Turken die namen doorgeven aan Turkije zijn niet strafbaar

De Amsterdamse politie kan niet optreden tegen Turkse Nederlanders die elkaars namen doorgeven aan de Turkse inlichtingendiensten. Het doorspelen van informatie over landgenoten is namelijk niet strafbaar.

Dat staat in een brief die de Turks-Nederlandse journaliste Fadime Demir heeft gekregen van de Amsterdamse politie. Demir deed kort na de rellen bij het Turkse consulaat in Rotterdam aangifte van bedreiging door een man met wie zij vroeger in de klas had gezeten.

Die meldde haar via Facebook dat hij haar berichten doorstuurde „naar de Turkse inlichtingen” en hoopte „dat ze gepakt wordt als ze op vakantie gaat”.

Deze uitlatingen gelden niet als „strafbare bedreiging”, schreef de Amsterdamse politie Demir twee dagen later „na overleg met een officier van justitie”. Wel gebruikt de politie „gelet op de gevoeligheid van de huidige situatie” de informatie uit de aangifte om haar „informatiepositie te verbeteren”.

De gemoederen in de Turkse gemeenschap zijn de afgelopen maanden hoog opgelopen, onder meer vanwege het referendum , aanstaande zondag, over de uitbreiding van de macht van de Turkse president Erdogan.

De bedreiging was aanleiding voor Demir om haar oude klas bij elkaar te zoeken. Zij kreeg begin jaren tachtig met alle Turkse kinderen van haar basisschool in Zaandam lessen in de Turkse taal en cultuur, om klaargestoomd te worden voor de terugkeer naar Turkije. Bijna alle kinderen bleven in Nederland.

Schoolklas van 1980 pagina 20-22