Recensie

Bob Dylan lijkt alweer klaar met Sinatra

Pop Minder dan verwacht richtte Bob Dylan zich bij het eerste van drie Amsterdamse concerten op nummers van Frank Sinatra. Zijn Nobelprijs rechtvaardigde hij met recent eigen materiaal.

Bob Dylan in 2012 tijdens een optreden in Carhaix in Frankrijk. Foto David Vincent

Bob Dylan, de sluwe oude vos, is zijn publiek opnieuw een stap vooruit. Niet de nummers van Frank Sinatra waar hij de afgelopen jaren zijn aandacht op richtte, maar zijn eigen materiaal staat weer centraal bij de drie concerten die hij geeft in de Afas Live, de voormalige Heineken Music Hall. Van Triplicate, zijn nog verse driedubbelalbum met Sinatrasongs, werd zondag niets gespeeld. Tegenover vier liedjes die hij eerder op de plaat zette uit het Great American Songbook stond op de setlist meer dan de helft van Tempest uit 2012, zijn laatste album met zelfgeschreven songs.

Moet Bob Dylan zich wel wagen aan Sinatra? Lees ook de polemiek tussen Sjoerd de Jong en Amanda Kuyper.

Was het Dylans manier om de Nobelprijs voor de Literatuur te rechtvaardigen, die hem in 2016 voor zijn unieke expressie in de Amerikaanse songtraditie werd toegekend? Een toelichting hoeft van het 75-jarige enigma niet verwacht te worden; zelfs een „thank you” kon er in anderhalf uur niet van af. Met een hoedje dat nog van Bing Crosby geweest had kunnen zijn zette Dylan zich achter de vleugel. ‘Things Have Changed’, al enkele jaren zijn vaste openingsnummer, gaf weinig houvast over zijn status als woordvoerder van zijn steeds grijzer wordende generatie. „I used to care”, zong hij met een stem als roestwater uit een oude gieter, „but things have changed.”

Veredeld barpianist

De morsige straatzanger die na afloop buiten ‘The Times They Are A-Changin’ stond te zingen leek meer op de oude Bob Dylan dan Dylan zelf. Gitaar en mondharmonica speelt His Bobness niet meer en zijn bonkige akkoorden op de concertvleugel zijn hooguit functioneel. Met een dienende band en een degelijk ingestudeerde programmalijst leek het concert op een zorgvuldig uitgelichte filmproductie in de stijl van Roy Orbisons Black and White Night. Daarmee werden ook Dylans tekortkomingen duidelijker dan ooit. Houterig rockend werkte hij zich door ‘Highway 61 Revisited’. ‘Tangled Up In Blue’ had weinig van de dynamiek van het origineel. Als een veredeld barpianist begon Dylan pruttelend en steunend aan een verkorte versie van ‘Desolation Row’.

Lees ook Bob Dylan zingt alleen liedjes waar hij zelf zin in heeft, de recensie van Dylans nieuwe album

Pas bij het duistere, grimmige materiaal van Tempest kwam hij in zijn element. De blues van ‘Pay in Blood’ klonk traag en luguber; de countryshuffle van ‘Soon After Midnight’ was kaal en huiveringwekkend. Met de western swing van ‘Duquesne Whistle’ haalde Dylan overtuigende echo’s op van de muziek uit zijn jeugd; veel meer dan in zijn knauwende kitschversies van de door Sinatra bekend gemaakt evergreens ‘Why Try To Change Me Now’ en ‘Melancholy Mood’. Een paar keer kwam hij naar voren als een stramme spreekstalmeester, leunend op de microfoonstandaard in ‘That Old Black Magic’.

De oude meester heeft misschien nog wel een schat aan nieuw materiaal in zich

Latere periode

Het leek wel of Bob Dylan alweer klaar is met dat beproefde materiaal van anderen. Het meest op dreef was hij in de zelfgeschreven songs uit zijn latere periode; het slepende ‘Early Roman Kings’ en een doorleefd ‘Scarlet Town’. Daarin acteerde hij geen tienerster uit de jaren veertig, maar iemand van zijn eigen leeftijd die zijn levenservaring in doorvoelde songs stopte, met bijpassend gebutste stem. Zo heeft de oude meester misschien nog wel een schat aan nieuw materiaal in zich.

Het optreden kreeg een schizofreen karakter telkens als hij moest omschakelen naar de gladde arrangementen van Sinatra’s ‘All Or Nothing At All’ of het tot een oubollig slaapliedje gereduceerde ‘Autumn Leaves’. Barpianoversies van ‘Blowin’ In The Wind’ en ‘Ballad Of A Thin Man’ waren voorspelbare formaliteiten voor een deel van het publiek dat zich er graag door in slaap liet wiegen. Het goede nieuws is dat Bob Dylan nog steeds bevlogen en briljante momenten heeft, zo lang als hij zich houdt aan songmateriaal dat onvervreemdbaar van hem en van nu is. In de gangpaden werd wat gemord over Dylans zwijgzame wispelturigheid, maar buiten klonk een hoopgevend ‘The Times They Are A-Changin’.