Column

Toch nog even over die pensioenleeftijd

Dat gezeur over die pensioenleeftijd, houdt het dan nooit op? Ik vermoed dat aan de formatietafel niemand zin heeft om erover te beginnen, maar ik wel. Gaat die pensioenleeftijd niet wat al te hard omhoog? Kan iedereen dat bijbenen?

Bij de verkiezingen van 2012 was de pensioenleeftijd wonderlijk genoeg géén onderwerp in de campagne. De gelegenheidscoalitie genaamd Kunduz had na de val van het eerste kabinet Rutte een verhoging van de AOW-leeftijd in vijf weken door de Eerste en Tweede Kamer gejast. De verhoging was na pakweg een decennium aan politiek bloed, zweet en tranen plots een voldongen feit voordat de verkiezingscampagne goed en wel op gang kwam. Ook daarna was het geen fel onderwerp van politiek debat. Partijen die tegen waren konden niet allemaal beloven dat de pensioenleeftijd weer vol omlaag ging: dat was in een tijd van crisis en begrotingstekort simpelweg erg duur.

Deze campagne kwamen PVV, 50Plus en SP er toch op terug: de pensioenleeftijd moest weer gewoon naar 65. Maar de partijen die nu aan de formatietafel zitten om te kijken of ze een nieuw kabinet kunnen vormen, zijn de partijen van die oude Kunduz-coalitie. Min één: de ChristenUnie. Als VVD, CDA en D66 er met GroenLinks niet uitkomen, dan komen zij in beeld. Grote kans dus dat die pensioenleeftijd een Kunduz-onderonsje blijft. Hervorming veiliggesteld. Niet opnieuw gedoe over de pensioenleeftijd. Pfieuw, opluchting.

Nou, nee. Het is gek om niet opnieuw te kijken naar de wet die de pensioenleeftijd verhoogde. Want er zijn serieuze bezwaren die je niet zomaar zou moeten negeren. Niet als je geïnteresseerd bent in hoe beleid uitpakt tenminste. Begrijp me niet verkeerd: de pensioenleeftijd verhogen als we gemiddeld gezien gezond ouder worden, lijkt me logisch. Maar omdat de pensioenleeftijd vanaf 2022 opschuift met de levensverwachting, gaat die waarschijnlijk snel verder omhoog. Er zijn mensen die daarmee problemen hebben.

Bedrijfsartsen constateren dat het voor sommige mensen nu al moeilijk is de hogere pensioenleeftijd te halen. Dat geldt vooral voor mensen met zwaar werk en een lage opleiding. Zij kampen vaker met aandoeningen, aldus bedrijfsartsenvereniging NVAB. Bovendien hebben ze gemiddeld gezien een kortere levensverwachting, en dus minder lang pensioen. Denk niet dat er door machines minder zwaar werk is. Volgens de bedrijfsartsen is zwaar werk ook: de onregelmatige werktijden die gepaard gaan met ploegen- en nachtdiensten.

Het idee is natuurlijk dat mensen, als ze in de veertig zijn, zich afvragen of ze hun pensioen halen in het werk dat ze doen, of moeten kiezen voor ander werk. Veel mensen hebben daar echter geen tijd voor gehad. Onderzoeksinstituut NIDI ondervroeg in 2015 6.800 werknemers boven de 60 jaar. Ze liepen tegen veel boosheid aan. De pensioenleeftijd wordt plots verschoven! Belachelijk.

Die pensioenleeftijd blijft plots verschuiven, want hij beweegt vanaf 2022 mee met de levensverwachting. Mensen weten pas op late leeftijd wanneer ze met pensioen mogen. Dat genereert onzekerheid en boosheid, schreven drie onderzoekers (Joop de Beer, Harry van Dalen en Kène Henkens) van het NIDI vlak voor de verkiezingen.

Zij vroegen: waarom moet elk jaar dat gewonnen wordt aan levensverwachting ook geheel worden doorgewerkt? Het aantal werkjaren wordt zo naar verhouding steeds groter ten opzichte van het aantal pensioenjaren. De drie kwamen met een alternatief: verhoog de AOW-leeftijd iets minder snel door te letten op die verhouding. Dan vertaalt een hogere levensverwachting zich nog steeds voor een groot deel in langer werken maar ook in wat extra pensioentijd.

Al deze kanttekeningen bij de pensioenleeftijd komen op hetzelfde neer: is de wet rechtvaardig? Die vraag kunnen de partijen aan de formatietafel niet met goed fatsoen negeren.

Marike Stellinga is econoom en schrijft elke zaterdag op deze plek over politiek en economie