Opinie

Geef de Turkse Nederlander een toekomstbeeld

Een nieuw kabinet moet bedenken wat te doen met de verdeelde Turks-Nederlandse gemeenschap, schrijft . „Het moet gaan over wat ons bindt.”

Terwijl de legitimiteit van de stembusgang in Turkije nog ter discussie staat, is de uitslag onder Turkse Nederlanders onbetwist: ruim zeventig procent van de kiezers sprak zich uit voor de grondwetswijziging die het parlementaire stelsel vervangt door een presidentieel systeem met verregaande macht. De belichaming van dat nieuwe stelsel is president Recep Tayyip Erdogan, die met zijn religieus-conservatieve en nationalistische AK-partij sinds 2002 alleen regeert.

Tegelijkertijd is slechts 45 procent van de 250.000 Turkse kiesgerechtigden naar Deventer, Amsterdam of Den Haag gereisd om hun stem uit te brengen. Een ruime meerderheid voelde die noodzaak niet. Deels omdat ze zich niet vertegenwoordigd voelen door de politieke krachten in Turkije, deels omdat ze geen invloed willen uitoefenen op zaken waar ze onvoldoende van af weten, of omdat ze wel een zekere binding hebben met Turkije (familie, bezit), maar dat niet per se willen bekrachtigen met een stem voor of tegen de historische grondwetswijziging daar.

In Turkije loopt de electorale kloof tussen het conservatieve Turkse binnenland, dat koos voor een sterke leider met een religieus-nationalistische signatuur, en de meer kosmopolitische kustprovincies, de metropolen Ankara, Istanbul en Izmir en delen van het Koerdische zuidoosten, die zich fel verzetten tegen een presidentieel stelsel zonder democratische waarborgen.

Een echte Turk is niet gay

Dezelfde ratio zit achter de Turks-Nederlandse stem, het overgrote deel van de Turkse Nederlanders die gingen stemmen is (klein)kind van een gastarbeider. Zij kunnen zich niet verbinden met de grootste Turkse oppositiepartij, de seculiere sociaal-democratische Republikeinse Volkspartij, die decennialang moslims wegzette als ‘achterlijk’ en hen verweet een rem te zetten op de westerse ontwikkeling van Turkije. Migranten zijn merendeels mensen uit het binnenland van Turkije. Die ‘achterlijken’, dat waren hun (groot)ouders.

De vraag dringt zich op hoe Den Haag zich tot de nieuwe werkelijkheid in Ankara gaat verhouden, maar vooral ook tot de tot op het bot verdeelde Turks-Nederlandse gemeenschap. Erdogan claimt al wat langer, hoe nipt zijn overwinning elke keer ook is, de stem van het volk te vertegenwoordigen. Zo drukt hij gehaaid de meer progressieve en seculiere krachten uit het plaatje van het Turkije dat hij voorstaat. Precies deze groepen in Nederland moeten weinig tot niets hebben van de huidige bemoeienis van Ankara met hun leven hier. Het nieuwe Turkije van Erdogan – religieus, nationalistisch, gewelddadig, anti-intellectueel en patriarchaal – is niet hún Turkije. Ook in de diaspora zal het voor Koerden, Alevieten, Gülenisten, seculiere en linkse Turken nu nog moeilijker worden om zich te profileren. Wellicht zullen ze zelfs verder worden gemarginaliseerd. Zijn ze wel echte Turken? Denk maar aan de lading kritiek die de activisten op de eerste Turkse boot tijdens de Gay Pride in 2013 over zich heen kregen. Een echte Turk is niet gay.

Door een wijziging van de Turkse kieswet in 2012 hoeven Turken in de diaspora niet langer naar Turkije te reizen om hun stem uit te brengen. De Turkse politiek komt nu naar hen toe. De machthebbers in Ankara proberen tot in de haarvaten van de Turks-Nederlandse samenlevingen door te dringen. Daartoe is de afgelopen jaren de top in Nederland van de UETD, de Europese tak van de regerende AK-partij, vervangen door mensen die nauwe banden hebben met Diyanet, het Turkse directoraat voor Godsdienstzaken. Om een betere aansluiting te krijgen met nieuwe (wellicht jonge) kiezers is verder de partijtop in Europa verjongd. Ook is gekozen voor een organisatiemodel dat Nederland opdeelt in regio’s, zodat de UETD dicht naar de Turks-Nederlandse kiezer kan kruipen.

Polarisatie

Premier Mark Rutte zette in maart de verhoudingen tussen Nederland en Turkije op scherp door de Turkse minister van buitenlandse zaken, Mevlut Cavusoglu, te verhinderen de polarisatie ten aanzien van het referendum naar Nederlandse bodem te verplaatsen. Eenzelfde straffe wind zagen we het afgelopen weekeinde wat Eritrea betreft: ook de lange arm van Asmara werd ingeperkt. Na dit weekeinde zal ongetwijfeld het aan banden leggen van politieke invloed uit herkomstlanden worden toegevoegd aan de agenda van de coalitiebesprekingen in Den Haag. Een ander en even groot zorgenkind voor een nieuwe coalitie is het gegeven dat confessionele Turkse Nederlanders geen aansluiting kunnen vinden bij gevestigde Nederlandse partijen. De parlementsverkiezingen van afgelopen maart hebben dat glashelder laten zien: de tweede en derde generaties Turkse Nederlanders met een duidelijke moslimidentiteit zijn óf niet gaan stemmen, óf hebben op Denk gestemd. Ze missen aansluiting met de confessionele partijen hier, die zich niet verbinden met de islam.

We mogen dan met enige vertwijfeling kijken naar de fnuikende politieke polarisatie in Turkije, ook in Nederland staan progressief links en nationalistisch rechts tegenover elkaar. Identiteit is het belangrijkste ordenende politieke principe. En net als in Turkije ondermijnt die verdeeldheid ook hier de democratie. Het mag best weer wat meer gaan over wat burgers bindt in plaats van wat hen scheidt. Een nieuw kabinet moet Turkse Nederlanders een toekomstbeeld bieden. Anders blijft Erdogan dat doen.