Recensie

Mooie liedjes in wielrenopera ‘Lance, the rise and fall’

Lance Armstrong Rockopera ‘Lance, the rise and fall’ lijkt vooral begrip te willen wekken voor de titelheld. Goed en kwaad, leugen en waarheid: „Het is maar hoe je het bekijkt”.

Lance Armstrong in het geel op 13 juli 2000 op Mont Ventoux met Jan Ullrich (rechts) en Richard Virenque. Patrick Kovarik/ AFP

Wat een goed onderwerp voor pakkend muziektheater: de opkomst en ondergang van Lance Armstrong, de wielrenner wiens zeven zeges in de Tour de France werden geschrapt wegens dopinggebruik. De makers van Lance, the rise and fall beloven zelfs een rock opera. Maar dat is onzin. Wat zich hier afspeelt, is een songcyclus met veertien nummers waarin veertien portretjes worden geschetst van de belangrijkste personages in dit drama – onder wie de arts die de verboden middelen voorschreef, de koerier, de masseuse, de journalist, de ploeggenoot en uiteraard de coureur zelf. En die nummers worden aan elkaar gepraat door een barman die als verteller optreedt.

Vriendenclubje

Vijf jaar geleden schiep een vriendenclub van musici, zangers en schrijvers onder de naam St. Willebrord Sessies een cd-project dat hun gezamenlijke hartstocht voor de wielrennerij bezong. Lance is daarop een vervolg. Bert Wagendorp schreef de teksten en JW Roy de door vier voortreffelijke sessiemuzikanten gespeelde muziek – smeuïge gitaarpop op Americana-basis. Roy is ook de voornaamste zangsolist, naast Frank Lammers, Alex Roeka, Rick de Leeuw en Lea Kliphuis die veruit de meest expressieve van de hele club is. Verder is niet ieders Amerikaans bedoelde tongval even overtuigend. En soms heeft Eric Corton als de (Nederlandstalige) verteller te kampen met iets te veel omhaal van woorden in de verbindende teksten. Een vaste rolverdeling is er verder niet; alleen al de nummers waarin Armstrong zichzelf verklaart, zijn verdeeld over minstens drie vocalisten.

Grootste boef

Vanaf het begin blijkt Lance vooral begrip te willen wekken voor de titelheld. Al in de openingstekst spreekt ex-renner Peter Winnen relativerende woorden over het verschil tussen goed en kwaad, leugen en waarheid: „Het is maar hoe je het bekijkt.” En sterker nog: uiteindelijk is het alsof niet de coureur, die de boel zo grondig bedroog, de grootste boef in dit drama was, maar de journalist die hem ontmaskerde. Door diens journalistieke motieven met veel misbaar verdacht te maken, lijken Wagendorp en Roy de schuld enigszins van Armstrong af te willen wentelen.

Anderzijds heeft dit gelegenheidsproject een handvol welluidende nieuwe liedjes opgeleverd, die intussen ook op cd zijn vastgelegd.