Toscaanse afkeer van politieke dwergen

Als Giovanni Sartori ergens een hekel aan had, was het aan dwergen. De „chantage door dwergen” zag hij als een hoofdoorzaak van de stroperigheid van de Italiaanse politiek. Kleine partijen hebben in zijn ogen veel te veel mogelijkheden om veranderingen tegen te houden.

Het is een van de termen waarin de wetenschappelijke precisie en het typisch Toscaanse sarcasme van deze wereldberoemde politicoloog samenvielen. De tijd dat mediamagnaat Berlusconi aan de macht was? „Een sultanaat.” Italië zelf? „Un asinocrazia” of „sognilandia” – een ‘ezelcratie’ of ‘dromenland’. Sartori is ook de geestelijke vader van de termen voor de verschillende kiesstelsels die Italië de afgelopen decennia heeft gehad. Het Mattarellum, naar de naam van de bedenker ervan. Het Porcellum, omdat de bedenker de regels had samengevat als una porcata – zwijnerij. En daarna Tatarellum. Italicum. En Bastardellum, voor het ingewikkelde gemengde kiessysteem dat oud-premier Renzi vorig jaar heeft voorgesteld.

Dat deze termen ingang hebben gevonden, tekent de invloed van Sartori, die 92 jaar is geworden. Na zijn dood vorige week regende het eerbetonen aan de passie, de helderheid en het onafhankelijke oordeel van deze „grote intellectueel” (Senaatsvoorzitter Grasso) en „gezaghebbende sleutelfiguur” (president Mattarella).

Zijn boek over politieke partijen en partijstelsels, uit 1976, is een klassieker in de politieke wetenschap. Eind jaren zeventig verruilde hij de universiteit van Florence voor de prestigieuze Stanford University en Columbia University in de Verenigde Staten. Maar de meeste Italianen kennen hem als de heldere, venijnig scherpe columnist van de Corriere della Sera.

Daarin was Sartori een vrijdenker langs klassiek-liberale lijnen. Onbuigzaam in zijn kritiek op het belangenconflict van mediamagnaat-ondernemer-politicus Berlusconi. Absoluut in zijn veroordeling van de geboortepolitiek van de katholieke kerk. Vasthoudend in zijn pleidooi voor meer empirische feiten en minder idealistische ideologie in de politieke wetenschap. En honend in zijn filippica’s jegens de meeste politici. Sartori heeft zichzelf omschreven als een „grondwetsingenieur”. Maar het echte probleem in Italië, schreef de Corriere, was in zijn ogen niet het kiesstelsel, „maar het cynisme van een politieke klasse die niet in staat is zijn eigen persoonlijke belangen op te offeren voor het algemeen goed”.