Opinie

Tekenaars zonder publiek

Ja, er zijn nog Syrische cartoonisten. En ja, ze tekenen ook nog. Alleen krijgen de Syriërs hun werk zelden onder ogen. Daar zorgen Assad en zijn inlichtingendiensten wel voor.

Lange tijd werden alleen spotprenten over Israël of de VS toegelaten. Maar na het uitbreken van de opstand in 2011 tegen Assads regime grepen veel cartoonisten hun kans. Via hun tekeningen probeerden ze de opstandelingen een hart onder de riem te steken.

Dat vergt grote moed. Een vooraanstaand tekenaar als Akram Raslan werd in oktober 2012 gearresteerd bij de krant waar hij werkte. Ruim een half jaar later moest hij met anderen verschijnen voor de beruchte Rechtbank voor Terrorisme, zonder getuigen en zonder advocaten. Hoewel zijn dood niet is bevestigd, wordt er algemeen van uitgegaan dat hij – al dan niet na martelingen – is omgekomen.

Ook een andere getalenteerde cartoonist, Ali Ferzat, ondervond de meedogenloosheid van het regime aan den lijve. In augustus 2011 werd hij door gemaskerde mannen aangevallen. Hij raakte zwaar gewond, in het bijzonder aan zijn handen. Hij belandde vervolgens in Koeweit.

Het merendeel van de 28 Syrische cartoonisten die vanaf volgende week werk laten zien op de tentoonstelling ‘Getekend Syrië’ bij Arti et Amicitiae in Amsterdam, is het land ontvlucht en woont en werkt nu in het buitenland.

Vanuit de verte becommentariëren ze nu de oorlog die inmiddels aan ten minste 400.000 mensen het leven heeft gekost en meer dan eenderde deel van de bevolking uit hun huizen heeft verdreven.

Een handvol van de deelnemende cartoonisten werkt nog in Syrië zelf, ook in Idlib. Die provincie, vorige week doelwit van een gifgasaanval, is in handen van de rebellen. Per DHL zijn er nog enige cartoons uit Idlib onderweg naar Amsterdam.

Getekend Syrië, vanaf 22 april t/m 21 mei in Arti et Amicitiae. Meer info arti.nl