Aanslag Syrië vormt nieuw dieptepunt van wreedheid

Snoep Kinderen uit een shi’itisch konvooi werden zaterdag met snoep naar een bomauto bij Aleppo gelokt. Meer dan honderd mensen, vooral kinderen, kwamen om het leven.

Een still uit een video van het aan Syrische rebellen gelieerde persagentschap Thiqa toont de ravage na de bomaanslag op een konvooi bussen waarmee burgers uit twee belegerde stadjes werden geëvacueerd. De explosie kostte meer dan honderd mensen het leven, vooral kinderen. Beeld Thiqa News via AP

Het was een nieuw hoogtepunt van wreedheid in een oorlog die al aan een half miljoen mensen het leven heeft gekost. De inwoners van Fua’a en Kefraya dachten dat er een einde was gekomen aan hun lijdensweg. Sinds 2015 worden de twee shi’itische stadjes belegerd door rebellen en aan Al Qaeda gelieerde jihadisten.

Maar toen een konvooi met evacuees uit Fua’a en Kefraya zaterdag in Rashideen nabij Aleppo kwam, ontplofte daar een krachtige autobom die aan meer dan 100 mensen het leven kostte, het merendeel kinderen.

Een meisje dat de aanslag overleefde maar vier broertjes en zusjes verloor, vertelde aan Al Manar, de tv-zender van de Libanese Hezbollah-militie, dat zij en andere kinderen gelokt waren door een man die hen chips beloofde. Toen er genoeg kinderen rond de auto waren verzameld, ontplofte de bom.

„Na zes jaar oorlog en slachtpartijen in Syrië – zes hartverscheurende jaren voor zoveel Syrische families – is dit een nieuwe gruwel die het hart moet breken van eenieder die er een heeft”, zei Unicef-directeur Anthony Lake in een mededeling.

Evacuees uit Fua’a en Kefraya bij Rashideen, bij Aleppo. De aanslag op hun konvooi kostte veel kinderen het leven. Foto Ammar Abdullah/Reuters

Deal dwarsbomen

De aanslag had klaarblijkelijk als doel om een deal te dwarsbomen die al jaren in de maak was: de gelijktijdige evacuatie van de shi’itische bevolking van Fua’a en Kefraya, en de sunnitische bevolking van Zabadani en Madaya, twee plaatsen nabij Damascus die al jaren worden belegerd door het Syrische leger en bondgenoot Hezbollah. Het gaat om een volksverhuizing van zo’n 30.000 mensen. De evacuatie is voorlopig opgeschort.

Net als na de chemische aanval in Khan Shaykhun geven beide kampen elkaar de schuld. Aan rebellenkant wordt erop gewezen dat de bomauto uit regeringsgebied moet zijn gekomen, en dat de rebellen geen belang hadden bij de aanslag. Hij zou immers de veiligheid van de evacuees in Zabadani en Madaya in gevaar brengen.

Het ligt ingewikkelder. In december vorig jaar was er een kleinschaliger evacuatie uit Fua’a en Kefraya. Die was wisselgeld voor de evacuatie van tienduizenden mensen in Oost-Aleppo, dat op het punt stond onder de voet te worden gelopen door het regeringsleger.

Als lijken vertrekken

Rebellen buiten Fua’a en Kefraya staken toen de bussen in brand die voor de evacuatie waren ingezet. In video’s die op sociale media circuleren riepen zij dat de ‘shi’itische honden’ alleen als lijken zouden vertrekken. Dat zij zo de evacuatie van Oost-Aleppo in gevaar brachten, was toen geen bezwaar.

De zogeheten ‘vierstedendeal’ laat goed zien hoe het verloop van de Syrische oorlog steeds meer zaak is geworden van buitenlandse mogendheden. Het akkoord werd voornamelijk bedisseld door Iran en Qatar, met betrokkenheid van Hezbollah aan Iraanse kant en het fundamentalistische Ahrar al-Sham als gesprekspartner aan rebellenkant. (Onder de doden zaterdag bevonden zich ook strijders van Ahrar al-Sham.)

Bekijk ook: Waarom heeft Iran zoveel over voor Assad?

Qatar was niet alleen betrokken als partij in het Syrische conflict. Vorig jaar waren 26 leden van een Qatarese jachtpartij ontvoerd in Irak, waar zij valken wilden schieten. Onder hen bevonden zich leden van de koninklijke familie van Qatar. Zij worden vastgehouden door shi’itische milities die schatplichtig zijn aan Iran, en Teheran maakte hun vrijlating onderdeel van een deal over Fua’a en Kefraya.

Vorm van etnische zuivering

De Verenigde Naties spelen geen rol in de vierstedendeal. Hoewel de evacuaties een einde maken aan veel burgerlijk leed, worden zij ook gezien als een vorm van etnische zuivering. De evacuaties zijn immers niet vrijwillig: ze zijn afgedwongen door het beschieten en uithongeren van de bevolking.

Zabadani en Madaya waren vóór de oorlog toeristische bestemmingen voor hoofdstedelingen die ’s zomers aan de hitte van Damascus wilden ontsnappen. Maar in 2011 schaarden veel mensen daar zich achter de opstand tegen president Assad.

Amer Burhan leidt het ‘medisch comité’ in Zabadani en zette er een ziekenhuis op. „Ik ben niet gewapend, nooit geweest”, zegt hij. „Maar door de omstandigheden zitten we hier dan, met nog 158 mensen. We voelen ons nauwer verwant dan broeders, maar onze families zitten elders: in Madaya, van waaruit ze nu worden geëvacueerd, of in Libanon.”

Burhans ouders en dochter zaten vrijdagmiddag, toen dit telefoongesprek plaatsvond, op een bus richting Idlib, in het noorden. Wat er met de 158 mensen van Zabadani zou gebeuren, ook deel van het wederzijdse evacuatieakkoord, was hem niet duidelijk.

Bekijk ook: Waarom is Assad nog altijd aan de macht?

Ik voel niets

Amjad Almale, een jongen van in de twintig, zat op de bus naar Idlib toen we hem dit weekeinde spraken. „We zijn om 5 uur ‘s ochtends vertrokken uit Madaya, met 2.250 mensen. Nu zijn we in de buurt van Homs, onderweg naar Aleppo. Daar zal de uitwisseling plaatsvinden, en dan voeren ze ons naar Idlib.”

„Ik voel niets”, zegt hij. „De situatie is zo afschuwelijk dat er geen woorden zijn om te beschrijven hoe ik me voel. Het was zo zwaar vanmorgen om in die bus te stappen. Mensen huilden, iedereen was doodmoe. Sommigen besloten te blijven, wetend dat de troepen van het regime nu gaan komen. Dat is een afgrijselijke beslissing.”

Het is bij dit soort deals gebruikelijk dat strijders met behoud van hun lichte wapens mogen vertrekken naar elders in rebellengebied. Burgers mogen kiezen of ze vertrekken of blijven onder regeringscontrole. Voor jongemannen betekent dat laatste dat ze ingelijfd worden bij het regeringsleger.

Voor Almaleh was de keuze snel gemaakt: hij wordt gezocht door het regeringsleger, zegt hij, en vreest arrestatie. „Ik was tegen dit akkoord, het is etnische en geografische zuivering.”

Breder plan van Hezbollah

De overgave van Zabadani en Madaya past ook in een breder plan van de Libanese militie Hezbollah, een partner van Iran en de Syrische regering, voor het Libanees-Syrische grensgebied. Hezbollah-leider Nasrallah heeft eerder dit jaar voorgesteld om daar een ‘veilige zone’ in te richten. Die moet tegelijk de bevoorrading van Hezbollah veilig stellen én de terugkeer van de Syrische vluchtelingen in Libanon mogelijk maken. Of die laatste daartoe bereid zijn is zeer de vraag.

Zowel Burhan als Almaleh willen op dit moment vooral weg uit Syrië: ze zijn oorlogsmoe. „Hopelijk kunnen we naar Turkije”, zegt Almaleh. Een nieuwe belegering, deze keer in Idlib ziet hij niet zitten.

„Ik moet mijn familie weer zien”, zegt Burhan. „Ik ben grootvader van zes kinderen en heb hen al twee jaar niet gezien. Wat er de voorbije twee jaar is gebeurd, kan je je niet voorstellen. Overal bommen, hongersnood, en je kan geen kant op. Naar Turkije, en dan zien we wel.”

Hij hoopt op verzoening, een politiek akkoord. „Elk kamp moet nu compromissen sluiten. Als iedereen koppig blijft, raken we nergens. We willen dat Hezbollah vertrekt uit Syrië en dat Syriërs onderling een akkoord sluiten, zonder buitenlanders erbij. Dat zou beter zijn.”

Volgens het laatste rapport van de ngo Siege Watch leven bijna een miljoen Syriërs onder een vorm van belegering. Wie onder zo’n belegering uitkomt wacht een onzekere toekomst.

Yousef, die in december uit Fua’a werd geëvacueerd en nu in de buurt van Damascus woont, zei deze week tegen The Guardian: „We weten niet waar wij straks gaan wonen, maar het is een opluchting om niet langer belegerd te worden. Wij willen niet de huizen innemen van de mensen in Zabadani en Madaya, en we willen ook niet dat zij onze huizen innemen. Maar de beslissing ligt niet bij ons.”

(Met medewerking van Jorn de Cock)