Vijf valkuilen bij een kabinetsformatie

Kabinetsformatie Deze week onderhandelen VVD, CDA, D66 en GroenLinks verder over een nieuw kabinet. Veel haast hadden de vier partijen tot nu toe niet. Te snel gaan, weten ze, is geen goed idee. Wat zijn de andere fouten die ze proberen te vermijden?

VVD-leider Mark Rutte arriveert bij de Stadhouderskamer voor een onderhandelingsronde. Foto ANP

1. Vergeet je kiezers niet, maar denk ook aan de achterban van andere partijen

„Dit wordt een kabinet waar rechts Nederland zijn vingers bij aflikt.” Dat zei VVD-leider Mark Rutte in 2010, bij de formatie van het kabinet-Rutte I met het CDA, gedoogd door de PVV. Op die manier een heel deel van Nederland wegzetten? Dat willen de vier partijen nu zeker niet. Hun eigen kiezers, blijkt uit SCP-onderzoek, zijn voor het overgrote deel optimistische, tevreden mensen. Maar als het lukt met VVD, CDA. D66 en GroenLinks, willen ze graag dat burgers die pessimistisch, boos of bang zijn, inzien dat het kabinet er ook voor hen is.

Al is de eigen achterban de eerste zorg. Bij het CDA zit de schrik er nog goed in: die partij werd electoraal afgestraft voor de samenwerking met Geert Wilders in Rutte I. Je moet aan je kiezers duidelijk maken waarom je kiest voor een coalitie en wat je binnenhaalt. En ook wat niet is gelukt – en waarom je toch meedoet. De les van de formatie in 2012, toen VVD en PvdA er snel uit waren en er over en weer dus niet leek te zijn geknokt voor de eigen idealen: neem de tijd, doe af en toe heel moeilijk, vier je overwinning – en doe niet alsof een compromis dat óók is.

2. Ruil je eigen idealen niet uit tegen die van een ander

„Kwartetten met onze idealen”, zo noemde PvdA-leider Lodewijk Asscher vorig jaar de manier waarop de VVD en de PvdA in 2012 tot hun kabinet waren gekomen. Informateur Wouter Bos (PvdA) legde toen glimmende kaartjes op tafel met onderwerpen. De twee partijen moesten hun favoriet kiezen (‘solide begroting’ voor de VVD, ‘inkomensnivellering’ voor de PvdA) en mochten dan 80 procent van het beleid invullen op dat onderwerp. ‘Positief uitruilen’ noemden ze het zelf: de partijen zouden elkaar iets gunnen.

Zoiets willen VVD, CDA, D66 en GroenLinks zeker niet meer. Het leidt, zeggen ze, alleen maar tot beleid dat je moeilijk kunt verdedigen en tot ongelukken in de achterban, zoals met de inkomensafhankelijke zorgpremie (die VVD-kiezers niet wilden) of strafbaarstelling van illegaliteit (die moeilijk lag bij PvdA’ers). Dan maar liever weer ergens in het midden uitkomen.

3. Vorm géén minderheidskabinet

Oeps, de Eerste Kamer. Al snel na de start van het kabinet-Rutte II kwamen VVD en PvdA erachter dat hun minderheid in de senaat – acht zetels te weinig – een serieus probleem was. Vooral omdat het CDA écht oppositie ging voeren. Er kwam een soort vaste samenwerking met D66, ChristenUnie en SGP. Dat werkte: VVD en PvdA hielden het vierenhalf jaar vol en konden bijna het hele regeerakkoord uitvoeren. Het vergde wel eindeloos onderhandelen en de ‘gedoogpartijen’ eisten de eer op.

Lees ook ‘Moeten we het nu al over dit soort dingen hebben?’, vier partijprominenten over de formatie

VVD, CDA en D66 zijn er nu op uit, met GroenLinks, om een ‘gewoon’ meerderheidskabinet te vormen. Om die reden vinden ze ook de combinatie met de ChristenUnie niet heel aantrekkelijk. Zo’n coalitie heeft maar één zetel meerderheid in de Tweede en de Eerste Kamer. Als een Kamerlid dwarsligt, kan alles mislukken. Oud-informateur Henk Kamp (VVD), vertrouweling van Rutte, zei vorige week in debatcentrum ProDemos: „Het is wel een probleem, 76 zetels. Dan denk je vanaf het begin: kan dit?”

Bij D66 denken ze met ergernis terug aan PvdA’ers als Adri Duijvestein, die in de Eerste Kamer tegen wetsvoorstellen van Rutte II stemden, waarover wel eerst met de ‘gedoogpartners’ was onderhandeld. Maar uiteindelijk zijn de onderhandelaars flexibel: mochten alle ‘gewone’ opties uitgeput zijn, dan sluit geen van de partijen een minderheidskabinet van VVD, CDA en D66 uit.

4. Als het mislukt, sluit deze formatieronde dan ook echt af

De verwachting aan het Binnenhof is: deze formatie mislukt. Daarna zou de ChristenUnie kunnen aanschuiven in plaats van GroenLinks. Maar bij de ChristenUnie zijn ze beducht voor het scenario uit 2010, toen de formatie uitdraaide op het rechtse gedoogkabinet van VVD, CDA en PVV.

Dat ging zo: er waren twee pogingen om tot die samenwerking te komen, eerst met informateur Uri Rosenthal (VVD) en later met Ivo Opstelten (VVD). Tussen die twee rondes door werd er onderhandeld over ‘Paars Plus’: een kabinet van VVD, PvdA, D66 en GroenLinks. De rechtse coalitie was op dat moment nog niet definitief van tafel: informateur Rosenthal had VVD, CDA en PVV niet tot échte onderhandelingen gedwongen. Daardoor bleef de rechtse variant boven de onderhandelingen van Paars Plus hangen – en koos de VVD later toch weer voor CDA en PVV.

Dat je een soort excuus-partij bent voor tussendoor, dat wil geen enkele partij graag meemaken. Ook bij de onderhandelaars aan tafel is het besef: als dit mislukt, moet heel duidelijk worden waarom dat zo is en op welk punt. Je kunt nooit helemaal uitsluiten dat dezelfde partijen daarna toch weer aan tafel komen, maar dan weet iedereen: op dat ene punt moet er een verliezer komen. En een winnaar.

5. Wat je afspreekt in het regeerakkoord, moet wel mogelijk zijn

Is er nog iemand die de huishoudtoeslag kent? De onderhandelaars van VVD, CDA, D66 en GroenLinks wél – vooral als afschrikwekkend voorbeeld: alles wat we hier aan tafel bedenken, moet uitvoerbaar zijn. De huishoudtoeslag, uit de formatie van 2012, zou andere toeslagen zoals de huurtoeslag en de zorgtoeslag vervangen en een forse bezuiniging (1,2 miljard euro) opleveren, maar liep vast op juridische problemen. Ander schrikbeeld: de hervorming van het persoonsgebondenbudget (pgb) in de zorg. Er werd gefraudeerd en daar moest een eind aan komen, vond het kabinet. Maar dat liep uit op chaos, er werden miljarden blind uitgekeerd. Topambtenaren hebben nu al aangeboden om te helpen: ze willen de voorstellen toetsen en laten weten of iets kan of niet. Dat vinden de onderhandelaars alvast een goed idee.