Prostituee Joyce heeft straks geen Baan meer

Tippelzone De tippelzone in Utrecht past niet in de bouwplannen van de gemeente. Daarmee verdwijnt alweer een werkplek voor prostituees. „Waar moet ik dan mijn boterham van betalen?”

„Lekker gewandeld jochie, zin in een nummertje?” Prostituees en klanten op de Europalaan in Utrecht. Foto Rien Zilvold

Een nummertje maak je op je klompen. Als een man van middelbare leeftijd op klompen de Utrechtse tippelzone oploopt, gaat Joyce (41) meteen op hem af. Nonchalant haalt ze een hand door de donkere krullen en duwt haar halfontblote borsten naar voren. Flirtend: „Lekker gewandeld jochie, zin in een nummertje?”

Een paar minuten later stapt Joyce in ’s mans auto, even verderop, en rijdt met hem naar de afwerkplek langs het kanaal. Amper twintig minuten later is de Utrechtse prostituee terug. Leunend tegen een lantaarnpaal deelt ze haar zorg over de toekomst: „Waar moet ik straks mijn boterham van betalen? Waar moet ik naar toe als er geen tippelzone meer is?”

De ‘Baan’ gaat dicht. Ruim dertig jaar was de tippelzone aan de Europalaan in Kanaleneiland de vaste werkplek van Utrechtse prostituees. Daaraan komt uiterlijk 1 januari 2020 een eind, zo maakte de gemeente vorige maand bekend. Het tippelgebied – waaraan de gemeente 4,5 ton per jaar uitgeeft – past niet in de bouwplannen voor de Merwedekanaalzone. Dat wordt een stadswijk met tienduizend hoogbouwwoningen.

De laatste vijftien jaar verdwenen diverse tippelgebieden in Nederland. In 2003 sloot dat aan de Amsterdamse Theemsweg. Rotterdam (2005), Den Haag (2006), Eindhoven (2011) en Heerlen (2012) volgden. Arnhem, Groningen en Nijmegen voeren ‘uitstervingsbeleid’; nieuwe prostituees worden niet meer toegelaten.

In Utrecht is het wel de bedoeling de prostitutie een alternatief te bieden. Een woordvoerder van wethouder Victor Everhardt (D66), die het tippelgebied in portefeuille heeft, wijst erop dat de zone gunstig heeft bijgedragen aan de „veiligheid en gezondheid van de sekswerkers.” Een nieuwe plek zal ook helpen overlast te voorkomen.

In het Utrecht van midden jaren tachtig tippelden vrouwen nog in het centrum van de stad. Prostituanten reden rondjes om het Moreelsepark, dicht bij het centraal station, en pikten hen daar op. Ook bij de Biltstraat werd getippeld. Een deel van de vrouwen was verslaafd en kocht drugs in winkelcentrum Hoog Catharijne.

De situatie zorgde voor overlast rond Hoog Catharijne – hét uithangbord van de stad. De onveiligheid voor de vrouwen was groot. De gemeente wilde de preventie van seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) en aids verbeteren. Na enkele geweldsincidenten was voor burgemeester Lien Vos-van Gortel (VVD) de maat vol. De jeugd- en zedenpolitie stelde instelling van een tippelzone voor. En zo kwam er een typisch Nederlandse oplossing: een gedoogd tippelgebied op een bedrijventerrein in Kanaleneiland, open van zeven uur ’s avonds tot twee uur ’s nachts.

Anjers en pauwenveren

Tegelijk werd het Huiskamer Aanloop Project (HAP) in het leven geroepen, een veilige plek waar prostituees koffie konden krijgen, condooms, en eventueel hulp. Als projectleider stelde de gemeente gezondheidsvoorlichter Carmen Kleinegris aan. Ze moest toegankelijke zorg bieden en zorgen voor verbetering van de voorlichting over soa’s en aids.

Kleinegris kan zich de eerste avond nog goed herinneren. Het was lente, 6 mei, een stuk of vijftien vrouwen waren gekomen om te werken. Een omgebouwde SRV-wagen deed dienst als voorlichtingscentrum en huiskamer. Die was versierd met bloemstukken, op tafel stond een boeket met anjers en pauwenveren.

Wat Kleinegris niet wist: pauwenveren hebben een boos oog en anjers missen een hart. En wat Kleinegris ook niet wist: beide brengen, volgens de bijgelovige dames op de Baan, „nieges” in de business. Sommige vrouwen wilden de huiskamer daarom niet in. Kleinegris: „Ik heb dat boeket direct weggeflikkerd.”

Aanvankelijk werden de klanten afgewerkt achter Pallies koekjesfabriek en bij bedrijfsterreinen verderop, hoofdzakelijk door Nederlandse vrouwen. Ze verstonden het vak; ‘uitpezen’ was hun handelsmerk. Neuken vijftig gulden, pijpen een „geeltje”. Elke handeling meer kostte een tientje extra. Damesonderbroeken werden aan klanten voor 25 gulden verkocht.

Voor de veiligheid van de vrouwen en om klachten uit de buurt te voorkomen, kwam er na een paar jaar een vaste afwerkplek bij, aan het nabije Merwedekanaal. „Geheel ingericht naar de wensen van de prostituees”, aldus Kleinegris. Het werd met Hollandse precisie gebouwd: hoge groene houten schotten verdelen een ruimte van zo’n twintig bij twintig meter in zestien afwerkvakken. Veertien voor klanten in de auto, twee plekken voor prostituanten op de fiets. Bij elke auto-afwerkplek een prullenbak op raamhoogte.

Bekende namen

Overlast? Richard Zwarts kijkt vanaf zijn woonboot al negentien jaar uit op de groene houten schotten. Alleen het kanaal en een strookje fietspad scheiden hem van de afwerkplek, maar overlast heeft deze veertiger er nooit van ervaren. Hij kan de jurkjes van de vrouwen die er werken dromen. Roze, zwart, zilverkleurig: „Sommigen dragen een week hetzelfde ding”.

Aanvankelijk vond Zwarts het spannend naast prostitutiegebied te wonen. Hoe ziet dat eruit? Wie zijn de klanten? Een paar keer stapte hij op zijn fiets om een kijkje te nemen. Zwarts schudt resoluut zijn hoofd: „Ik ben gelukkig getrouwd.”

Dagelijks ziet buurman Zwarts een stoet auto’s de afwerkhoek op- en afrijden. Vooral tijdens de erotische Kamasutrabeurs in de Jaarbeurs is het druk. File op de afwerkplek. Opeltjes, bedrijfswagens met „bekende namen”, „Mercedessen van twee ton”. De koplampen van de auto’s schijnen dan als zoeklichten Zwarts woonkamer in. „Dat kijkt niet lekker televisie.”

Vooral tijdens de erotische Kamasutrabeurs in de Jaarbeurs is het druk. File op de afwerkplek

De buurman denkt dat de straatprostitutie veiliger is geworden. Vroeger zag hij pooiers wel eens piepjonge meisjes op de Baan afzetten. Tegenwoordig lijkt de politie de boel er goed onder controle te hebben. Incidenten zijn in ieder geval schaars. Mensenhandel signaleert de politie niet. Wel werd een paar jaar geleden een prostituee neergestoken. En vorig jaar is nog een sekswerker op de Baan in elkaar geslagen. Maar doorgaans blijft trammelant beperkt tot opgeschoten knaapjes op scooters die afval naar de vrouwen gooien en hen uitschelden, zegt wijkagent Karin Regts. Onveilig vindt ze het niet. „De vrouwen letten goed op elkaar.”

Kim Toering, tegenwoordig teamleider van het HAP en al negen jaar hulpverlener op de Baan, verwoordt het nog scherper: „De Baan is één van de veiligste plekken van Utrecht.”

Aanbod verschraalt

Hilda (50) heeft in de bijna twee decennia dat ze op de Baan werkt haar collega’s zien veranderen. In het begin tippelden er vooral verslaafde vrouwen zoals zijzelf, zegt Hilda. Later kwamen de „omgebouwden”. Gevolgd door de Oost- Europese meiden. En travestieten. Hilda: „Wij staan tegenwoordig op de achterste rij.” Maar de sfeer is doorgaans goed op de tippelzone.

Toch neemt volgens haar het aantal klanten af. Mogelijk komt dat door de verschraling van het aanbod aan prostituees, denkt ze. Konden vrouwen vroeger gewoon komen aanwaaien voor een paar „klantjes”, sinds tien jaar moeten prostituees een vergunning hebben. En dan wil de gemeente ook nog dat minstens 40 procent van de vrouwen op de Baan uit Utrecht zelf komt. Het aantal uitgegeven vergunningen daalde tussen 2009 en 2016 van 140 naar 62. Hilda: „Dat is niet goed voor de klandizie.”

Maakt dit de tippelzone uiteindelijk niet overbodig? Niet volgens Hilda. Als de gemeente niet met een goed alternatief komt, gaat ze weer naar het centrum, zegt ze. „Bij Hoog Catharijne weten de klanten ons wel te vinden.”

Hulpverlener Kim Toering is bang dat de vrouwen als alternatief in kelderboxen of op verlaten parkeerplaatsen gaan werken – plekken zonder toezicht of hulpverlening. Het risico op uitbuiting of incidenten is daar groter: „Dat is heel onveilig.” En de maatschappij, meent ze, is dan „op lange termijn ook meer geld aan deze vrouwen kwijt”.

Joyce heeft nu drie „klantjes” gehad. Een lange man uit Hilversum mocht voor een paar euro in haar borsten knijpen, vertelt ze lachend. Een peperdure witte Jeep komt aangereden. Ze snelt naar de auto. Langzaam gaat het raampje naar beneden. Dan rijdt de auto door. Joyce: „Mensen in dikke auto’s zijn zo gierig als wat.” Of erger, zoals deze keer: „Het zijn gluurders.”