nederlandse Göksel Kan – ondanks een negatief debiteurenrapport, opgevraagd door zijn eigen debiteurenafdeling.

De grote vraag is hoe het Waterfrontschandaal heeft kunnen gebeuren. Is sprake van grootscheepse ambtelijke incompetentie? Of hebben ambtenaren en mogelijk ook wethouders de fraude moedwillig toegedekt, of er zelfs aan meegewerkt?

Op de eerste verhoordag verschijnt voor de raadscommissie Henk de Kok, teamleider van de afdeling vastgoed die verantwoordelijk is voor het Waterfrontpand sinds 2014. De Kok was er mede verantwoordelijk voor dat de fraude aan het licht kwam. In dit verhoor zal vooral worden onderzocht sinds wanneer hij van de fraude op de hoogte was.

Commercieel vastgoed

De Kok zat als beheerder commercieel vastgoed voor de gemeente in een cruciale, maar ook onduidelijke positie. In Rotterdam wordt onderscheid gemaakt tussen verhuur van commercieel gemeentelijk vastgoed, zoals horeca, en maatschappelijk vastgoed, zoals scholen, sportfaciliteiten, musea en theaters. Commercieel en maatschappelijk vastgoed vallen niet onder hetzelfde beheer. Alleen als huurders subsidie van de gemeente krijgen, worden de panden beschouwd als maatschappelijk vastgoed.

Tot 2010 was het helder: Waterfront behoorde als poppodium tot het maatschappelijk vastgoed. Maar dat jaar vertrok de huurder en werd de subsidie van de dienst Cultuur beëindigd. De nieuwe huurder, Göksel Kan, kwam niet voor subsidie in aanmerking en was dus een commerciële huurder. Dat wordt bevestigd in het interne onderzoek dat de gemeente naar de fraude uitvoerde: de beheerder maatschappelijk vastgoed zag dit pand toen niet langer als onderdeel van zijn portefeuille.

Foto Remko de Waal/NRC

Op dat moment was het logisch geweest als commercieel beheerder De Kok het pand had overgenomen van de dienst maatschappelijk vastgoed van de gemeente. Maar hij deed dat niet, en de vraag is waarom.

De tweede die voor de enquêtecommissie van de raad moet verschijnen is Leonie de Knegt, hoofd debiteurenbeheer van de vastgoeddienst. De Knegt liet door een financieel onderzoeksbureau een rapport opstellen naar de betrouwbaarheid van Göksel Kan als huurder. Uit dat rapport bleek dat Kan geen betrouwbare huurder zou zijn. Het advies van de onderzoekers was: doe het niet, desondanks liet toenmalig directeur Adriaan Visser van de vastgoeddienst het huurcontract passeren.

Betrouwbaarheidsonderzoek

Dit betrouwbaarheidsonderzoek is nooit opgenomen in de onderzoeken van de gemeente naar de fraude. Noch in het interne onderzoek, noch in het zeven ton kostende onderzoek van bureau SBV Forensics. Het kwam pas aan het licht toen NRC het in bezit kreeg en eruit publiceerde.

Visser is in zijn huidige rol als wethouder organisatie en financiën verantwoordelijk voor het interne en externe onderzoek naar de fraude. Verschillende raadsleden vroegen hem waarom dit rapport niet aan hen was voorgelegd. Hij zei toen dat dit betrouwbaarheidsonderzoek destijds – in maart 2010 – was opgemaakt voor een ander pand. Maar een betrouwbare bron op het stadhuis meldde aan NRC dat dit niet klopt, dat het rapport wel degelijk is opgesteld voor de verhuur van Waterfront aan Göksel Kan. De Knegt kan daar voor de enquêtecommissie dus definitief opheldering over geven.

Het ligt in de lijn der verwachting dat ook Visser gehoord zal worden, zegt Leo de Kleijn, vice-voorzitter van de enquêtecommissie (SP). Dat zal definitief blijken uit de lijst van nog te horen personen die eind deze week bekendgemaakt wordt. Ook oud-wethouder Hamit Karakus (PvdA) kan dan gehoord worden. Hij was van 2006 tot 2014 verantwoordelijk voor de dienst die Göksel Kan het Waterfront liet huren. Volgens De Kleijn kunnen voormalige ambtenaren en oud-wethouders niet weigeren voor de commissie te verschijnen.

Aanvulling In Wie wist wanneer van Waterfront? staat dat wethouder Adriaan Visser in 2010 persoonlijk zijn handtekening had gezet onder het huurcontract met de onbetrouwbare huurder van het gemeentelijk pand aan de Boompjeskade, Waterfront. Visser was toen directeur van het OntwikkelingsBedrijf Rotterdam, dat het gemeentelijk vastgoed beheert. Visser is wel degene die namens de gemeente het huurcontract aanging, en staat ook zo vermeld bij de contractpartijen, maar heeft het contract niet zelf ondertekend. Dat was de portefeuillemanager Maatschappelijk Vastgoed.