Vrouwen fietsen in Limburg voor gelijkheid

Amstel Gold Race

Philippe Gilbert kreeg zestien mille, Anna van der Breggen moest het doen met 1.128 euro. Toch zijn de vrouwen op de goede weg.

De start van de Amstel Gold Race op de Markt in Maastricht. Voor het eerst sinds 2001 doen de vrouwen weer mee met Leontien van Moorsel als koersdirecteur van de dames. Foto Jean-Pierre Geusens/Novum

De ogen van Leontien van Moorsel schieten van links naar rechts over het wegdek van de Maastrichtse Wilhelminabrug, op zoek naar obstakels waar ‘haar rensters’ tegenaan zouden kunnen rijden. „Pas op meiden, vluchtheuvel hier, pas op pas op”, roept ze, haar bovenlichaam hangend uit het dak van de jurywagen waarin ze als koersdirecteur het startsein van de eerste Amstel Gold Race Ladies Edition moet geven. Vanuit de achterbank krijgt Van Moorsel aanwijzingen. Na een kilometer of twee neutrale race dient ze te zwaaien met een rode vlag, en dan op een fluitje te blazen – dan kan de koers echt beginnen. Dat laatste vergeet ze van de zenuwen, maar het peloton heeft het begrepen.

Het is een belangrijk moment in de historie van het vrouwenwielrennen, deze paaszondag in Limburg. In het programmaboekje gaat het over ‘de 1e Amstel Gold Race Ladies Edition’, maar officieel is het de vierde uitgave van de race voor vrouwen. Bij de laatste editie, veertien jaar geleden, overlapten de mannen- en de vrouwenkoers elkaar bijna. Dat risico wilde koersbaas Leo van Vliet niet nog eens nemen. Door de wedstrijd voor dames ging een streep. „Je moet dit daarom maar zien als een nieuw begin”, zegt organisator Roy Pakbier op de achterbank van de jurywagen, terwijl hij op een tablet laat zien hoe alle voertuigen in koers met een GPS-systeem in de gaten worden gehouden. Overlappen is nu erg onwaarschijnlijk, weet hij. „Dat kan alleen als de mannen 50 kilometer per uur gemiddeld rijden en de vrouwen 28.”

Uit 2002 alleen nog een finishfoto

Terwijl een schelle stem op de koersradio door de rode Mini Cooper tettert, denkt Van Moorsel terug aan de ploegenpresentatie van die morgen, op de Grote Markt van Maastricht, die voor het eerst tegelijk werd gehouden met die van de mannen. Essentieel, want daar komt volk op af, duizenden mensen maakten kennis met de hoofdrolspelers van het vrouwenpeloton omdat ze toch al stonden te wachten op de mannen. Dat ging in haar tijd wel anders, zegt Van Moorsel, in 2002 winnares van de Amstel Gold Race. Van dat moment zijn niet eens bewegende beelden, zegt ze met opengesperde ogen. Alleen een finishfoto. „En toen startten we nog op een ander plein in de stad”, zegt ze. „Dit is eindelijk een beetje meer gelijkwaardigheid.”

Van Moorsel herinnert zich het vrouwenwielrennen in haar gloriedagen. Ze won de Tour de France voor vrouwen in 1992 en 1993, maar aan haar eerste, die van 1989, denkt ze nog het vaakst terug, terwijl ze als 31ste eindigde. „We reden tegelijk op met de mannen, kortere etappes, en twee weken koers in plaats van drie, maar toch, er stond veel volk langs de kant. Later werden de vrouwen losgekoppeld van de mannen. Dat was treurig; er kwam geen hondenkop kijken.”

Hoe anders is dat vandaag. Nog voor twaalven staat het vooral op de Cauberg, die de dames vier keer op moeten in hun 120-kilometertocht, zwart van de mensen. Van Moorsel voelt weer die opwinding van haar beste races, het WK-goud op de tijdrit van 1998 bijvoorbeeld, in Valkenburg. „Je voelt geen pijn meer, je wordt gedragen door de mensen die je naam roepen, die klappen voor jou. Dat gaan die meiden straks ook meemaken. Gaan ze nooit meer vergeten.”

Ook een Hel van het noorden

Er is al een hoop ten goede veranderd in het vrouwenwielrennen, dat ziet Van Moorsel ook wel. Neem het drieluik in deze ‘Ardennenweek’ bijvoorbeeld, een begrip in het mannenpeloton, maar nu ook voor het eerst in de historie voor vrouwen: eerst de Gold Race, dan op woensdag de Waalse Pijl en zondag Luik-Bastenaken-Luik. De NOS zendt deze dag het laatste halfuur van de vrouwenrace live op televisie uit, ook een primeur. „Daar ben ik al heel blij mee”, zegt Van Moorsel kauwend op een banaan. „Maar het doel is gelijkheid met de mannen. Ik wil een Parijs-Roubaix voor vrouwen, dat is nog nooit gebeurd. Milaan-Sanremo moet terug op de kalender. En dan weer een Tour de France, dat zou het allermooiste zijn. Afgelopen jaar was er alleen dat criterium op de Champs-Élysées. Dat is natuurlijk belachelijk. Doe het goed of helemaal niet. Deze zomer ga ik maar eens koffiedrinken met Prudhomme [de koersdirecteur van de Tour]. Wie weet.”

In Nederland is ze de grote aanjager van het vrouwenwielrennen, maar Van Moorsel heeft nog veel andere dingen te doen. Haar Leontienhuis, waar ze mensen met eetstoornissen opvangt, vraagt veel tijd. Iemand zou het stokje van haar over moeten nemen, maar wie dan? „Marianne Vos heeft de bekendheid, maar ze is zelf nog wielrenster. Ze doet al zo veel naast haar sport. Dit erbij zou te veel zijn. We hebben een plan van aanpak nodig. En de dames moeten het ook zelf een beetje oppakken.”

En dat gebeurde. In aanloop naar de Gold Race ging een aantal Nederlandse toprensters via een filmpje op Facebook op zoek naar twee rondemisters, die bij de huldiging bloemen uitdeelden en de vrouwen zoenden. Dat trok vooraf al de nodige media-aandacht, tot tevredenheid van de koersdirectrice. „Dit hebben we nodig”, grijnst Van Moorsel. „Een stel lekkere kerels. Dit is een goed begin.” We rijden over de steile Keutenberg als ze een roze tekst op het wegdek ziet. ‘Trappen kut’, staat er. Van Moorsel kan er nu wel om lachen.

Van gelijkheid tussen mannen en vrouwen is ook deze paaszondag nog geen sprake. Kijk alleen al naar het prijzengeld: winnares Anna van der Breggen kan 1.128 euro bijschrijven, Philippe Gilbert liefst 16.000 euro, terwijl beide koersen qua attractiviteit niet voor elkaar onderdoen. Er valt nog een wereld te winnen voor de dames, blijkt ook uit de reactie van Van der Breggen na afloop: „Om de aandacht op ons te vestigen, hebben we de mannen nodig.”