Opinie

Wetenschap moet bevrijd

De komende tijd ga ik terug naar de allermooiste plek waar een nieuwsgierig mens kan rondhangen: de universiteit. De Vrije Universiteit in Amsterdam heeft me gastvrijheid geboden om wetenschap te bedrijven. Ik ga verder met het bestuderen van de vraag die me blijft bezighouden: waarom de menselijke vagina zo ontzettend zuur is terwijl de vagina’s van de andere mensapen gewoon neutraal zijn. Tot ik ergens funding vandaan tover ben ik vrijwilliger, een nieuwsgierige burger die dolgraag mee wil doen. Het voordeel is dat ik op een aantal veiligheidsaspecten na volledig vrij ben. Het is een flexwerklab, een speeltuin. Ik ga mezelf niet kapot werken zoals gebruikelijk is voor mensen van mijn leeftijd die carrière maken in de academie en ik hoef door geen enkele hoepel te springen.

Het is de bedoeling dat elk snippertje kennis dat het onderzoek genereert online komt. Positief of negatief, groot of klein, duidelijk of onduidelijk. Ik ben ervan overtuigd dat er in onderzoek niet zoiets bestaat als ‘too much information’. De wetenschapsvorm die ik wil bedrijven is radicaal transparant, ik noem het zelf ‘open kitchen science’. Alleen de belangrijkste conclusies wil ik laten beoordelen door andere wetenschappers, peer review blijft een belangrijk kwaliteitskeurmerk. Maar het is in mijn ogen slechts een zilveren standaard. De belangrijkste validatie krijgen je resultaten pas als ze gereproduceerd worden in een onafhankelijk lab, ook wel ‘scooping’ genoemd. Dan heb je in mijn ogen pas iets geloofwaardigs in handen.

Het ultieme doel is om de wetenschappelijke methode toegankelijk te maken voor iedereen. Wetenschap moet nodig bevrijd worden uit het geïnstitutionaliseerde rigide systeem waarin het nu gevangen zit. Noem me naïef, maar ik wil dat wetenschap weer onschuldig wordt. Neem een voorbeeld aan Antoni van Leeuwenhoek: hij ontdekte een heel nieuwe wereld, gewoon thuis in Delft, met zijn zelfgemaakte microscoop, zonder wetenschappelijke opleiding of achtergrond, zonder kennis van Latijn of Engels of jargon. Hij pakte een stuk papier en schreef in zijn eigen gewone mensentaal op wat hij zag.

Is dat nu nog mogelijk? Wetenschap anno 2017 is een uitermate exclusief clubje. Onderzoek is niet vrij zoals al die andere standaard menselijke activiteiten – kunst, sport, religie, muziek – dat wel zijn. Je mag thuis schilderen, enthousiast amateurvoetbal spelen, op je eigen tempo een halve marathon rennen en er is niemand die tegen je zegt: waar denk je dat je mee bezig bent? Maar wie doet er thuis gecontroleerde experimenten? Wie probeert de wetenschappelijke methode – de beste methode – in te zetten om huis- tuin- en keukenvragen te beantwoorden?

Afgelopen week, rond de verschijning van mijn boek, hoorde ik weer van zoveel mensen die vastgeroeste theorieën erop nahouden over het verband tussen hun voedsel en hun gezondheid. Gluten, lactose, kleurstoffen, u kent het riedeltje nu wel. En misschien zit er een kern van waarheid in. De genetische, epigenetische en microbiele verschillen tussen individuen gaan verloren in grote trials. Ondertussen barst Nederland van de onverklaarbare klachten, die in meer of minder mate onze levens ontwrichten. We zoeken de oplossing in alle hoeken en gaten, maar het komt zelden voor dat iemand zegt: laat ik een experiment uitvoeren, laat ik een logboek bijhouden en mijn eigen vastgeroeste theorieën falsifiëren, laat ik op zoek gaan naar een mechanisme.

Er is ook niemand in de academische wereld die het aanmoedigt. Sterker, er bestaan juist twijfels of dit wel wenselijk is. Want wat als burgerwetenschap geen ‘goede’ wetenschap oplevert? Wat als mensen conclusies trekken die op niets zijn gebaseerd? Op zichzelf experimenteren, geen peer review toepassen, onorthodox te werk gaan? Voor mij een vraag in de categorie: wat als mensen thuis lelijke schilderijen maken? Of tennissen met waardeloze techniek? Of de bijbel op amateuristische wijze proberen te interpreteren? Een piepklein beetje wetenschap, een poging tot wetenschapsbeoefening, is altijd nog beter dan de antwoorden die gezondheidsgoeroe’s en natuurartsen bieden.

De wetenschappelijke methode zit vast in een onneembare academische vesting en het lijkt erop dat academici daar vrede mee hebben. Ik niet. En ik geloof dat het helpt als we laten zien hoe het er in de realiteit aan toe gaat. In plaats van succesverhalen de wereld insturen onze keukens open gooien, onze twijfels laten zien, hoe rommelig het er achter de schermen aan toe gaat, hoeveel er mislukt, hoe weinig we weten. Misschien nodigt dat mensen uit om zelf ook een poging te wagen. Ik ga daar de komende tijd mee beginnen aan de VU. Ik hoop dat velen mij volgen.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.