Recensie

Wie bidt er voor rapper Kendrick Lamar?

Nieuw album

Het vrijdag verschenen ‘Damn.’ van Kendrick Lamar is een album van een bespiegelende rapper op de top van zijn kunnen. Lamar rapt altijd direct, nooit eenduidig. Over zijn angst, zwart zijn, geweld en verantwoordelijkheid.

Kendrick Lamar op 1 oktober 2016 in Austin, Texas. Foto Jack Plunkett/Invision/AP)

Rapper Kendrick Lamar heeft altijd angst gekend, rapt hij in zijn nieuwe nummer Fear. Hij voelde angst toen hij zeven jaar oud was en opgroeide in een gezin dat worstelde met armoede en hij met harde hand richting het rechte pad geslagen werd, of uit pure frustratie. Hij voelde angst toen hij 17 was in Compton, Los Angeles; de angst om vroeg en anoniem te sterven in een explosieve omgeving waar overal geweld dreigde. En weer tien jaar later, nu als succesvolle rapper, was er de angst dat het enorme succes zou stoppen, dat adviseurs hem zijn geld afhandig zouden maken, en dat hoe de wereld naar zijn artistieke werk keek, negatieve gevolgen zou hebben voor hem, zijn familie, zijn stad.

Alles zit in zijn DNA: van koningen tot een crackepidemie, van gangsters tot hoogleraren, van pijn tot vreugde.

„Mijn grootmoeders zijn dood, wie bidt er voor mij?” Het is een vraag die in varianten terugkeert op Lamar’s vrijdag verschenen nieuwe album DAMN., opvolger van cruciale platen Section.80 (2011), good kid, m.A.A.d. city (2012) en To Pimp A Butterfly (2015) en de prettige restjes-verzamelaar untitled, unmastered (2016).

Net als op zijn voorlaatste, als meesterwerk ontvangen To Pimp A Butterfly, worstelt de rapper op DAMN. met de druk en verantwoordelijkheid die zijn succes met zich meebrengt. Op het nieuwe, dromerige Feel, met een soepele baslijn van Thundercat, rapt Lamar dat hij „klaar is met doen alsof”. Dat hij eenzaam is in de muziek, en niet kan slapen of ademen. Hij denkt dat de in 1996 vermoorde Tupac zich zo gevoeld moet hebben. „Alsof heel de wereld wil dat ik voor ze bid, maar niemand bidt voor mij.”

Extra kip

To Pimp A Butterfly eindigde met Lamar die Tupac om raad vroeg, hem een gedicht voorlas en tevergeefs op antwoord wacht; een bloedstollende ode aan al die jong vermoorde zwarte mannen in de VS die met hun kennis een nieuwe generatie de weg hadden kunnen wijzen. Op DAMN. maakt Lamar een vergelijkbaar krachtig punt in afsluiter Duckworth, waarin hij op liefst drie in elkaar overgaande beats van 9th Wonder een waargebeurd verhaal vertelt over hoe zijn platenbaas Anthony ‘Top Dawg’ Tiffith in zijn jaren als gangster een fastfoodzaak overviel waar de vader van Lamar later ging werken. Lamars vader gaf Tiffith altijd extra kip om te voorkomen dat hij bij een nieuwe overval risico zou lopen. Het werkte, rapt Lamar. Maar dat is toeval, voor hetzelfde geld had Tiffith zijn vader vermoord, was het label nooit opgericht, en was een vaderloze Lamar op straat terechtgekomen en omgekomen.

It was always me versus the world. Until I found out it’s me versus me

Het snelle schakelen tussen personages en perspectieven is een van de manieren waarop Lamar zijn raps kracht meegeeft. Hij vertelt over de achtergrond van Tiffith, die als peuter al opgroeide met een aan crack verslaafde moeder, in een familie waar pooiers en gangsters de dienst uitmaakten, en over die van zijn vader die een nieuw leven met zijn gezin in Los Angeles probeerde op te bouwen. Hij maakt de emoties aan beide kanten invoelbaar. Lamar lijkt in zijn muziek soms heel direct, maar is nooit echt eenduidig. Hij wikt, weegt, twijfelt, schmiert. „It was always me versus the world”, klinkt het aan het begin van Duckworth – een verwijzing naar een albumtitel van Tupac. „Until I found out it’s me versus me.”

Geweld en Trump

Foto AFP PHOTO/SUZANNE CORDEIRO

Lamar verwijst in onder meer DNA via nieuwsfragmenten naar karikaturale kritiek van media op zijn raps over politiegeweld en reageert daar met vurige woordenstromen op, geflankeerd door rauwe tonen. In het door Mike Will Made It geproduceerde nummer rapt Lamar over alles dat in zijn ‘DNA’ zit, van koningen tot een verwoestende crackepidemie, van gangsters tot hoogleraren, van pijn tot vreugde, en over zowel het zelfbeeld van zijn gemeenschap als de blik van de buitenwereld. „Ik zou willen dat ze me vergiffenis gevoerd hadden.”

In het muzikaal steeds veranderende XXX is een bijdrage van U2 en een loom zingende Bono slechts een detail in een beklemmend verhaal over voortdurende geweldsdreiging in zijn buurt en in het land van Trump, waarvan geweld volgens Lamar tenslotte het fundament vormt.

Het funky en jazzy To Pimp A Butterfly maakte van Lamar de favoriete rapper van mensen die nooit naar rap luisteren. DAMN. is een helder gemixt, intelligent, spiritueel geladen rapalbum voor de liefhebber die Lamar hard wil horen gaan op dikke drumbreaks; die geniet van hoe soepel hij zijn elastieken stem aanpast aan de steeds verspringende muziek en de koers van zijn verhalen; en die de citaten herkent uit de rapgeschiedenis, van de vertraagde stemmen uit de ‘chopped & screwed’-beweging tot het opzwepende geschreeuw van de legendarische hiphop-DJ Kid Capri uit New York. DAMN. is een sterke, boeiende plaat van een excellente, bespiegelende rapper op het toppunt van zijn kunnen.

Luister hier het nieuwe album